Voorzitter in het veld Jakob Bartelds bezoekt konijnenhouder Henk Oonk

Jakob Bartelds, voorzitter van LTO Noord, schuift aan bij de keukentafel. Hij gaat in gesprek met leden uit de negen provincies van LTO Noord.

Het tweede bezoek van LTO Noord-voorzitter Jakob Bartelds vond plaats bij konijnenhouder Henk Oonk in Vragender. ‘Hij is een enthousiaste ondernemer in een kleine sector, die vanuit het niets is begonnen’, zegt Bartelds. ‘Daar heb ik veel respect voor.’ 

Oonk is konijnenhouder sinds 1986 en leerde het vak op stage. Hij is lid van LTO-vakgroep Konijnenhouderij en heeft de portefeuillehoudergroep Diergezondheid. Op zijn kavel van 1 hectare staan drie grote schuren waarin hij 2.000 voedsters met 33.000 nakomelingen houdt. De ondernemer runt het bedrijf samen met zijn aanstaande echtgenote Elizete uit Brazilië. Elk weekend werken vijf scholieren mee.
Tijdens een rondgang vertelt de ondernemer over de verzorging van de mestkonijnen, de voedsters en de nestjes met jongen. ‘Hier is duidelijk aandacht voor elk individueel dier’, zo valt Bartels op. Oonk benadrukt dat dit belangrijk is en dat de schaal van een bedrijf daarom grenzen heeft. Samen concluderen ze dat inzet op dierenwelzijn en duurzaamheid erg belangrijk is voor de toekomst.

Duurzaamheidsmaatregelen
Oonk nam al diverse duurzaamheidsmaatregelen. Hij is volledig zelfvoorzienend als het gaat om energie (zonnepanelen op alle schuren), het reinigen van afvalwater (helofytenfilterbassin) en de warmtevoorziening van de stallen (koude-warmteopslag).
De mest gaat naar een Duitse biovergister. Bartelds vraagt of dit niet in eigen land kan. Oonk blijkt hier al samen met de Biogasvereniging Achterhoek, met honderd boeren als lid, aan te werken. Zijn hokken voldoen daarnaast aan de dierenwelzijnsregels. 
Enkele jaren geleden heeft Oonk als LTO-bestuurder bij het ministerie van Economische Zaken gemeld dat de konijnenhouderij zich wilde aansluiten bij de andere vier grote diersectoren om te komen tot een structurele afname van het antibioticagebruik. Deze vrijwilligheid hadden ze bij het ministerie nooit verwacht, maar is wel doorgezet. 
Volgens de ondernemer is het voordeel van de konijnensector dat deze slechts 45 ondernemers in ons land kent. Daardoor is de bereidheid om samen te werken groot. ‘Sinds de productschappen zijn opgeheven, innen wij via een stichting geld op het voer. Alle voerfabrieken werken hieraan mee.’
Oonk verbaast zich erover dat goedkoop konijnenvlees wordt geïmporteerd vanuit landen waar ze minder streng met antibiotica omgaan. ‘Consumenten en supermarkten gaan helaas voor de lage prijs. Investeringen in dierenwelzijn worden niet altijd uitbetaald en zelfs misbruikt. Wanneer een supermarktketen wel het vlees met een ster van het Beter Leven-keurmerk wil, maar dan voor de reguliere prijs, dan is dat crimineel gedrag.’

Duitsland
De Gelderse ondernemer levert elke week 2.300 konijnen voor de slacht. Daarvan gaat 70 procent naar Duitsland. Al twintig jaar doet hij hier zaken met een slachterij die levert aan zorgcentra en restaurants, dus niet aan supermarkten. De overige konijnen gaan via een handelaar naar België.
In Nederland zijn geen konijnenslachterijen meer. Wel werkt Oonk samen met een groep konijnenhouders aan een mobiele slachterij. Deze moet draaien in periodes waarin vervoersverboden gelden voor levende dieren, bijvoorbeeld bij een MKZ-uitbraak.
Oonk vraagt Bartelds om aandacht te hebben voor de opkomst van kweekvlees. ‘Dit is een bedreiging voor de toekomst van de intensieve veehouderij. Over vier jaar is dit vlees al te koop en doet het niet onder voor de kwaliteit van gewoon vlees. Afwachten wat er gebeurt, is onverstandig’. Hij stelt daarom voor om vanuit LTO een werkgroep op te richten met diverse partijen, die hierop kunnen voorsorteren.

Laboratorium
Ook zijn dochter Emilly kent deze zorgen. Tijdens Boomplantdag schreef zij in een brief voor de toekomst, die in een fles werd mee geplant: ‘Als jullie dit lezen, zijn er dan nog boeren (mensen die dieren houden en deze daarna slachten en eten) of kopen jullie allemaal vlees uit een laboratorium?’

Bron: Nieuwe Oogst