west

Spannende fase Regionale Energiestrategie regio West

Hoe en waar wordt in de toekomst duurzame energie geproduceerd? Dat wordt beschreven in een Regionale Energiestrategie (RES). Gemeenten moeten de komende maanden spijkers met koppen slaan en hun beleid en inbreng in de RES 1.0 vaststellen. Voor de agrarische sector is het nu zaak om van zich te laten horen. LTO Noord regio West gaat hier actief mee aan de slag.

Klimaat en Energie is een belangrijk thema voor LTO Noord regio West. Ton van Schie werd vorig jaar aangesteld als themahouder. Van Schie draait mee in de stuurgroepen van de twaalf RES’en in West-Nederland. Een hele klus, erkent hij. ‘Maar daarmee heb ik veel kennis opgedaan en de agrarische belangen kunnen behartigen’, aldus van Schie.
‘Ik ben trots op het land waarin ik woon en wat we ervan hebben gemaakt. En ik ben gedreven omdat ik met mijn boerenverstand kan meepraten over de energietransitie waar we voor staan.’

Van Schie probeert zo constructief mogelijk mee te denken en te praten, zegt hij. ‘Als sector moeten we hier beter uitkomen. En ik merk dat ik best veel medestanders heb, vooral uit de landschappelijke hoek. Er wordt naar me geluisterd.’

Afdelingsniveau
Nu is het de beurt aan afdelingsbestuurders en leden om van zich te laten horen. Iedere regio – landelijk zijn het er dertig – heeft het afgelopen voorjaar een concept-RES opgesteld met daarin de ambitie om te kijken hoeveel energie er met zon en wind kan worden opgewekt. Deze concepten zijn vervolgens doorgerekend en de resultaten zijn teruggekoppeld. Gemeenten moeten nu aangeven waar en hoe ze de zonnevelden en windmolens gaan plaatsen. ‘Gemeenten moeten participatiebijeenkomsten organiseren waarin ze gaan toelichten hoe ze aan de energieopgave willen voldoen. Het is belangrijk dat we als LTO Noord op deze bijeenkomsten ons geluid laten horen. Dus bij dezen de oproep aan bestuurders en leden om hier actief mee aan de slag te gaan. Zij hebben kennis van hun gebied en weten wat er speelt’, zegt Van Schie.

Ledenraadpleging
Om de afdelingsbestuurders en leden beslagen ten ijs te laten komen, organiseert LTO Noord regio West op 7 december een webinar waarin kennis over de RES, de procedure en de agrarische insteek wordt gedeeld. Daarnaast wil LTO Noord ook graag informatie van de leden ontvangen. Dat gebeurt via een ledenraadpleging, vertelt beleidsadviseur Klimaat en Energie Erwin Haveman. ‘In deze enquête die medio december wordt uitgezet, vragen we de leden wat hun wensen zijn op het gebied van duurzame energieproductie en wat hun individuele belangen zijn’, laat Haveman weten. ‘Naar aanleiding van de enquête gaan we berekenen wat er aan energie kan worden geproduceerd door de agrarische sector. Dit is onze inbreng bij de gemeente, maar niet voordat het met de leden is besproken.’

‘Als we als sector veel energie kunnen opwekken, gaat de energieproductie zo weinig mogelijk ten koste van landbouwgrond’, voegt Van Schie toe. LTO Noord wil zo weinig mogelijk zonnepanelen op landbouwgrond, maar dit helemaal uitsluiten is in West-Nederland niet mogelijk, stelt de portefeuillehouder. 
‘In West-Nederland zijn de energiebehoefte en de ambitie om energie op te wekken hoog. Zon op land lijkt onvermijdelijk. Maar wij vinden dat je dan niet bij voorbaat gebieden moet uitsluiten, bijvoorbeeld natuur’, vertelt Van Schie. LTO Noord wil dat er een gedegen onderzoek moet worden gedaan naar de potentie van zon op daken, voordat wordt gekozen voor zon op land. ‘Dat onderzoek moet de gemeente doen’, aldus van Schie. ‘De gemeente kan bewoners ook stimuleren en activeren om zonnepanelen te plaatsen. Dat wordt in onze ogen nu nog te weinig gedaan. Er wordt te gemakkelijk voor zonnevelden gekozen, ook omdat dat qua aanleg het goedkoopst is.’

Inrichting
Afdelingsbestuurders en leden kunnen gemeenten wijzen op de inzet op zonnepanelen op daken. Daarnaast hebben deze bestuurders en leden het beste zicht op de mogelijkheden voor de inrichting van een gebied. ‘We ontkomen niet aan zon op land. Het is belangrijk om dat zo goed mogelijk in gewenste banen te leiden. En daarbij speelt de gemeente een belangrijke rol. De gemeente heeft een regierol en als landbouw kunnen we erop wijzen dat de agrarische kernwaarden het uitgangspunt van het landelijk gebied moeten blijven’, legt Van Schie uit. ‘We moeten er met elkaar voor waken dat er versnippering van het landelijk gebied komt, waardoor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de knel komt. Dat betekent dat we actief mee moeten denken bij de inrichting van een gebied en de plaatsing van zonnevelden moeten koppelen aan een herverkaveling. Dat zou de meest ideale situatie zijn.’

Meer windenergie
De denkrichting gaat in veel gemeenten overigens te veel in de richting van zon als energieproducent, vindt Van Schie. ‘Daarvan wordt de minste weerstand verwacht. Wij zetten liever in op meer windenergie, omdat dat minder ruimte vergt. Maar dan wel vanuit de sector gerealiseerd en niet door projectontwikkelaars die er met de winst vandoor gaan. Als er lokaal wordt gewerkt met coöperaties en burgerparticipatie, is wind voor ons zeker een optie.’ Het belang van een individueel lid kan in de discussie over zonnevelden botsen met het collectieve belang van de agrarische sector, erkennen Van Schie en Haveman. ‘Het is ook een taak van LTO Noord om te voorkomen dat boeren tegen elkaar worden uitgespeeld’, zegt de themahouder. ‘De gemeente moet de regierol houden. Het moet geen spel van winnaars en verliezers worden’, vervolgt Van Schie. ‘Wat voor de ene boer lucratief is, is voor de andere soms een belemmering om het bedrijf te verder te ontwikkelen. Dat maakt het ook zo lastig. Maar wij vinden dat het algemene belang boven het individuele boerenbelang zou moeten staan.’ Dat individuele leden andere keuzes maken, respecteren de LTO Noord-themahouder en -beleidsadviseur. ‘Maar we gaan het niet actief ondersteunen. Wij gaan voor collectief belang, dat is wat een belangenbehartiger hoort te doen’, bevestigt Haveman.

Webinar 7 december 
Beleidsadviseur Erwin Haveman en themahouder Klimaat en Energie Ton van Schie van LTO Noord regio West gaan drukke weken tegemoet. Op maandag 7 december is er een webinar waarin informatie wordt gegeven over de RES, de procedure en de inzet van de leden. Een week daarna vindt via een enquête een ledenraadpleging plaats. De resultaten van deze ledenraadpleging worden verwerkt in de inbreng van LTO Noord per gemeente. Deze inbreng per gemeente wordt volgend jaar vanaf medio januari met de leden besproken. Eind februari moet de inbreng van de land- en tuinbouw in elk RES-gebied duidelijk zijn. In juli moet de RES 1.0 door de dertig RES’en in Nederland door gemeenten, provincies en waterschappen zijn vastgesteld. Dan is duidelijk hoe iedere regio tot 2030 invulling geeft aan de afspraken die binnen het Klimaatakkoord zijn gemaakt.

 

 

Bron: Nieuwe Oogst