Overname niet zo vanzelfsprekend

Agrarische bedrijven in West-Nederland scoren beter wat betreft bedrijfsovername dan bedrijven in het oosten van het land. Waar in Utrecht 55 procent van de melkvee- en akkerbouwbedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder een opvolger heeft, is dat in Gelderland 48 procent.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die deze week zijn gepubliceerd.

Voorzitter Ben Haarman van LTO Noord regio Oost is niet verrast door de cijfers over agrarische bedrijven en hun opvolgers. Hij stelt dat het verhaal van minder opvolgers al decennialang aan de gang is. ‘Maar wat tegenwoordig zeker een rol speelt, is het gebrek aan waardering en beloning. Dat is de reden waarom het aantal bedrijven zonder opvolger nog altijd op een behoorlijk niveau doorzet.’

Dat moet veranderen, vindt Haarman. ‘Het moet weer leuk en interessant zijn om boer te worden. Ik ben ervan overtuigd dat meer beloning en waardering ook aantrekken. De jonge boeren van tegenwoordig zijn goed opgeleid. Als ze elders meer kunnen verdienen, is het logisch dat ze ervoor kiezen om geen boer te worden.’

Volgens Haarman is de nieuwe generatie niet zonder meer bereid om 70 tot 80 uur per week te werken. ‘Die willen uiteraard aan het eind van het jaar wel iets hebben verdiend. Natuurlijk ben je daar als ondernemer nooit van verzekerd, maar als uit je bedrijfsplan al blijkt dat je niets gaat verdienen, dan doe je het natuurlijk niet.’

Goede boterham
Voorzitter Joost Ruijter van het Hollands Agrarische Jongeren Kontakt (HAJK) herkent zich in dat beeld. ‘Ik zie dat veel jongeren bereid zijn om met passie te werken in het boerenvak. Maar niet meer als vroeger ten koste van alles. Er moet wel een goede boterham worden verdiend. Bedrijfsopvolging is minder vanzelfsprekend dan vroeger.’

Dat komt volgens Ruijter niet alleen door het financiële aspect, maar ook door de kritiek vanuit de maatschappij op de sector. ‘Dat zorgt ervoor dat jongeren eerder gaan twijfelen om het bedrijf over te nemen. Bovendien zie je de laatste jaren dat het, zeker als melkveehouder, steeds moeilijker wordt om te groeien.’

De meeste opvolging is aanwezig bij bedrijven in Flevoland. LTO Noord-regiobestuurder Arnold Michielsen is daar niet verbaasd over. ‘Als het in Flevoland niet meer kan, dan lukt het nergens. Er zijn hier goede uitgangspunten voor een toekomstperspectief: de mogelijkheid om door te groeien, de goede waterhuishouding, het gunstige klimaat en de bodemgesteldheid dragen daaraan bij.'

Bron: Nieuwe Oogst