koeien veenweidegebied

Stikstofreductie met doorzaaien grasmat

Het jaar 2020 staat in het teken van stikstof en er wordt door boeren gezocht naar oplossingen om een reductie mogelijk te maken. Onder melkveehouders in het Westelijk Veenweidegebied doet LTO Noord, samen met PPP Agro Advies, onderzoek naar nieuwe gewassen die door de bestaande grasmat kunnen worden gezaaid en de effecten hiervan op emissiereductie. Na een half jaar onderzoek zijn de eerste (theoretische) resultaten bekend.

Achtergrond
Kenmerkend voor het veenweidegebied in West Nederland is de bovengemiddelde nalevering van stikstof uit de grond. Daardoor groeit het gras sneller en zit er meer eiwit in het gras. Het gras wordt doorgaans niet onder ideale omstandigheden gemaaid en het gras bevat veel onbruikbaar eiwit voor de koe.

Door het hoge eiwitpercentage in het gras, dat niet volledig door de koe kan worden opgenomen treden er substantiële verliezen op. Dat resulteert in de vorming van ammoniak. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ziet graag een reductie in de stikstofuitstoot door het reduceren van ammoniakuitstoot.

Het onderzoek van LTO Noord richt zich op het doorzaaien van andere gewassen in de grasmat waaronder veldbonen, erwten, sojabonen of andere gewassen. Deze gewassen leggen de stikstof uit veengrond een (meer) bruikbare vorm van eiwit vast. Ook wordt er gekeken naar gewassen die in het najaar stikstof voor groei nodig hebben. Door inzet in in het totale rantsoen zorgt dat voor een betere benutting van het eiwit uit het gewonnen gras.

Drie pilotbedrijven
Voor het onderzoek, dat deels door PPP-Agro Advies wordt uitgevoerd, is afgelopen voorjaar een uitvraag gedaan onder melkveehouders in het Westelijk Veenweidegebied. Drie bedrijven zijn daaruit geselecteerd en gevraagd om mee te werken aan het onderzoek. Sjon de Leeuw, adviseur PPP Agro Advies, heeft alle drie de bedrijven bezocht: “Met alle beschikbare gegevens en data is de huidige situatie van het bedrijf in kaart gebracht. Zo is onderzocht of het bedrijf juist extra ruwvoer wil winnen. Of dat het eiwit uit het gewonnen ruwvoer beter benut kan worden? Voor elk bedrijf is een gewas gekozen dat door de bestaande grasmat gezaaid kan worden en in de winter juist stikstof opneemt uit de grond.”.

Diverse maatregelen met impact
De eerste resultaten laten zien dat op alle drie de bedrijven een gevarieerd pakket van maatregelen genomen kan worden. Dit gaat bijvoorbeeld over een ander maaitijdstip van het gras of het voeren van een eiwitarm krachtvoer. Ook het eerder uitvoeren van een bemesting met een lagere kunstmestaanvulling is een kansrijke maatregel.

Het onderzoek laat zien dat het doorzaaien van een gewas in de bestaande grasmat effect heeft. Onder andere door het doorzaaien van lenterogge, wintertarwe of erwten bijvoorbeeld. Het totale pakket van maatregelen per bedrijf zorgt voor het verhogen van het aandeel eiwit van eigen land, maar ook het verhogen van de benutting van stikstof binnen het gehele bedrijf.

Hoe nu verder…
Komende maand worden de diverse gewassen doorgezaaid bij de drie pilotbedrijven. Er wordt gebruik gemaakt van doorzaaimethoden, zodat de veengrond niet hoeft te worden bewerkt. Verder wordt het pakket aan maatregelen per bedrijf verder uitgewerkt en onderzocht. Zo kunnen de drie pilot bedrijven volgend jaar een nóg beter bedrijfsresultaat behalen.

LTO Noord ondersteunt boeren die toekomstgericht willen werken
LTO Noord vindt het belangrijk dat boeren ruimte krijgen om oplossingen te zoeken die bij hun eigen bedrijf passen en bij het gebied waarin zij ondernemen. Landelijk werkt LTO aan kaders die bescherming moeten geven aan de sector, maar vooral ook ruimte moeten bieden aan oplossingen die boeren willen. 

Meer informatie?
Neem voor meer informatie contact op met Erwin Haveman, projectadviseur LTO Noord regio West, ehaveman@ltonoord.nl.


In samenwerking met en gefinancierd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland