GLB-update 28 september 2020; Strengere eisen aan GLB-steun op komst

Hoewel er nog geen definitief akkoord is over het EU-budget voor de jaren 2021-2027, zit de besluitvorming over het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB) in een nieuwe fase. In de Landbouwraad en in het Europees Parlement wordt in oktober flink vergaderd. Het gaat vooral over de eisen die gesteld worden aan de basispremie. Het nieuwe GLB zou in 2023 van start moeten gaan. LTO zit samen met de sectoren kort op de processen in Brussel, Den Haag en regionaal.

Budget
Nadat de Europese leiders er vier dagen over hadden vergaderd, kwam er een akkoord over het EU-budget voor de jaren 2021-2027. Het landbouwbudget daalt met 9% als je rekent met inflatie. Als je nominaal rekent, blijft het budget ongeveer gelijk. Vervolgens is de vraag hoe het geld verdeeld wordt over de 27 lidstaten. Het verschil tussen hectarepremies tussen de lidstaten wordt iets kleiner (het minimum bedrag gaat van € 200 naar € 215 per hectare).

Er zijn nog geen officiële cijfers, maar Nederland krijgt volgens de eerste berekeningen € 717,4 miljoen per jaar voor pijler 1 (inkomenssteun) en € 73,3 miljoen voor pijler 2 (het plattelandsbeleid, ook wel ‘POP’). Dit is een verlaging, hoe je er ook aan rekent. In de vorige budgetperiode (2014-2020) liep het budget voor pijler 1 terug van ruim € 800 miljoen naar € 732 miljoen. Het budget voor pijler 2 varieert van jaar tot jaar omdat de bestedingen vaak een paar jaar achter lopen, maar gemiddeld was de EU-bijdrage € 85 miljoen. Provincies, waterschappen en rijk co-financieren pijler 2 tot een totaal budget van ongeveer € 170 miljoen per jaar.

De regeringsleiders hebben ook een akkoord gesloten over een coronaherstelfonds (“Next Generation EU”). Daaruit zou Nederland voor de landbouw € 53,4 miljoen kunnen krijgen. Dat geld zou zo snel mogelijk via pijler 2 ingezet moeten worden en wel in 2021-2023. Het gaat immers om crisissteun. Zo lang er geen definitief akkoord is over het EU-budget, komt het coronaherstelfonds echter nog niet los.

Basisvoorwaarden voor hectaresteun

Op dit moment krijgt boeren en tuinders een bedrag per subsidiabele hectare. In 2018 was dat € 376 per hectare. Dit was voor basissteun (70%) en vergroenen (30%). De eisen aan basissteun worden ‘cross compliance’ genoemd, ook wel ‘goede landbouwpraktijk’. Het vergroenen is in 2015 ingevoerd en betreft in grote lijnen de teelt van minimaal drie gewassen (“gewasdiversificatie”), behoud van blijvend grasland en de teelt op minimaal 5% van het bouwland van vang- of eiwitgewassen.

In Brussel liggen nu voorstellen om de eisen aan vergroenen toe te voegen aan die aan de basisvergoeding. De eisen worden daarmee zwaarder. Bovendien wordt een deel van pijler 1 straks gebruikt voor zogenaamde ‘eco-regelingen’.

Hoe zwaar de eisen worden en hoe de gelden worden verdeeld, is nu het debat in Brussel tussen zowel de landbouwministers als in het Europees Parlement. Men wil proberen er in oktober uit te komen.

Als beide hun standpunt hebben vastgesteld, moeten ze het onderling nog eens worden. Dat proces heet ‘triloog’ en kan ook nog enkele maanden duren.

Eisen aan de basissteun
De Europese Commissie deed in 2018 een aantal voorstellen, waarvan er enkele in Nederland voor een hoop discussie kunnen gaan zorgen.

Ten eerste zou een minimum percentage van bouwland ‘niet-productief’ gebruikt worden. De discussie gaat over welk percentage en wat ‘niet-productief’ betekent. Een lager percentage betekent waarschijnlijk meer restricties en andersom. Een mogelijk zou kunnen worden om dit in te vullen met eiwitgewassen en vanggewassen.

Daarnaast wordt gesproken over de bescherming van veengronden. Dit heeft alles te maken met het klimaatbeleid. Blijvend grasland moet daarom ook behouden blijven. In Nederland wordt dit momenteelt op nationaal niveau gemonitord. Het ziet er naar uit dat de flexibiliteit voor lidstaten afneemt.

Een derde eis is bodembedekking tijdens de ‘gevoeligste periode’. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat vanggewassen langer moeten blijven staan.

De LTO-inzet is om de eisen aan de basispremie gelijk te houden aan wat nu geldt. Extra eisen kunnen opgenomen worden in een keuzemenu voor de ecoregelingen (zie onder).

Eisen aan ecoregelingen

Ecoregelingen zouden bestaan uit een extra bedrag per hectare. In Brussel circuleren percentages van pijler 1 van 20-30%. Er wordt in de Landbouwraad ook gesproken over vaste bedragen per maatregel per hectare. Iedere lidstaat moet straks een ‘nationaal strategisch plan’ (NSP) schrijven en daarin voorstellen doen voor ecoregelingen. Dit moet op basis van een sterkte-zwakte analyse van de sector. De Europese Commissie moet de aanpak vervolgens goedkeuren. In Nederland lopen er daarom ‘GLB-pilots’ met deelname door Boerennatuur en LTO.

LTO wil een keuzemenu waar boeren en tuinders zelf uit moeten kunnen kiezen. De “collectieven” voor agrarisch natuurbeheer kunnen een rol spelen bij de uitvoering, zoals ze dat nu al doen in het plattelandsbeleid.

Veel lidstaten hebben twijfels over de ecoregelingen. Worden ze straks wel benut? Daarom heeft Duitsland voorgesteld om de eerste twee jaar (2023 en 2024) te oefenen met de ecoregelingen. Als er budget overblijft, gaat dat via de basisvergoeding uitgekeerd worden. Er hoeft dan geen geld terug naar Brussel.

Aftopping van bedrijfstoeslag
In de voorstellen zit ook een plafond aan bedrijfstoeslag per bedrijf. De Europese Commissie stelt voor om vanaf € 60.000 een staffeling toe te passen en de maximum basisbetaling zou € 100.000 worden. Hierbij zouden arbeidskosten voor een deel afgetrokken kunnen worden. De Europese regeringsleiders besloten in juli dat dit een optie wordt en geen verplichting. Als je de basisbetaling voor een deel herverdeeld over kleinere bedrijven zou een plafond achterwege kunnen blijven. Je mag er van uit gaan dat Duitsland en Tsjechië gaan voor de vrijwillige optie. Hierdoor dreigt een ongelijker speelveld voor lidstaten die wel een plafond gaan invoeren.

Inrichting van het plattelandsbeleid (POP)
In het nieuwe GLB moeten lidstaten met één plan voor pijler 1 en 2 naar Brussel, het ‘nationaal strategisch plan’. De budgetten zijn officieel wel gescheiden, maar lidstaten kunnen geld overhevelen van pijler 1 naar 2 en omgekeerd. Hoeveel, dat is nog de vraag. Het Europees Parlement houdt het vooralsnog op maximaal 15%. De raad zit veel hoger: 42%. LTO is geen fan van overheveling. Eerst moet duidelijk zijn waarvoor en het geld moet landen op het boerenerf. Bovendien zou er nationale cofinanciering bij moeten en dat is in de voorstellen geen verplichting! Op dit moment hevelt Nederland 10% van pijler 1 over naar het plattelandsbeleid, namelijk voor agrarisch natuurbeheer, de brede weersverzekering, Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en landschapselementen.

Marktbeleid (gemeenschappelijke marktordening)
Een belangrijk onderdeel van het GLB is het marktbeleid. Boeren en tuinders kunnen zich dankzij de GMO organiseren in erkende producentenorganisaties. Die kunnen op hun beurt weer samenwerken met verwerkers, retailers en andere ketenpartners in erkende interbranche-organisaties (IBOs). In het GLB valt me op dat 90% van de discussie over betalingsrechten, ecoregelingen en plattelandsbeleid gaat, en maar heel weinig over het marktbeleid. Uitzondering: wanneer er een crisis is zoals nu met corona. Dan blijkt de GMO een gereedschapskist met de nodige mogelijkheden om snel maatregelen te treffen en zo boeren en tuinders een vangnet te bieden. Dit is ook een onderdeel van het GLB. Het zou goed zijn als dit in de debatten vaker aan de orde komt.

Planning nieuw GLB
Het dossier is volop in beweging. Naar verwachting ziet de planning er als volgt uit:

  • Oktober-december 2020: discussies in Brussel over het nieuwe GLB. Mogelijk op 19-20 oktober een “akkoord” (algemene oriëntatie) in de Europese landbouwraad. Mogelijk in dezelfde week stemming in de plenaire vergadering van het Europees Parlement.
  • Vanaf november: “triloog” tussen Europees Parlement, Europese Raad en Europese Commissie om de verschillende standpunten op één lijn te brengen.
  • Eind 2020: de Europese Commissie geeft de lidstaten waaronder Nederland “aanwijzingen” voor het nationaal strategisch plan (NSP). Naar verwachting komen de Europese voorstellen voor een “Green Deal” hier in terug.
  • Voorjaar 2021: triloog-akkoord over het nieuwe GLB
  • In de loop van 2021: de Europese Commissie publiceert een aantal uitvoeringsregelingen. Dit gaat o.a. over de eisen die aan het NSP gesteld worden.
  • Juli 2021: Nederland rondt het NSP af en dient het in bij de Europese Commissie voor goedkeuring.
  • Eind 2021/begin 2022: Europese Commissie verleent Nederland akkoord voor het NSP, vermoedelijk met aanpassingen
  • 1 januari 2023: start nieuw GLB.

 

Bron: LTO Nederland