Zeven alternatieve voermaatregelen aangedragen vanuit de sector

Vanaf 28 mei heeft LTO Nederland samen met NMV, NAJK, DDB en Netwerk Grondig intensief samengewerkt aan verschillende alternatieven voor de veevoermaatregel van minister Schouten.

Deze waanzinnige maatregel is onwerkbaar voor melkveehouders en een risico voor de diergezondheid.

Onwerkbaar
Voor LTO Nederland is het belangrijk dat leden nooit in de situatie komen waarbij ze moeten kiezen tussen de gezondheid van hun dieren óf voldoen aan een gedrocht van een maatregel. Met name jongvee en hoogdrachtige koeien lopen gezondheidsrisico’s door deze maatregel. Dat wordt onderschreven door dierenartsen en andere experts.

De sector heeft aangegeven dat de uitvoeringslast voor melkveehouders laag moet blijven. Deze maatregel valt in een overgangsperiode in het weideseizoen, waarbij de koeien weer meer op stal staan. Daardoor is het sowieso al lastiger om een uitgebalanceerd rantsoen samen te stellen.

Groot probleem blijft dat er geen inzicht wordt gegeven in de onderbouwing van de voermaatregel, ondanks nadrukkelijk verzoek vanuit de sector. Het ministerie heeft de sectororganisaties dan ook niet overtuigd dat de voermaatregel wel voldoende robuust is.

Zeven alternatieven
LTO Nederland heeft zich, samen andere sectorpartijen, maximaal ingezet om tot een alternatief voor de huidige plannen van het ministerie te komen. Er zijn in totaal zeven alternatieven besproken:

  1. Voermaatregel voor de laatste vier maanden van 2020 volledig van tafel door de reeds behaalde stikstofreductie sinds 2018 in te rekenen.
  2. Het rekenen met een gewogen gemiddeld ruweiwitgehalte over alle geleverde/aangekochte diervoeders.
  3. Uitzonderen van specifieke diercategorieën van de maatregel (jongvee en hoogdrachtige koeien).
  4. Het aanpassen van de maximum ruweiwitnormen in de matrix (ingedeeld op grondsoort en intensiteit) van de voermaatregel.
  5. Aanpassing van het ruw eiwitgehalte in mengvoer. Per 1 juli starten met reduceren op sectorniveau om zo een buffer van gereduceerde stikstof op te bouwen vóór de voermaatregel van kracht gaat. Maandelijkse monitoring naar de reductie. De veevoermaatregel fungeert als stok achter de deur bij ontoereikendheid.
  6. Aanpassing op bedrijfsniveau van ruweiwitgehalte in mengvoer en enkelvoudige droge grondstoffen door een referentie te nemen op basis van geleverd ruweiwit. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door in 2020 3% minder ruweiwit aan te voeren ten opzichte van voerleveranties in dezelfde periode van 2018, gecorrigeerd op dieraantallen. Op basis daarvan wordt het totaal eiwit gereduceerd.
  7. Maatregel op bedrijfsniveau, zoals beschreven bij punt 6. Referentie op basis van leveranties, als vrijwillige keuze naast de voermaatregel. De melkveehouder is in deze optie zelf verantwoordelijk voor de administratie, en committeert zich middels een privaatrechtelijk contract met de overheid aan de reductiedoelstelling van de overheid.

Vrijwel alle maatregelen zijn resoluut afgewezen. De eerste zes boden volgens het ministerie niet de benodigde juridische houdbaarheid voor de borging en zijn niet op hexagoonniveau in te rekenen. De gesprekken hebben uiteindelijk geleid tot de zevende maatregel, waarmee de bezwaren van het ministerie waren geadresseerd. Toen bleek echter dat men het te lastig uitvoerbaar vond. Dat is onverteerbaar voor 16.000 melkveehouders die hiermee worden geconfronteerd.

De vorige week aangenomen motie van Geurts en Harbers biedt een laatste mogelijkheid. Wij gaan ervan uit dat de minister uitvoering zal geven aan de motie en alles in het werk stelt om tot een oplossing te komen die op draagvlak kan rekenen in de sector en veehouders niet in een situatie brengt waar ze moeten kiezen tussen het volgen van de wet of het gezond houden van hun dieren.

 

 

Bron: LTO Nederland