Het zesde actieprogramma zonder derogatie

Het idee is dat Nederland geen derogatie aanvraagt voor de veehouderij en in ruil daarvoor worden mineralenconcentraat en de dunne fractie na de bewerking van mest erkend als kunstmestvervangers.

De mestverwerking begint redelijk op gang te komen en als de verwerkte producten worden erkend als kunstmestvervangers, dan heeft de veehouderij veel meer plaatsingsmogelijkheden van mineralen uit mest. Met gebruik van de derogatie mogen melkveehouders 230 kg N of 250 kg N per hectare aanwenden in de vorm van dierlijke mest. Het overige deel van de gebruiksnorm kan alleen ingevuld worden met kunstmest. Als dat echter ingevuld kan worden met kunstmestvervangers, dan bespaart dat geld voor de aankoop van kunstmest voor de melkveehouder, en komt er bovendien meer plaatsingsruimte voor mineralen uit de intensieve veehouderij.

Het niet aanvragen van derogatie heeft ook effecten voor andere sectoren. Niet heel Nederland zou hoeven worden aangemerkt als uitspoelingsgevoelig en in plaats van een gedetailleerde set voorschriften kan volstaan worden met een veel eenvoudiger programma gebaseerd op goede landbouwpraktijk. Als er geen derogatie wordt aangevraagd zal een veel minder scherp actieprogramma volstaan.

De vakgroep toetst het draagvlak voor deze gedachte, ook omdat het maatschappelijk milieubelang er mee gediend is. Op grasland wordt minder onbewerkte drijfmest gebruikt en aangevuld met bewerkte kunstmestvervangers met een hoge werkingscoëfficiënt . De berekende uitspoelingbesparing is 14 kg  N/ha. Bovendien hoeft er geen kunstmest meer worden gekocht, waardoor de CO2 footprint verder daalt. Winst voor alle partijen.