Vleesvee in stal - Erik Rijling

Aanpassingen in fosfaatreductieregeling bieden ruimte aan vleesveebedrijven

Vandaag heeft staatssecretaris Van Dam een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de fosfaatreductieregeling. Daarmee is er weer perspectief voor bedrijven die tegen de knelpunten in de oorspronkelijke regeling aanliepen.

Kern van de aanpassing voor vleesveebedrijven is dat naast de referentie op 15 december 2016 nu ook gekeken wordt naar het aantal dieren dat in de verschillende betaalmaanden in 2016 op het bedrijf aanwezig was.

Via deze link ook de brief die Van Dam aan de kamer gestuurd heeft. LTO heeft in een persbericht hierop gereageerd.

Jos Bolk, voorzitter van de vakgroep Vleesvee van LTO Nederland is tevreden met deze aanpassing maar zegt ook dat er nog werk te doen is als het gaat om het fosfaatrechten stelsel, onderstaand zijn reactie:

Voor veel bedrijven weer ruimte, maar emotie blijft

“Het is goed dat er voor vleesveebedrijven ruimte komt om hun normale bedrijfsvoering in 2017 in te vullen.”, reageert LTO vakgroepvoorzitter Vleesvee Jos Bolk op de brief van Staatsecretaris Van Dam over aanvullingen op de fosfaatreductieregeling. “Dat er nu niet alleen naar de datum van 15 december 2016 gekeken wordt, maar ook naar het aantal dieren dat in 2016 in de verschillende maanden werd gehouden is pure winst. Dat geeft vetweiders weer ruimte, maakt dat de aanwas bij zoogkoeien op het bedrijf kan blijven en dat ook koeienmesters vooruit kunnen.”

Dit neemt echter niet weg dat er nog steeds veel emotie is in de vleesveesector over de fosfaatreductieregeling. Er is de laatste weken flink op gefoeterd. Het gevoel leeft bij veel vleesveehouders dat de vleesveehouderij is meegetrokken in een probleem van de melkveehouderij. “Ons streven was om meer bedrijven buiten de regeling te houden. Met name de bedrijven die na 15 december 2016 dieren aangekocht hebben, terwijl pas op 17 februari 2017 duidelijk werd ze daarmee onder de regeling zouden vallen. Veel vleesveehouders hadden toen al fokdieren aangevoerd.”, zegt Bolk. “We moeten constateren dat EZ ervoor heeft gekozen om deze bedrijven binnen de regeling ruimte te bieden door te vergelijken met het aantal dieren in 2016.”

De nu voorgestelde aanvulling op de regeling is resultaat van de inzet van de LTO vakgroep, de Federatie van Vleesveestamboeken, LandschappenNL en Natuurmonumenten. Niet-melkproducerende bedrijven krijgen per betaalperiode de referentie van het aantal gehouden dieren op 15 december 2016 of het aantal dieren dat in dezelfde maand in 2016 gehouden werd. Dit laatste wordt maandreferentie genoemd en zal gelden voor de maanden april, juni, augustus, oktober en december 2016. Per betaalperiode zal RVO.nl rekenen met de voor de ondernemer meest gunstige situatie. ‘Dit kan dus per betaalperiode de maandreferentie of de peildatum van 15 december 2016 zijn,’ zegt Bolk. 

“Voor 2017 hebben we nu voor veel bedrijven een werkbare oplossing. Maar naar 2018 toe is er nog werk te doen. LTO blijft zich samen met de Federatie van Vleesveestamboeken, LandschappenNL en Natuurmonumenten inzetten op een voor de vleesveehouderij passende invulling van de fosfaatwetgeving van 2018. De gevolgen van fosfaatrechten voor de vleesveehouderij moeten zoveel mogelijk beperkt worden. We leveren daarom graag inbrengen in de aangekondigde werkgroep voor de roodvleessector,’  besluit Bolk.