landschap

Schaalvergroting in de agrarische sector

De kracht van de land- en tuinbouw is dat ondernemers voortdurend kansen en nieuwe mogelijkheden in techniek, markt en samenleving vertalen in bedrijfsontwikkeling. Dat heeft ervoor gezorgd dat de Nederlandse agrarische sector toonaangevend is en van grote betekenis voor de welvaart en leefbaarheid van ons land. Schaalvergroting is naast specialisatie, kennis en samenwerking in de keten een belangrijke succesfactor. Tegelijk roepen de groeiende agrarische bedrijven vragen op en worden zorgen geuit.

Wat betekent schaalvergroting voor het landschap, de omgevingskwaliteit, voor het dierenwelzijn, het milieu en de volksgezondheid? Rekening houdend met deze aspecten staat LTO Noord voor toekomstgericht ondernemerschap, duurzaamheid en ruimte om te ondernemen.

Om een sterke positie in de markt te behouden of te bereiken en daardoor inkomen en continuïteit te verzekeren zullen ondernemers blijven investeren in productie en afzet, in meer kwaliteit, in omgeving en in arbeidsomstandigheden. Groei is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde. Ondernemers kiezen hierbij voor uiteenlopende strategieën: samenwerking, bedrijfsovername, autonome groei en/of verbreding. Steeds vaker gecombineerd met het aangaan van allianties in de keten. Groei is daarmee een uiting van krachtig ondernemerschap.

De uitdaging waarvoor ondernemers zich zien geplaatst is om investeringen in groei te verbinden aan de verbetering van de kwaliteit van zowel de productie, maar tevens aan verbetering van de kwaliteit van de omgeving. Bedrijfsontwikkeling in de land- en tuinbouw zal daartoe in de komende jaren absoluut moeten voldoen aan criteria van duurzaamheid, die algemeen worden samengevat in de zogeheten drie P’s: People, Planet, Profit.

Rekening houdend met de drie P’s is LTO Noord van mening dat het ruimtelijk beleid van overheden de groei van agrarische bedrijven, in productie en/of verbreding, moet faciliteren. Ruimte om te ondernemen hoort daarbij centraal te staan. Maatwerk is het credo. Een ‘ja, mits’-scenario is het uitgangspunt. Niet op voorhand ‘plafonds’ voor de ruimtelijke ontwikkeling van agrarische bedrijven in het ruimtelijke beleid opnemen, maar geredeneerd vanuit de kracht van het bedrijf en rekening houdend met de omgevingsfactoren de gewenste ruimtelijke ontwikkeling invullen.

Het is een denkfout om de schaalvergroting te zien als een verdere verdichting, verstening, bedreiging van het open landschap. Een goed draaiend agrarisch bedrijf zal juist door modernisering en schaalvergroting een belangrijke bijdrage leveren aan het open houden van het gewaardeerde landschap. De landerijen van stoppende bedrijven worden overgenomen door ‘doorgroeiers’ en blijven daarmee onderhouden en hierdoor wordt verrommeling of verruiging voorkomen.

LTO Noord stelt zonder twijfel: De boer is de beste beheerder van het landschap. Juist een mooie mix aan bedrijven, groot/klein, verbreed of juist gespecialiseerd zal een divers landschap bieden, dat voor komende generaties openheid en economische activiteit biedt. LTO Noord hecht daarnaast ook waarde aan het zo goed mogelijk landschappelijk inpassen, bijvoorbeeld aansluitend bij de cultuurhistorische waarden, van nieuwe ontwikkelingen, functiewijzigingen of uitbreidingen.