'Samen optrekken als Biohuis en LTO

Hoe worden de belangen voor leden van LTO Noord met een biologisch bedrijf behartigd? Wie zijn hierin actief en hoe versterken de verschillende organisaties elkaar? ‘Waar je samen krachtiger kunt zijn, daar trekken we op met LTO’, zegt Miriam van Bree, manager Kennis & Innovatie van Bionext. ‘Ook zitten we samen om tafel over bijvoorbeeld ruimtelijke ordeningsplannen.’

Stel je bent een biologische boer of je bent in omschakeling naar een biologisch bedrijf. Wie is dan jouw belangenbehartiger? Als lid van LTO Noord is er binnen LTO Nederland de vakgroep Biologische Land- en Tuinbouw, die de specifieke belangen van biologische boeren of tuinders behartigt. Deze belangenbehartiging wordt in de praktijk gedaan door de vereniging Biohuis.

Circa de helft van alle tweeduizend biologische boeren en tuinders is aangesloten bij deze landelijke vereniging. ‘Eigenlijk is Biohuis een vereniging van verenigingen’, vertelt voorzitter IJsbrand Snoeij. ‘Bijvoorbeeld de Biologische pluimveehoudersvereniging, met circa 140 leden. En de vereniging Natuurweide, waar de biologische melkveehouders in zijn verenigd.’

Krachten bundelen
Bijzonder aan Biohuis is dat een deel van de leden lid is bij LTO en een deel niet. ‘We moeten de krachten van de LTO-leden en de niet-leden bundelen in het Biohuis’, zegt Snoeij. ‘Anders ben je als biologische sector te klein om gehoord te worden en wordt het heel lastig in de belangenbehartiging.’  Snoeij is ook voorzitter van de vakgroep Biologische Land- en Tuinbouw van LTO Nederland. Vanuit die laatste functie is hij lid van het landelijke LTO-overleg, waarin alle vakgroepvoorzitters een aantal keer per jaar bij elkaar komen.

‘Biohuis heeft haar eigen, zelfstandige belangenbehartiging’, legt Snoeij uit. ‘Bijvoorbeeld als het gaat om specifiek biologische wetgeving. Als hierover discussie is in Brussel, zit Biohuis daarvoor aan tafel via de biologische Europese koepelorganisatie Ifoam EU, samen met de Europese koepelorganisatie van LTO, Copa Cogeca.’

Afhankelijk van het onderwerp trekt Biohuis in de belangenbehartiging samen op met LTO Nederland. Bijvoorbeeld tijdens de Fipronil-crisis. Snoeij was toen net voorzitter geworden van Biohuis en zocht de samenwerking met de landelijke vakgroep Pluimveehouderij van LTO Nederland.

In de biologische akkerbouw sloten Bionext, Biohuis en de hele keten een aardappelconvenant tussen telers, vermeerderaars en winkelketens. Dit convenant richt zich op het verder verduurzamen van de biologische aardappelteelt, door vanaf 2020 alleen nog aardappelrassen te telen en te verhandelen met phytophthoraresistentie.

Maar de neuzen staan niet altijd dezelfde kant op. ‘Een lastig onderwerp is bijvoorbeeld gentech, de discussie over genetisch gemodificeerde gewassen’, zegt manager Miriam van Bree van Bionext, de ketenorganisatie, die de biologische keten van boer tot consument verbindt.

‘LTO pleit allereerst voor de toelating van genetisch gemodificeerde gewassen en wil daarnaast keuzevrijheid voor de boer als het om gmo-gewassen gaat. Biohuis stelt de keuzevrijheid voorop en wil het risico uitsluiten dat deze gewassen onbedoeld kruisen met de biologische gewassen, die gmo-vrij moeten zijn. Wij zeggen dan tegen LTO: let op, dit is ons standpunt, je hebt wel twee stromen binnen je achterban.’

Sparren met LTO
In de gemeenten en provincies is LTO de belangenbehartiger, die voor alle sectoren opkomt, dus ook voor de biologische. Dat geldt ook voor onderwerpen als klimaat, biodiversiteit, fosfaat en stikstof. ‘Waar je samen krachtiger kunt zijn, daar trekken we op met LTO’, aldus Van Bree.

‘Bij technische onderwerpen, zoals een plan over ruimtelijke ordening, heb je elkaar hard nodig. Het is dan fijn om hier met een beleidsadviseur van LTO over te sparren. En om de LTO-adviseur erop te wijzen dat de specifieke biologische thema’s in het voorstel moeten worden behouden.’

Bionext werkt op verschillende manieren aan het belang van de biologische sector, zegt Laurens Nuijten, verenigingsmanager van Biohuis en projectleider bij Bionext. ‘We zijn een ledenorganisatie en een kennis- en innovatiecentrum. Tegelijkertijd hebben we rechtstreeks contact met de handel. Zo haal je als lid van Biohuis veel uit je lidmaatschap.’

Daarnaast zou Biohuis wel meer aan lobby willen doen, de contacten bijhouden in Den Haag. ‘Maar daar hebben we niet altijd voldoende middelen voor beschikbaar. We hebben daarbij ook wel contact met de lobbyisten van LTO, maar die lijntjes zouden strakker kunnen’, zo geeft Nuijten aan.

Het is voor LTO niet makkelijk om zichtbaar te maken wat de organisatie doet voor de leden met een biologisch bedrijf. De biologische sector lift mee in de algemene onderwerpen. En wat specifiek biologisch is, loopt via Biohuis.

‘Zichtbaarheid is een grote uitdaging’, zegt Snoeij. ‘Maak in de communicatie op allerlei manieren visueel wat LTO doet voor de bioboer. En ik kom graag naar afdelingsavonden van LTO Noord om te vertellen over hoe Biohuis en LTO de belangenbehartiging voor de biologische boer en tuinder vormgeven.’

Jeroen Neimeijer namens LTO Noord afgevaardigde in Bioraad
Het Biohuis-bestuur (IJsbrand Snoeij, Douwe Monsma, Maria Buitenkamp, Arie van den Berg, Wicher Hoeve en Pipie Smits van Oyen) wordt gekozen door de algemene ledenvergadering. Het bestuur wordt geadviseerd door de Bioraad. Hier bespreken vertegenwoordigers van de vijftien aangesloten verenigingen actuele kwesties, beleidsplannen en te ondernemen acties. LTO Noord, ZLTO en LLTB zijn vertegenwoordigd in de Bioraad. Namens LTO Noord is Jeroen Neimeijer afgevaardigd naar de Bioraad. Biohuis werkt samen met alle schakels in de biologische keten; met de handel, verwerkers en biowinkels. Dat gebeurt binnen Bionext. Deze doet veel werk voor de hele biologische sector. Zoals lobbyen, projecten initiëren, aanvragen en uitvoeren en consumenten en media informeren. Bij Biohuis en Bionext zijn in totaal 28 mensen (parttime) werkzaam.

Meer informatie kunt u hier vinden.

Bron: Nieuwe Oogst