Zonneweides

De agrarische sector is succesvol in het opwekken van duurzame energie. Boeren en tuinders zijn betrokken bij 42 procent van de duurzame opwekking in Nederland en hierin speelt zonne-energie een steeds grotere rol. De land- en tuinbouw is hiermee veruit de meest actieve sector in de Nederlandse economie op het gebied van duurzame energie. Naar aanleiding van de Klimaatconferentie Parijs in 2015 werkt Nederland met een Nationaal Energieakkoord waarin iedere provincie een energiedoel te behalen heeft. Overheden (provincies en gemeenten) trachten deze doelen elk op eigen wijze te behalen, met als gevolg dat er onder andere voor de aanleg van zonneweides/zonneakkers geen of erg uiteenlopend beleid is.

De agrarische sector hield zich al langere tijd bezig met energiebesparing en het verduurzamen van energiegebruik. Het Nationaal Energieakkoord maakt dit thema nog meer urgent. De ondernemers wensen dan ook op het gebied van verduurzaming hun ambities te verwezenlijken. In deze tekst lichten wij ons standpunt toe omtrent verduurzaming in combinatie met zonneweides.

Allereerst is er meer potentie voor zonne-energie in het Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) dan veelal gedacht volgens Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), zeker met het oog op de snelle ontwikkelingen en innovaties op het terrein van (de efficiency van) zonne-energie. Een stimulans vanuit overheden voor de toepassing van zonne-energie in het BBG is daarom van groot belang. De toepassing van zonne-energie binnen BBG, gekoppeld aan de te realiseren doelstellingen van het Nationaal Energieakkoord is dermate groot dat het agrarisch gebied in veel gebieden in principe gevrijwaard kan blijven van zonnepanelen.

Gezien bovenstaand punt vindt LTO Noord dat er vanuit overheden een stimulerend effect in ruimtelijk beleid opgenomen dient te worden om eerst de opties binnen BBG te benutten, alvorens er toestemming verleend wordt voor het ontwikkelen van zonneakkers in het buitengebied. Het eerste argument hiervoor is dat de productiegronden voor de plaatsing van zonnepanelen jaren uit de productie genomen worden. Dit heeft een negatief effect op de agrarische structuur. Daarnaast worden de gronden een 'generatie' lang uit de agrarische productie genomen en zijn ze niet beschikbaar voor een duurzame (economische) ontwikkeling van agrarische bedrijven. Als het buitengebied wel gebruikt wordt, dient er eerst naar het bouwblok (bebouwd en onbebouwd) en naar niet-agrarische functies gekeken te worden. Hierbij denkt LTO Noord aan bedrijventerreinen, geluidswallen of -schermen, waterbassins, overhoeken en bermen.
Er zijn zonnepanelen die aan twee zijden het licht kunnen opvangen, waardoor je met dezelfde investering een aanzienlijke hogere opbrengst aan zonne-energie krijgt. Deze panelen kunnen goed toegepast worden op geluidswallen of op drijvende vlotten op water. Deze laatste optie is zeer rendabel door de weerkaatsing van het zonlicht en de koelte van het water. Bovendien kunnen de panelen bijna energieloos meedraaien met de zon wat zorgt voor een 18 procent hogere opbrengst. Pas als deze opties niet mogelijk zijn, is LTO Noord voorstander van het onderzoeken of zonnepanelen - onder voorwaarden - op landbouwpercelen zijn te plaatsen.

Naast uitsluitingsgebieden als de begrenzing van NNN, weidevogelleefgebieden en bufferzones zou wildgroei van zonnepanelen/-weides voorkomen moeten worden midden in een open landbouwgebied. Daarnaast zou er gekeken moeten worden naar het aantal bewoners/gebruikers en de economische waarde van het gebied. Eén van de voorwaarden waar LTO Noord voor pleit is dat er een maximum van 25 jaar verbonden wordt aan de tijd van plaatsing én dat de agrarische bestemming van het perceel wordt gehandhaafd.

Tot slot vindt LTO Noord dat het van belang is te voorkomen dat het draagvlak van duurzame energie wordt ondermijnd door grootschalige toepassingen van zonnepanelen in het landelijk gebied met een forse inbreuk op landbouw en landschap. Het is mogelijk dat er publieke weerstand ontstaat bij het toestaan van grote zonneweides in het buitengebied. Er zijn helaas al landen (Tsjechië) waar dit heeft geleid tot grote maatschappelijke weerstand, in onze ogen is dat een ongewenst bijeffect van verduurzaming.