Vrijkomende Agrarische Bebouwing in West-Nederland

Standpunten LTO Noord:

  1. LTO Noord denkt dat de omvang Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in de regio West in de toekomst niet per definitie een probleem zal worden. 
    Het grootste deel van de VAB in deze regio lost zichzelf op, net als de afgelopen jaren.
     
  2. LTO Noord is het niet eens met de rapporten van Alterra (2014) en de provincie Utrecht (2017). LTO Noord (Sharona de Klerk) heeft zelf onderzoek gedaan (2016).  
    In rapport van Alterra zijn ontwikkelingen vanuit het verleden doorgetrokken naar de toekomst. In het rapport van de provincie Utrecht worden alle bedrijven met een bedrijfshoofd ouder dan 55 jaar gerekend tot VAB. Volgens LTO Noord zijn dat geen representatieve onderzoeksmethoden.
    Link naar het onderzoek van LTO Noord: Onderzoek VAB LTO Noord

  3. LTO Noord raadt aan (in de westelijke provincies) geen rigoureuze stappen te zetten. Het probleem is kleiner dan wordt gedacht. 
    We moeten onderstaande maatregelen de kans geven hun werk te doen. Dan zal de VAB-opgave zichzelf deels oplossen.

  4. Oplossingsrichtingen: LTO Noord ziet meer in het voorkomen van VAB dan in het oplossen van het ‘probleem’. 
    Voorkomen door bedrijven ontwikkelruimte te bieden en te stimuleren toekomstbestendiger te worden door middel van bijvoorbeeld bedrijfsverbreding (multifunctionele landbouw). Tevens is LTO Noord voorstander van het ruimte voor ruimte-beleid.
    Ook een goede optie is bijvoorbeeld een VAB-loket, dat agrariërs ondersteunt door samenwerking te zoeken met initiatiefnemers en/of projectontwikkelaars.
    Een belangrijk aspect in het voorkomen van VAB is het sturen op demontabel of circulair bouwen. Wellicht komen andere partijen tijdens de expertmeeting ook met goede initiatieven.

Wij komen zelf in principe niet met initiatieven om het ‘probleem’ op te lossen, maar wachten enigszins af tot andere partijen hiermee komen. Vervolgens kijken we of wij ons daarin kunnen vinden en of we eraan meedoen. We willen dus geen kartrekker zijn, maar het is wel goed om de leefbaarheid van het platteland een impuls te geven (mogelijk door nieuwe initiatieven, die andere partijen voorstellen).

Overige informatie 
Uit ons eigen onderzoek blijkt dat de bedrijven, die zullen stoppen, kleinschalig zijn. Ook is de aard van de bebouwing een essentiële factor in het wel of niet vrijkomen van de bebouwing: bebouwing voor hokdieren (pluimvee of varkens) zijn moeilijker te gebruiken voor andere functies, dan schuren voor akkerbouw of koeien. Daarnaast vormt de complexiteit, legeskosten en tijdsduur van het aanvragen van een vergunning een barrière tot alternatieve invulling van agrarische gebouwen.
Informatieve link: Nieuwe kansen voor vrijkomende agrarische bebouwing in Noord-Holland