aardappelveld

AM blijft zich ontwikkelen

Ontwikkelingen van AM-populaties en de kennis daarover zijn van groot belang. Niet alleen voor het aardappelteeltgebied waar de virulentere populaties zich als eerste manifesteerden. Maar ook voor de pootgoedsector en teeltgebieden ver daarbuiten zijn ontwikkelingen van belang. Tijdens de LTO pootgoedavond in het Friese Vrouwenparochie op 3 december 2019, bleek dat duidelijk.

Ook daar worden de ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. De levendige discussie en wisseling van inzichten met de grote groep aanwezige pootgoedtelers getuigden daarvan. Het is niet de vraag ‘of’ die AM-ontwikkelingen zich ook in andere gebieden zullen voordoen, maar het is meer de vraag ‘wanneer’ dat zal gebeuren, aldus NVWA-deskundige Bert Waterink.

Het is dus zaak om er alles aan te doen om verspreiding te voorkomen. Uitstel betekent geen definitief afstel, maar met een constante zorg om verspreiding te voorkomen, kan een hoop gewonnen worden. Pootgoedtelers weten dat als geen ander: elke teelt moet worden voorafgegaan met een AM-bemonstering. Het advies is om dat ook te doen voor pootgoed voor eigen gebruik. Immers meten is weten. Zo’n AM-bemonstering is overigens geen 100% garantie. Het is ook niet voor niets dat pootgoedtelers er regelmatig voor kiezen om naast de verplichte bemonstering nog een vrijwillige, intensievere bemonstering te laten uitvoeren. Een vroege detectie van een beginnende haard, biedt ruimte voor bestrijdingsmaatregelen.

Besmetting via wat afvallende grond van een machine, afkomstig van een ander perceel, is een gebruikelijke verspreidingsroute. AM-cysten kunnen ook met de wind verstuiven en dan is het afhankelijk van de windrichting en de mate van verstuiving in hoeverre de verspreiding effectief verloopt. NAK-deskundige Jan Eggo Hommes berekende echter dat het statistisch beschouwd niet erg voor de hand liggend is dat je een nieuwe besmetting direct opspoort. Die moet zich eerst kunnen ontwikkelen, voordat je AM-cysten in een monster terugziet. Eén steekje van zes cc per 100 vierkante meter biedt geen al te grote kans op een snelle detectie. Daar moet zeker wel 10 jaar overheen, voordat een reële opsporingskans ontstaat.

Veel vragen werden gesteld over het gebruik van resistente rassen. Uitselectie heeft er toe geleid dat virulentere populaties zich kunnen ontwikkelen. De vraag werd terecht gesteld, of het eenzijdig gebruik van een resistent ras, niet juist de oorzaak van virulentere populaties is. Een lastige vraag; immers het gebruik van gevoelige rassen leidt tot een populatie-explosie. Het gebruik van een resistent ras is niet voor niets een erkende bestrijdingsmaatregel. De verwarring is begrijpelijk. Er verscheen recent een artikel, waarin WUR-deskundige Geert Smant kopte: “Rassen afwisselen, nu de beste remedie tegen AM”. Na publicatie bleek hij erg teleurgesteld met het artikel: op bepaalde plaatsen was de onjuiste boodschap zwaarder aangezet, onder andere zijn quote als artikelkop. Een redactiefout, die hersteld dient te worden.

De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dat de teelt van pootgoed niet eenvoudig is, verbaast niet en biedt ook kansen zich te onderscheiden op de markt. Gelukkig zijn er mogelijkheden om schades, die een bedreiging kunnen betekenen voor het voortbestaan van het bedrijf, te verzekeren. De onderlinge verzekering voor Bruinrot, Ringrot en PSTV functioneert al vele jaren naar ieders tevredenheid. Vragen over mogelijke verzekering tegen M. chitwoodi/fallax dienen zich aan, maar het is de vraag of dat een bedreiging voor het voortbestaan van het bedrijf is. Schades, die jezelf kunt dragen, moet je niet verzekeren. Gekscherend werd er gevraagd of er mogelijkheden zijn om luizenschade te verzekeren. De vraag stellen, is het antwoord geven, en dat geldt ook voor AM. Afkeuring van één partij of perceel is voor het bedrijf als geheel pijnlijk, maar niet bedreigend voor het voortbestaan.

 

Jeroen Kloos

Jeroen Kloos

Senior adviseur Akkerbouw LTO Nederland

Naar alle weblogs van Jeroen Kloos

Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.