LTO nodigt provincies uit voor samenwerking in GLB na 2020

Ruim 35 landbouwmedewerkers van de 12 Nederlandse provincies brachten op 12 oktober een bezoek aan Brussel om meer te weten te komen over het Europese landbouwbeleid. Naast inleiders van de Europese Commissie en Europees Parlement, was LTO ook present. Koert Verkerk en Klaas Johan Osinga vertelden iets over het Europees beleid en waar we staan in de discussies over het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Europa staat in dubio: verdere verdieping van de samenwerking of juist meer bevoegdheden teruggeven aan de lidstaten? Brexit maakt veel los, evenals de komende verkiezingingen (Nederland, Frankrijk, Duitsland) en referenda (Italië). Het landbouwbeleid dreigt uit elkaar getrokken te worden door enerzijds de economische internationalisering (handelsverdragen) en consolidatie (bijvoorbeeld Bayer-Monsanto), en anderzijds de druk op boeren en tuinders (minder EU, minder GLB-budget, maar meer maatschappelijke eisen). Daarmee vangt de discussie over het GLB na 2020 pas echt aan. Kan je lokaal produceren en mondiaal concurreren? Dit prikkelde de provinciale medewerkers.

Kunnen de provincies het onderling eens worden over bijvoorbeeld jonge boerensteun of het Europese Innovatie Partnerschap (EIP)? De bal werd meteen teruggekaatst naar Osinga en Verkerk: “Jullie sectoren praten te weinig met elkaar”. LTO Brussel is er in ieder geval voor alle regio’s en sectoren binnen LTO.

LTO eindigde de presentatie met een oproep om samen te werken. Het moet niet zo zijn dat de provincies bij de uitvoering van het plattelandsbeleid pas in beeld komen. Provincies en LTO zouden vooraf ‘punten op de horizon’ moeten zetten. De uitnodiging staat; er komt wat LTO betreft vervolg op.