De wijziging van de IenR regeling en de route ernaartoe

Vanaf 1 april 2019 moeten kalveren, voor ze gemeld worden, gemerkt zijn. Dit is, naast het invoeren van de bestuurlijke boetes per 1 juli 2019, de uitkomst van overleggen die afgelopen jaar hebben plaatsgevonden naar aanleiding van de onregelmatigheden I&R. Onderstaand een uiteenzetting van de stappen die doorlopen zijn om tot deze wijziging te komen.

Al weer ruim een jaar geleden werd de melkveehouderij geconfronteerd met de zogenaamde tweelingfraude. De term fraude werd al snel vervangen door onregelmatigheden en inmiddels het duidelijk dat de affaire veel groter is gemaakt dan deze in werkelijkheid was. De I&R-affaire heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat een goed functionerend I&R-systeem, zowel aan de kant van de gebruiker als aan de kant van de toezichthoudende instanties, van groot belang is voor de Nederlandse agrarische sector.

Dit alles is reden geweest om het I&R-systeem nog eens onder de loep te nemen. Naar aanleiding van de geconstateerde onregelmatigheden in het I&R-systeem, is in bestuurlijk overleg dan ook besloten een werkgroep verbetervoorstellen I&R rund samen te stellen. In deze werkgroep zaten vertegenwoordigers van diverse sectorpartijen waaronder LTO. Opdracht aan de werkgroep was het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het I&R-systeem te verbeteren. Conclusie van de werkgroep is dat het I&R-systeem voor de rundvee robuust is, maar dat er wel mogelijkheden zijn om de kans op onjuiste registraties verder terug te dringen.

Een foutje maken is menselijk en dit risico is het grootst bij het invoeren en verwerken van gegevens na de geboorte van een kalf. Daarom betreft een groot aantal van de verbetervoorstellen maatregelen die de kans op onjuiste registraties verkleint.

Inzet van LTO is steeds geweest dat de verbetervoorstellen in de praktijk uitvoerbaar zijn en bijdragen aan het verkleinen van de kans op het maken van fouten. Doel en in ieders belang is dat we een transparant en betrouwbaar I&R hebben. Fouten maken is menselijk en daarom zouden herstelmeldingen ook niet moeten leiden tot boetes. Onzorgvuldig handelen en fraude zouden daarentegen wel aangepakt moeten worden. Om dit goed te kunnen vaststellen is een fysieke controle een vereiste.

Het pakket van verbetervoorstellen dat de werkgroep heeft aangedragen betreffen maatregelen die de sector zelf neemt of al heeft genomen (denk bijvoorbeeld aan het KalfVolgSysteem) en maatregelen die de overheid neemt of al heeft genomen. Voor een uitgebreid overzicht van de verbetervoorstellen inclusief de stand van zaken wordt verwezen naar de bijlage bij de kamerbrief d.d. 7 december 2018. Al deze maatregelen tezamen moeten ervoor zorgen dat de kans op onjuistheden in het I&R-systeem nog verder verkleind wordt. De in de werkgroep besproken verbetervoorstellen zijn voorgelegd aan een breed opgestelde klankbordgroep, bestaande uit rundveehouders uit diverse sectoren en werden over het algemeen goed ontvangen.

Vervolgens heeft de overheid eind deze zomer via een internetconsultatie de wijzigingen in de regelgeving voorgelegd ter internetconsulatie en heeft door de NVWA een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets laten uitvoeren. De internetconsultatie betrof drie van de voorgestelde overheidsmaatregelen, waarvoor een aanpassing van de regelgeving nodig is. Het gaat daarbij om: 1: merken voor melden, 2: melden binnen 3 dagen en 3: invoering bestuurlijke boetes. Op de internetconsultatie heeft LTO reactie gegeven in lijn met eerder genoemde inzet. In de reactie is aangegeven dat LTO het eens is met het merken voor melden en de wijziging 3 werkdagen naar 3 dagen, met uitzondering voor vleesvee. Ten aanzien van de bestuurlijke boetes, hebben we uitgebreid gereageerd. Hierbij zijn onder andere vragen gesteld over proportionaliteit en inzicht in het boetebeleid. Deze zaken zijn vervolgens nogmaals besproken in bestuurlijk overleg met de sectorpartijen. De minister heeft op basis van alle input een afweging gemaakt en haar besluit heeft ze in een brief aan de Kamer bekendgemaakt. Concreet betekent dit de meldtermijn van 3 werkdagen voorlopig onveranderd blijft. Wel veranderen onderstaande zaken:

  • Per 1-4-2019: merken voor melden.
    Volgens de huidige regelgeving moet een kalf binnen 3 werkdagen gemerkt en gemeld worden. Met de invoering van het KVS worden (stier)kalveren al eerder gemeld, het merken zal vanaf 1-4-2019 voorafgaand aan het melden plaats moeten vinden. In de praktijk zal dit betekenen dat een kalf vaak direct na de geboorte gemerkt zal worden voordat het gemeld wordt. Reden van deze wijziging is het verkleinen van de kans op fouten. Hoe korter de tijd tussen de geboorte en het merken, hoe kleiner de kans dat kalveren verwisseld worden en een verkeerde moeder toegekend krijgen. Vanwege de zorgen vanuit het veld over het eventueel leiden tot problemen bij het merken van natte/slappe oren heeft LTO, voor instemming, wel contact gezocht met deskundigen. Er zijn geen signalen dat het eerder merken van kalveren problemen zou geven.
    De wijziging zal een verandering betekenen in de werkwijze van handelen. Omdat dit in de praktijk kan leiden tot praktische problemen, is LTO in gesprek met overheid en de aanbieders van managementsystemen. Inzet is dat systemen, praktijk en wetgeving goed op elkaar afgestemd zijn.
  • Per 1-7-2019: bestuurlijke boetes op overtredingen van de regeling I&R.
    Onder de huidige regelgeving heeft de NVWA een handhavingsinstrumentarium dat loopt van het geven van een waarschuwing tot en met vervolging via het strafrecht. Met de invoering van de bestuurlijke boetes wordt het handhavingsinstrumentarium van de NVWA verbreed. De overheid was al voornemens bestuurlijke boetes aan overtredingen I&R toe te kennen, de I&R-affaire heeft de invoering ervan versneld. We hebben er steeds op gewezen, en zullen dat blijven doen, dat de overtredingen van het I&R-systeem enkel bij fysieke controles moeten kunnen worden opgelegd, dat niet elk fout beboet wordt en dat de boetes proportioneel zijn.

    Om goed inzicht te krijgen in het boetebeleid is inzicht in het interventiebeleid noodzakelijk. De NVWA zal het specifieke interventiebeleid voor de regeling I&R komende maanden op gaan stellen. We hebben erop aangedrongen in een vroeg stadium betrokken te worden, zodat we onze zorgen nogmaals onder de aandacht kunnen brengen. Tijdens het laatste bestuurlijke overleg is ook nogmaals benadrukt dat boetes bedoeld moeten zijn voor fraudeurs en niet voor menselijke fouten. Daarnaast is benadrukt dat het niet zo mag zijn dat het doen van herstelmeldingen ontmoedigd wordt door het opleggen van boetes. De minister heeft in haar brief aan de Kamer inmiddels toegezegd dat proportionaliteit het uitgangspunt gaat zijn en dat betrokken sectoren een uitnodiging van de NVWA ontvangen.

Het feit dat er toch wijzigingen in het I&R-systeem plaatsvinden, ondanks dat er achteraf geen enkele sprake is van de fraude, zorgt voor discussie. Dat is begrijpelijk en LTO is dan ook van mening dat de voorgestelde maatregelen niet gezien mogen worden als het ter verantwoording roepen van de rundveehouderijsector. Wat de affaire ons wel geleerd heeft, is dat het I&R-systeem verder verbeterd kan worden en dat systemen beter op elkaar aangesloten zouden kunnen zijn.

De wijzigingen zullen van u enige verandering in de werkwijze vragen, maar de wijzigingen zorgen er wel voor dat het risico op fouten in het I&R-systeem nog verder verkleind wordt. Belangrijk voor iedereen, zowel voor de tracering van dieren in het geval van een besmettelijke dierziekte als ondersteuning van VKI informatie. En wat tevens kan bijdragen in het voorkomen van akelige affaires, zoals die ons getroffen heeft.


Bron: LTO Nederland