akker

Bruinrotpreventie verdient extra aandacht

De werkgroep LTO Pootaardappelen heeft in haar vergadering in het Groningse Wehe-den Hoorn op 13 juni jl. het bruinrotbeleid onder de loep genomen.

Na een lange periode zonder incidenten kon worden vastgesteld dat het fytosanitaire beleid voor bruinrot goed werkt. Helaas hebben er in 2016 en 2017 toch weer een paar incidenten plaatsgevonden. Voor de betrokken telers is dat een serieuze, vervelende zaak. Voor de sector als geheel is dat ook van belang, want als pootgoed exporterend land zijn we echt niet gebaat bij die voorvallen. Zelfs niet als die nog maar op een zeer beperkte schaal voorkomen. 

Naar aanleiding van een bruinrotincident in 2016 heeft de NVWA onderzoek gedaan naar de herkomst van de besmetting. De uitkomst van het onderzoek en het natrekken van eerdere bruinrotbesmettingen laat zien dat de meerderheid van de besmettingen gerelateerd is aan het gebied op de noordelijke klei langs besmet oppervlaktewater. Vanaf 2005 zijn er achttien bedrijven geconfronteerd geweest met een bruinrotbesmetting en daarvan zijn er veertien gerelateerd aan dat gebied. Een latente besmetting in een kloon kan zich soms pas na jaren manifesteren en kan grote gevolgen hebben. Temeer omdat het gebied de kraamkamer is van pootgoed dat gebruikt wordt voor verdere vermeerdering elders.

De pootgoedsector heeft zichzelf een beregeningsverbod opgelegd. Dat wordt nageleefd en het is dan ook uitgesloten dat daardoor de incidenten zijn ontstaan. De NVWA relateert de besmettingen van 2016 aan een stevige zomerstorm waardoor water uit besmet, breed openwater op naburige percelen verstoof. Zomerstormen komen niet elk jaar voor en het gaat dus vaak goed, maar toch is het goed om als pootgoedteler er wel rekening mee te houden dat zich een zomerstorm voordoet. Het is in elk geval verstandig om dat goed te monitoren en vast te stellen of door een zomerstorm oppervlaktewater is verstoven op de naburige aangrenzende pootgoedpercelen.

In overleg met telers uit het gebied zijn al een aantal preventieve maatregelen geformuleerd, die kunnen helpen om het risico op besmetting na zo’n zomerstorm te minimaliseren. Een belangrijke is om hoogwaardig pootgoedmateriaal wat bestemd is voor vermeerdering, niet pal naast het openwater te planten. Een bufferstrook respecteren is een eenvoudige optie om in elk geval het pootgoed voor pootgoed te vrijwaren van besmetting door stuifwater. De sector heeft een aantal maatregelen opgesteld, die kunnen helpen om extra preventie op het bedrijf in te voeren. Zorgvuldigheid en voorzorg kenmerken de pootgoedtelers en het is dus niet ondenkbaar, dat velen dat op het eigen bedrijf al in de praktijk brengen.

Toch wil de werkgroep pootaardappelen een appél doen op alle pootgoedtelers met percelen grenzend aan besmet openwater om hier serieus en vooral systematisch werk van te maken. Niemand zit te wachten op opnieuw een cirkelbeleid op dit punt, maar een richtlijn of protocol dat helpt om systematisch de fytosanitaire bruinrotrisico’s in kaart te brengen is van belang voor iedere individuele teler, maar ook voor het collectief van de pootgoedsector als geheel, concludeerde de werkgroepsvoorzitter Peter Berghuis. Daarom zullen er scenario’s worden uitgewerkt om dat doel te bereiken. Na de zomer zullen die bekeken worden op praktische haalbaarheid, en bovenal op draagvlak worden getoetst bij de betrokken telers in het gebied.

 

 

Jeroen Kloos

Jeroen Kloos

Senior adviseur Akkerbouw LTO Nederland

Naar alle weblogs van Jeroen Kloos

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.