Koeien in de wei

LTO: Slacht van hoogdrachtige koe is onwenselijk

LTO Nederland vindt de slacht van hoogdrachtige koeien onwenselijk.

Koeien die meer dan 90% van de draagtijd hebben voltooid mogen niet meer worden vervoerd. Veehouders en transporteurs behoren dit te weten. 

Melkveehouders werken dagelijks aan het gezond en op orde houden van hun veestapel. Het is ongebruikelijk op het boerenbedrijf om hoogdrachtige koeien (meer dan 6 maanden draagtijd) naar het slachthuis te brengen. Boeren hebben geen belang bij de slacht van drachtige koeien. Een boer laat een koe dekken of insemineren om nieuw kalf te krijgen. Een nieuw kalf en gezonde moederkoe zorgt ervoor dat de koe een goede melkproductie behoudt en dat de veestapel op peil blijft. 

Een van de redenen dat hoogdrachtige dieren toch in het slachthuis belanden is doordat bij de boer niet bekend is dat het dier al zo lang drachtig is. Koeien zijn levende wezens en de natuur is niet altijd voorspelbaar, soms tonen dieren tegengesteld gedrag waardoor de boer op het verkeerde been wordt gezet. Als een stier een koe heeft bevrucht, is het voor een boer lang niet altijd duidelijk hoe ver een koe is in de dracht. Hij is zich dan niet bewust van de hoogdrachtigheid van de koe. Andere reden kan zijn dat er sprake is van een noodsituatie. Denk bijvoorbeeld aan een situatie die ernstig afbreuk doet aan het welzijn van de koe.

LTO Nederland wil samen met andere sectorpartijen en de overheid aan de slag om te voorkomen dat hoogdrachtige koeien in het slachthuis terecht komen, tenzij sprake is van een noodsituatie en de boer geen ander keus heeft dan afstand te doen van de koe en kalf. 

 

Bron: LTO Nederland