aardappel

Afspraak is afspraak

De kwaliteit van onze pootaardappelen blijft om aandacht vragen. Een continue proces van verbeteringen en zorg om de intrinsieke kwaliteit van het pootgoed te borgen en garanderen. De levendige discussies tijdens de goedbezochte LTO pootgoedavond te Espel d.d. 26 november 2019 bevestigde dat overduidelijk. Kwaliteit mag wat kosten, maar er wordt wel gezocht naar balans tussen kosten en inkomsten. Duidelijk werd gesteld dat de traditionele stammenteelt ten dode is opgeschreven als er vanaf de derde generatie PB-klasse een nacontrole vereist wordt. Die is dermate duur voor de kleine volumes, dat het de moeite niet meer loont.

Een wijzigingsvoorstel voor het keuringsreglement om voor de E-klasse twee normensets te hanteren, stuitte ook op praktische bezwaren. Het doet afbreuk aan het imago en het is niet te borgen voor afnemers dat ze de gewenste kwaliteit krijgen. Er zouden dan namelijk twee verschillende kwaliteiten E-klasse in het handelsverkeer in omloop zijn. Welke van de twee is dan de goede kwaliteit? Pootgoedtelers en zeker de pootgoedafnemers vinden het dan ook niet zo’n goed idee om dat wijzigingsvoorstel door te voeren. Ook in Espel bleek bij de aanwezigen daar geen draagvlak voor.

Over de verplichte nacontrole van partijen voor eigen gebruik, bleek dat het gehoor graag vasthoudt aan de ontheffingsmogelijkheden, die thans van kracht zijn. Het doorlopen van de generatiestappen is helder en bijmengen is verboden. De sector heeft daar afspraken over gemaakt en vastgelegd in het keuringsreglement. We kunnen aannemen dat bijmengen toch gebeurt en dat misschien ook de generatiestappen niet helemaal precies worden gevolgd, zoals die bedoeld zijn. Geldt dan ‘een beetje fout is niet fout’? Waar ligt de grens? Op papier is het duidelijk, maar in de praktijk ligt dat kennelijk toch even wat anders.

Hoe gaan we als sector daarmee om? Het imago van betrouwbaarheid en kwaliteit wordt voor het belangrijkste deel door onszelf bepaald. Nacontrole op virus is niet bedoeld om de generatiestappen te controleren, maar het kan wel helpen. Een inspectie, die bedrijven gaat controleren op het naleven van de pootgoedregels, willen we ook niet. De vertrouwensrelatie met de keurmeester is voldoende en borgt de intrinsieke kwaliteit. Is het daarmee klaar? Er zullen altijd mensen zijn die de grenzen opzoeken of daar overheen gaan. Regels die afgesproken zijn, zullen dan ook nageleefd moeten worden en dat kan alleen als er een zekere mate van controle is. Detectie van overtredingen is noodzakelijk.

Er is een werkgroep Preventie Fraude Pootgoed (PFP) aan het werk om te analyseren wat er zoal fout kan gaan en hoe we dat kunnen voorkomen. Aanleiding daarvoor was de fraude dit voorjaar met vervalste certificaten. De imagoschade is lastig in te schatten, maar we kunnen gerust stellen dat we door het ‘buitenland’ onder een vergrootglas gelegd worden. Het is een groot economisch belang dat op het spel staat. Vervalste certificaten is van een ander niveau dan ‘een beetje bijmengen’. Toch hebben we op de lange termijn er collectief belang bij dat we onze eigen collectieve afspraken ook collectief naleven. Het controleren en sanctioneren hoort daarbij, maar het begint met draagvlak voor de gemaakte afspraken.

 

Jeroen Kloos

Jeroen Kloos

Senior adviseur Akkerbouw LTO Nederland

Naar alle weblogs van Jeroen Kloos

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.