Varkenshouders krijgen na 4 jaar weer factuur Diergezondheidsfonds

Tot het jaar 2014 betaalden varkenshouders een heffing per geslacht of geëxporteerd varken voor het Diergezondheidsfonds, via de toenmalige Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren. Uit dit fonds krijgen veehouders een vergoeding indien hun bedrijf wordt geruimd bij een dierziekte uitbraak (KVP, MKZ, AVP, Aujeszky). Uit het fonds wordt ook de bijdrage van de sector voor de diergezondheidsmonitoring betaald. De afgelopen jaren hebben varkenshouders geen bijdrage betaald omdat er nog voldoende reserves in het fonds zaten en er geen uitbraken van aangifteplichtige dierziekten zijn geweest. De reserves, die de afgelopen jaren zijn beheerd door de POV, raken op.

Het convenant Diergezondheidsfonds schrijft voor dat sectoren reserves opbouwen, zodat bij een uitbraak de getroffen varkenshouders direct kunnen worden uitbetaald. Daarom is besloten om in 2019 (over het jaar 2018) weer een beroep te doen op de varkenshouders om de reserves op peil te brengen via een verplichte bijdrage. RVO is nu de partij, die het geld bij de varkenshouders gaat innen. POV-bestuurslid Alfred van Lenthe, portefeuillehouder Diergezondheid, legt uit waarom de varkenshouderij niet zonder Diergezondheidsfonds kan.

Waarom een Diergezondheidsfonds?
Van Lenthe: “Het Diergezondheidsfonds is ingesteld in het jaar 2000, als reactie op de uitbraak van varkenspest in de jaren 1997 en 1998. Deze uitbraak heeft enorme schade toegebracht aan de varkenshouderij. Voor de uitbraak (1996) waren er in Nederland 21.245 varkensbedrijven, in 2000 waren hier nog 14.524 bedrijven van over (CBS).

De berekende, directe kosten voor de varkenshouders werden geschat op € 403 miljoen, de totale schade op € 2,2 miljard (Meuwissen et al., 1999). De overheid en het landbouwbedrijfsleven wilden zoiets niet nog een keer meemaken en besloten afspraken te maken over de vergoeding van de kosten. Het is heel belangrijk om van tevoren af te spreken wie welke kosten betaalt, zodat boeren, die ‘het noodlot’ treft,  schadeloos worden gesteld voor de directe kosten van het ruimen van hun bedrijf. Afgesproken is dat de diersectoren een deel van de kosten betalen, tot een afgesproken maximum. Deze plafonds zijn vastgelegd in het convenant Diergezondheidsfonds. Over deze plafonds wordt elke vijf jaar onderhandeld.

Voor de periode 2015-2019 zijn de plafondbedragen voor de Afrikaanse varkenspest en Blaasjesziekte verlaagd van € 42 miljoen naar € 30 miljoen. Het plafond voor de ziekten Mond- en klauwzeer en Klassieke varkenspest zijn verlaagd met € 7 miljoen, naar € 19 miljoen.

In het lopende convenant is vastgelegd dat de varkenshouderij € 9,8 miljoen aan crisisreserves beschikbaar moet hebben. De afspraak is gemaakt dat deze reserves in 2019 en 2020 worden opgebouwd.

De POV staat achter de afspraken, die zijn vastgelegd in het Diergezondheidsfonds. We praten mee over de uitvoering. Zonder convenant zijn we overgeleverd aan de overheid en zijn er geen afspraken over plafonds. Wij zien het zo dat varkenshouders door hun financiële bijdrage een ‘verzekeringspremie’ betalen met een eigenrisico (plafond).  De POV wil deze ‘verzekeringspremie’ voor de varkenshouders zo laag mogelijk  houden. De POV is partij in het convenant en praat dus mee en bewaakt de uitgaven, die vanuit het fonds worden gedaan.”

De varkenshouders hebben sinds 2014 niets meer gehoord van het Diergezondheidsfonds. Wat is de reden dat dit fonds nu opeens weer van zich laat horen?
“De heffingen voor het Diergezondheidsfonds werden in het verleden bijeengebracht door de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren. De heffingen werden opgelegd per geslacht en per geëxporteerd dier. Bij de opheffing van de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren waren er voldoende reserves om een aantal jaren de vaste kosten te betalen uit het fonds. De reserves zijn nu zodanig teruggelopen dat aanvulling tot het afgesproken bedrag van € 9,8 miljoen noodzakelijk is.”

Wat gaan varkenshouders betalen aan het Diergezondheidsfonds?
“In februari 2019 krijgen varkenshouders een factuur voor het Diergezondheidsfonds van RVO op basis van het aantal afgevoerde varkens. Per afgevoerd varken wordt € 0,1967 (een kleine 20 cent) in rekening gebracht voor het fonds. Dit bedrag is gebaseerd op de begroting van 2018. Het aantal dieren wordt vastgesteld op basis van de gegevens uit de I&R-databank van RVO. Deze databank wordt gevuld via MijnPOV en Varkenspost op basis van de verplichte meldingen, die varkenshouders moeten doen. RVO zal in de loop van februari 2019 de beschikkingen en facturen aan de varkenshouders gaan toesturen. Binnenkort ontvangen varkenshouders een informatiebrief van RVO.”

Welke vaste kosten worden betaald uit het Diergezondheidsfonds?  
“Uit het Diergezondheidsfonds wordt ook de diergezondheidsmonitor betaald. Die monitor bestaat uit de activiteiten, die de GD uitvoert. De totale kosten voor dit programma bedragen ongeveer  € 1,3 miljoen per jaar. De overheid betaalt hiervan de helft. Bij de GD komt veel informatie binnen over de diergezondheid: via de inzendingen voor het laboratorium en de sectiezaal, maar ook via het dierenartsenmeldpunt Veekijker en de online monitoring. De GD analyseert deze informatie en heeft daardoor snel zicht op mogelijke ziekte-uitbraken en kan snel actie ondernemen. Hoe sneller een besmettelijke ziekte wordt aangetoond, des te sneller en beter de uitbraak kan worden bestreden. Daarmee blijft de schade voor de sector beperkt. Daar hebben alle varkenshouders en de sector baat bij.

Verder zijn er vaste kosten voor bijvoorbeeld het op de plank hebben van een voorraad vaccin tegen bijvoorbeeld Klassieke varkenspest en Mond- en klauwzeer. Mocht er onverhoopt een uitbraak zijn, dan kan er snel een zogenaamde ringenting (dieren op bedrijven rondom het besmette bedrijf worden geënt) om de besmettingshaard worden gelegd, zodat het virus zich niet kan verspreiden. Voor het op orde hebben van de voorzieningen voor het onderzoeken van verdenkingen is ook geld nodig en bijvoorbeeld voor het beschikbaar hebben van apparatuur om de besmette varkens snel en humaan te kunnen doden.”

Welke kosten worden vergoed uit het Diergezondheidsfonds bij een ziekte-uitbraak en welke kosten niet?
“Varkenshouders krijgen de directe schade door het ruimen van dieren vergoed. De dieren worden getaxeerd en marktconform uitbetaald. De leegstand van bedrijven, bijvoorbeeld omdat er vanwege vervoersverboden geen dieren opgelegd mogen worden, wordt niet vergoed. Dit is een bedrijfsrisico.”

Hoe hoog wordt de ‘verzekeringspremie’, die alle varkenshouders via het Diergezondheidsfonds betalen?
“Na de Varkenspest in 1997 en 1998 is niet alleen een Diergezondheidsfonds ingesteld. Er zijn ook veel maatregelen getroffen om de risico’s voor insleep en verspreiding  van dierziekten zoals KVP, MKZ en AVP te verkleinen. Aan de ‘spaghettistructuur’ in de varkenshouderij is een einde gemaakt. Gesloten bedrijven en vaste relaties vormen nu de structuur van de sector. De hygiënemaatregelen op en rond bedrijven zijn geïntensiveerd en het verbeteren van de varkensgezondheid staat centraal.  Ook liggen de draaiboeken klaar voor het geval er een aangifteplichtige ziekte uitbreekt. Voor de varkenshouderij zijn er draaiboeken voor Klassieke varkenspest, Afrikaanse varkenspest, Mond- en klauwzeer en ziekte van Aujeszky. Door alle maatregelen, die de varkenshouderij heeft genomen, wordt het risico op insleep en verspreiding steeds lager ingeschat. Dit voorjaar worden de onderhandelingen voor het convenant Diergezondheidsfonds voor de periode 2020-2025 gevoerd. Dit zal leiden tot nieuwe afspraken over de hoogte van de plafonds en de benodigde crisisreserves. Het nog verder verbeteren van de ‘biosecurity’ en het verhogen van het preventieniveau zijn de beste ‘verzekering’ dat de bijdrage van de varkenshouders aan dit fonds in de komende jaren omlaag kan.”

Bron: POV