Pluimvee

Pluimveesector maakt werk van verdere verduurzaming

De Nederlandse pluimveesector heeft haar ambities bekend gemaakt voor versnelling van de verduurzaming van de sector.

In de Uitvoeringsagenda Pluimveesector zijn door de Stuurgroep Pluimvee Circulair de ambities en acties voor de komende jaren uitgewerkt. Daarmee wordt voortgeborduurd op de visie Waardevol en Verbonden van Minister Schouten van LNV en onze eigen LTO/NOP visie uit 2016 “Koers voor een Vitale Pluimveehouderij in 2025”. Van daaruit zijn nu streefbeelden, doelen en acties geformuleerd op het vlak van klimaat, circulariteit, gezondheid van mens en dier, dierenwelzijn en maatschappij. Het totaal vormt een ambitieus plan om te zorgen dat de Nederlandse pluimveesector ook in de toekomst een gewaardeerde sector blijft die uitstekende producten levert tegen eerlijke prijzen.

De Nederlandse pluimveesector behoort tot de meest innovatieve ter wereld. De sector reageert continu op veranderende marktwensen. Zo heeft dit decennium een bijzonder snelle omschakeling naar meer diervriendelijke houderijsystemen plaatsgevonden, worden bij de in Nederland gehouden legkippen geen snavels meer behandeld, is het gebruik van antibiotica bij de productie van kip met meer dan 70% teruggebracht en wordt het overgrote deel (ca. 90%) van de pluimveemest verwerkt. Daarnaast vindt de omschakeling plaats naar het gebruik van duurzame soja in het voer, levert de sector een aanzienlijke nog steeds toenemende bijdrage aan duurzame energieopwekking en wordt structureel gewerkt aan het weren van vogelgriep. LTO/NOP vakgroepvoorzitter Eric Hubers: “Het is belangrijk om vast te stellen dat de sector voortdurend in ontwikkeling is en steeds inspeelt op marktontwikkelingen of tegemoetkomt aan vragen die de politiek of maatschappij stelt. Zo ook in de afgelopen jaren. Daarmee hebben we al heel veel bereikt”.

Bovenop deze behaalde resultaten wil de pluimveehouderij zich door ontwikkelen richting een circulaire sector met een zo laag mogelijke footprint, die de omgeving niet belast met emissies. Veevoer wordt in het geschetste streefbeeld 2030 alleen nog maar gemaakt van grondstoffen die niet of minder geschikt zijn voor menselijke consumptie. Ook zet de sector in op verdere verbetering van het dierenwelzijn. Dit alles is erop gericht om de pluimveesector verder te ontwikkelen en zich aan te passen naar nieuwe inzichten op het gebied van onder meer klimaat en dierenwelzijn. 

Voor een aantal ontwikkelingen is aanpassing van bestaande wetgeving nodig. Zo is het gebruik van dierlijke eiwitten als ingrediënt van veevoer op dit moment niet toegestaan. Dat verhindert de ontwikkeling naar een circulaire productie.

Voor de realisatie van dit ambitieuze plan is een eerlijk verdienmodel een belangrijke randvoorwaarde. De ontwikkelingen moeten op een zodanige manier en tempo doorgevoerd worden dat de ondernemers er een eerlijke boterham aan kan verdienen. Alleen bij een goed verdienmodel is de sector in staat om de noodzakelijke inspanningen te leveren en investeringen te doen.

Eric Hubers: “In de Uitvoeringsagenda staan veel zaken uitgewerkt die we eind 2016 in onze eigen visie al hadden benoemd. Onderwerpen waarvan ook LTO/NOP vindt dat we daarmee als sector verder aan de slag moeten. We zullen onze positie in de maatschappij én markt immers moeten blijven verdienen. Maar we moeten bij de verdere uitwerking wel blijven opletten dat we de juiste dingen doen, dat wil zeggen praktisch realiseerbaar én financieel haalbaar.”

De Uitvoeringsagenda Pluimveesector is hier te vinden.

Op 27 augustus is de Uitvoeringsagenda met minister Schouten besproken. In deze brief heeft de minister haar standpunt over de Uitvoeringsagenda aan de Tweede Kamer gegeven.

In de Stuurgroep Pluimveesector Circulair hadden de volgende organisaties zitting: LTO/NOP, Anevei, COBK, Nevedi, Nepluvi, NVP, Ministeries van LNV en I&W. Daarnaast hebben Dierenbescherming en Natuur & Milieu Noord-Holland inbreng geleverd.