Utrechtse boer zoekt dieselbesparing

De mogelijke besparingen op het dieselverbruik zijn binnen de melkveehouderij nog relatief onbekend. Om hierin een stap te zetten, hebben drie voorbeeldbedrijven in Utrecht hun dieselverbruik over 2016 gemeten per bedrijfsactiviteit. Een gerichte aanpak is nu mogelijk.

‘Dieselverbruik is voor mij een blinde vlek: ik denk er pas aan als ik moet tanken en ik heb geen idee wat ik kan doen om zuiniger te rijden met de trekkers en de shovel’, zegt melkveehouder Jan Oskam uit Leusden.
Oskam is een van de drie voorbeeldboeren in het project ‘Energieneutrale Melkveehouderij Utrecht’, dat wordt begeleid door Projecten LTO Noord en PPP Agro Advies.

Volgens adviseur dieselbesparing Teus Verhoeff van PPP Agro Advies zien de boeren het nut van besparing op diesel, ook omdat daar geld mee te besparen is.
Verhoeff beseft dat besparen op dieselverbruik niet boven aan de prioriteitenlijst staat. ‘Als melkveehouder heb je allerlei vertrouwde, vaste werkgewoontes. Het dieselgebruik is daar een resultante van.’
Toch zijn er een aantal haalbare en direct toepasbare maatregelen. ‘De motor niet steeds stationair laten draaien en niet steeds vol gas rijden, daar zijn alle boeren gemotiveerd voor.’

1.000 euro per jaar
In totaal kan een besparing per bedrijf zeker oplopen naar 1.000 euro per jaar, maar de belangrijkste motivatie voor boeren moet het milieuvoordeel zijn, stelt Verhoeff.
Bij het verzamelen van de dieselgegevens heeft de projectbegeleiding bewust gekozen om zowel het directe als het indirecte verbruik in kaart te brengen.
Het directe verbruik is de dieselolie die door eigen machines en werktuigen wordt verbruikt, het indirecte verbruik betreft het dieselverbruik van de loonwerker.

Vergelijken
Het huidige verbruik van de voorbeeldbedrijven van Oskam en Robert Peek uit Wilnis is vergeleken met cijfers van vijftig Utrechtse melkveebedrijven. Het gaat om de cijfers van enkele studiegroepen uit een recent ander Utrechts energiebesparingsproject van Gebiedscoöperatie O-gen en het Programmabureau Utrecht-West.
Op deze bedrijven werd jaarlijks gemiddeld 204 liter diesel per hectare verbruikt. In totaal verbruikt het gemiddelde bedrijf 10.777 liter diesel per seizoen; de voorbeeldbedrijven zitten daar beide boven.
Aan de spreiding van de cijfers is te zien hoe de verbruikscijfers van bedrijven uiteenlopen. De laagste 10 procent verbruikers gebruikte slechts 168 liter diesel per hectare. Dat is bijna een vijfde minder dan de gemiddelde verbruiker.
Met 227 liter diesel per hectare zit het bedrijf van Oskam boven het gemiddelde, terwijl Peek ruim 20 procent onder het gemiddelde zit. ‘Dan lijkt een besparing van 20 procent haalbaar voor sommige bedrijven, maar zo logisch is het in de praktijk niet’, zegt Verhoeff.
Per 1.000 kilo melk komt het verbruik dichter bij elkaar. Bij de 10 procent bedrijven met het hoogste en laagste verbruik per 1.000 kilo melk is de invloed van de intensiteit duidelijk te zien.
Want de cijfers geven aan dat hoe intensiever een bedrijf is, hoe hoger het dieselverbruik per hectare is. Dit komt omdat het dieselverbruik van het stalwerk, zoals voeren, door minder hectare wordt gedeeld.
Voor dieselverbruik per ton melk is het omgekeerde in sterkere mate het geval: hoe intensiever een bedrijf, hoe lager het dieselverbruik per ton melk, omdat het dieselverbruik van de aan- en afvoer van respectievelijk (ruw)voer en mest niet wordt meegenomen.
‘Naast het totale verbruik hebben we geprobeerd om het verbruik per activiteit in kaart te brengen’, vertelt Verhoeff.

Verbruik splitsen
Hiervoor hebben de voorbeeldbedrijven per activiteit gemeten, per hectare en/of per uur. De meeste diesel wordt gebruikt bij het voeren, de voederwinning, bemesting en het extra transport van en naar percelen op afstand.
Bij Oskam is het maaiwerk goed voor bijna de helft van het gebruik, bij Peek is dit ook de grootste verbruiker.
Verhoeff heeft met de voorbeeldbedrijven een plan op maat gemaakt om het dieselverbruik te reduceren.
‘In dit plan werk ik samen met het voorbeeldbedrijf concrete besparingsmaatregelen uit die voor het bedrijf van toepassing zijn. Oskam maakt bijvoorbeeld veel gebruik van zijn shovel en hij ziet een paar aanknopingspunten om te besparen: de motor niet meer stationair laten draaien en het frequenter schoonmaken van filters, met name in de zomer.’

Optimaliseren
Het idee achter het project ‘Energieneutrale Melkveehouderij Utrecht’ is om het dieselverbruik op de voorbeeldbedrijven te optimaliseren. ‘Zo kunnen we aan andere melkveehouders laten zien op welke manieren zij diesel kunnen besparen’, vertelt projectleider Wouter Veefkind van Projecten LTO Noord.

Een aantal van deze maatregelen is uitgewerkt in het praktijkblad dieselbesparing.
Via een overzichtelijke lijst van maatregelen op dieselbesparing, ingedeeld in direct toepasbare maatregelen, seizoensmaatregelen en langetermijnmaatregelen krijgen boeren handvatten voor hun eigen bedrijf. De lijst is opgesteld door LTO Noord, PPP Agro Advies en AgroEnergiek.
Voor direct toepasbare maatregelen moeten boeren denken aan de juiste rijstrategie, de trekker niet stationair laten draaien, regelmatig onderhoud en goede afstelling. ‘Als je niet vol gas door het land rijdt, maar met een iets lager toerental van 1.800 toeren, dan scheelt dat al heel veel’, adviseert Teus Verhoeff van PPP Agro Advies. Bij onderhoud gaat het om luchtfilters, schone olie en goed geslepen messen.
Bij seizoensmaatregelen helpen de juiste bandenspanning, de juiste trekker-werktuigcombinatie en het achterwege laten van bepaalde werkzaamheden. Dat laatste heeft veel impact op de praktijk van de boer. Het gaat om keuzes als gras kneuzen, het gebruik van een weilandbloter en de wijze van gras hakselen. Verhoeff: ‘Denk ook na over welke trekker je inzet. Soms is een kleinere toereikend.’
Op lange termijn gaat het om maatregelen als een alternatief voor een voermengwagen, bijvoorbeeld een kuilvoersnijder in combinatie met een doseerwagen.
Ingrijpender maatregelen zijn: alles uitbesteden van je voerwinning aan de loonwerker, omdat die meestal met nieuwere, energiezuiniger machines werkt. En dan zijn er nog ingrijpender maatregelen zoals kavelruil en weidegang. Door kavels ruilen kan het aantal transportkilometers omlaag. En koeien in de wei halen het gras zelf binnen. Ook dat scheelt machinegebruik en dus ook diesel.


Bron: Nieuwe Oogst