Aardappelen

Marktkansen pakken

De boodschap tijdens de pootgoedavond te Wieringerwerf d.d. 28 november 2019 was helder: afzetmogelijkheden moeten zo optimaal mogelijk benut worden. Virus, zo werd ingebracht, heeft in de lange exportgeschiedenis nooit tot klachten geleid. De kwaliteit is gewoon goed en als dan een streepprocentje meer virus in de weg staat om de gevraagde E-klasse te kunnen leveren, is het van belang om daaraan tegemoet te komen. Zonder afbreuk te doen aan de faam en naam van ons pootgoed, maar die markt mogen we niet laten liggen.

Nederlandse kwaliteitsnormen zijn hoger dan de Europese minimumnormen. Toch zijn er landen, ook buiten Europa, die de E-klasse verkiezen boven onze A-klasse. De klant is koning en als een land dat wil, probeer je aan die wens tegemoet te komen. Er is daarom vanuit de handel voorgesteld om twee E-klassen te kunnen hanteren. Eén voor de export met een iets ruimere virusnorm en één voor Europa met de huidige norm. Dat voorstel stuit echter op praktische uitvoeringsbezwaren en ontmoet weinig draagvlak.

Iets anders zou het zijn als de E-klasse norm voor virus in het algemeen iets versoepeld wordt. Dat komt tegemoet aan de wens om marktkansen optimaal te benutten. De bedoeling van de pootgoedteelt is om geld te verdienen en daar moet je alle afzetkansen voor pakken, aldus de onderbouwing in Wieringerwerf. Deze discussie komt niet zomaar uit de lucht vallen. De verlagingen vanwege virusonderzoek in de nacontroles zijn dit jaar hoger dan in voorgaande jaren. Op dit moment geldt voor afgelopen seizoen een verlagingspercentage van 36%. Voor het teeltjaar 2018 was dat nog 25%.

Een forse toename zeker als dat geplaatst wordt in perspectief van de jaren daarvoor: in 2017 was dat 17,1%, in 2016 7,8% en in 2015 was het verlagingspercentage 14,8%. Een fikse stijging en de deskundigen vrezen voor de cijfers van volgend jaar. Weer een zachte winter zal opnieuw een hoge luizendruk vroeg in het jaar mogelijk maken en het pootgoed zal iets meer besmet zijn. Ook de aardappelopslag mag niet vergeten worden. Kwaliteit blijft om aandacht vragen, maar balans met de handel en ons lange termijn reputatiebelang als betrouwbare leverancier van topkwaliteit producten is essentieel.

Het ketenbelang is evident en een gezamenlijke strategie, gedragen door alle schakels, is het fundament om onze reputatie hoog te houden. Het keteninitiatief om probleempartijen te onderzoeken en te analyseren waar en hoe dat kan worden verbeterd, getuigt van zulke goede intenties. Een probleempartij wordt gedefinieerd als een partij, waarvan meer dan 5% van het geplante pootgoed niet opkomt. Resultaten van het onderzoek van de afgelopen jaren tonen aan dat 79% van de pootgoedpartijen geen enkel probleem veroorzaakt. Dat betekent dat toch nog in 21% van de pootgoedpartijen één (of meer) consumptiepercelen een verlaagde opkomst (>5%) liet zien.

Nadere analyse leerde dat 40% van die problemen ook in het pootgoedmonster problemen kende en 60% alleen in het consumptiemonster. Dus bij 40% van alle probleemgevallen is de pootgoedkwaliteit mede verantwoordelijk voor het opkomstprobleem. Bij 60% is dat alleen te verklaren door problemen in de keten. Het vervolg van het ketenproject gaat zich richten op een stresstest om bij de bron probleempartijen te kunnen identificeren. Terecht werd daarover gezegd, dat de pijlen dan weer gericht zijn op de pootgoedproducent, terwijl het merendeel van de klachten toch in de keten wordt veroorzaakt. En ook daar moet hard aan gewerkt worden om alle marktkansen en -potentie optimaal te benutten. 

Jeroen Kloos

Jeroen Kloos

Senior adviseur Akkerbouw LTO Nederland

Naar alle weblogs van Jeroen Kloos

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.