Pootaardappelen Flevoland

Fytosanitaire kwaliteit ATR-pootgoedvermeerdering

De aardappelverordening van het Productschap Akkerbouw werd in 2015 overgenomen door het toenmalige Ministerie van EZ. Daarin wordt bepaald dat alleen gecertificeerd pootgoed gebruikt mag worden voor de productie van aardappelen. Uitzonderingen daarop zijn de TBM-vermeerdering in het zand- en dalgrondengebied voor de aardappelzetmeelteelt en de ATR-vermeerdering voor de consumptieteelt. De TBM-vermeerdering wordt beoordeeld door de Stichting TBM en de NAK voert voor ATR een veldkeuring uit.

De verordening heeft tot doel om de fytosanitaire kwaliteit van de aardappelteelt op een hoger plan te houden. Immers onze aardappelteelt gebeurt op intensieve schaal en er zijn diverse ziekten en plagen die de kwaliteit en productiviteit bedreigen. Voor de verordening bestaat dan ook ruimschoots draagvlak bij de sectorgenoten. Dat pootgoed centraal staat is niet verwonderlijk, want doordat de pootgoedvermeerdering vegetatief is, kunnen ziekten en plagen eenvoudig van het ene gewas naar het volgende meegenomen worden. Op die wijze kunnen bovendien fytosanitair geschikte percelen, besmet raken met lastige organismen.

Wat betreft aardappelmoeheid volgt de werkgroep LTO Consumptieaardappelen en Uien de ontwikkelingen in het Plan van Aanpak AM nauwlettend. AM kan schade veroorzaken en de afgelopen jaren is er sprake van virulentere G. pallida populaties. Vermoedelijk zijn die een gevolg van uitselectie onder de teelt van resistente rassen. Het is zaak om de ontwikkeling en verspreiding van virulentere populaties te vertragen, zodat er voldoende tijd gewonnen wordt om nieuwe AM-resistente rassen te kunnen ontwikkelen; veredeling is nu eenmaal een proces van de lange termijn. Zeker als alleen traditionele methoden gebruikt kunnen worden.

Om die reden adviseert de werkgroep LTO Consumptieaardappelen en Uien om voor de teelt van ATR-pootgoed, het perceel vrijwillig te laten onderzoeken op AM. Allereerst is daar het eigen belang van de consumptieteler mee gediend, maar het is ook van belang voor de hele sector. De Stichting TBM heeft het afgelopen jaar succesvol het vrijwillige onderzoek gestimuleerd, en adviseert dat percelen die niet aantoonbaar besmet zijn, of percelen die een lichte besmetting hebben tot 500 LLE per 200 gram grond (een paar cysten) geschikt zijn voor de TBM-vermeerdering. Parallel kan de interpretatie voor vrijwillig AM-onderzoek voor ATR percelen zijn. ATR-telers worden geadviseerd dit serieus te overwegen.

Met pootgoed worden ziekten en plagen verspreid. Meten is weten en vrijwillig onderzoek is de enige manier om de actuele fytosanitaire situatie in kaart te brengen. Dat kost geld, maar is een investering voor de toekomst in de kwaliteit van de aardappelteelt. In dat perspectief is het ook van belang om de fytosanitaire kwaliteit van huurpercelen goed in beeld te krijgen. Niet alleen voor de ATR-vermeerdering, maar ook voor de consumptieteelt is dat van belang. Immers, ook tarragrond bij de oogst is een bron van besmetting en kan lelijke gevolgen hebben voor het eigen bedrijf.

De werkgroep adviseert dan ook om de fytosanitaire status van huurpercelen op te vragen bij de eigenaar. Elk perceel heeft een geschiedenis en het zou mooi zijn als die in een paspoort van dat perceel wordt vastgelegd ten behoeve van de gebruiker. Zo’n bodempaspoort kan tegenwoordig eenvoudig digitaal opgebouwd worden en dient als beslissingsondersteuning voor het gebruik. Actuele informatie is essentieel en helpt ondernemers om zelfstandig een verantwoorde keuze te maken. De fytosanitaire kwaliteit van onze geliefde aardappelteelt is daar zeker mee gediend.

Jeroen Kloos

Jeroen Kloos

Senior adviseur Akkerbouw LTO Nederland

Naar alle weblogs van Jeroen Kloos

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.