CETA: goed genoeg, maar grote zorgen

Marc Calon, voorzitter van LTO Nederland, neemt vandaag deel aan het rondetafelgesprek over CETA. De commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft belangenbehartigers en wetenschappers uitgenodigd om over het handelsverdrag tussen de EU en Canada, dat sinds 2017 van kracht is, te spreken.

“Handel hoort bij Nederland, en dat geldt ook voor boeren en tuinders: van elke euro die we verdienen komt 75% uit het buitenland, en een kwartje van buiten de EU,” aldus Calon. “CETA is niet perfect. Wat LTO Nederland betreft is het wel goed genoeg, het levert boeren en tuinders meer op dan het kost. Toch blijven er grote zorgen. De hoge maatschappelijke en politieke eisen aan productie in Nederland worden niet betaald door de consument, terwijl we wel moeten concurreren met lagere standaarden in het buitenland.”

Handel
Zonder handel komt er een einde aan de Nederlandse land- en tuinbouw. Zonder handel gaan we terug naar het Ot-en-Sien tijdperk. Dat is het einde van het platteland, en aderlating voor de BV Nederland en slecht nieuws voor duurzame voedselproductie. Om handel te kunnen bedrijven zijn goede handelsverdragen essentieel.

Dankzij CETA dalen de tarieven op export naar Canada. Dat is goed nieuws, bijvoorbeeld voor de melkveehouderij en de tuinbouw, die nu al een goede exportpositie richting Canada hebben. Tegelijkertijd dalen de tarieven op import naar Europa. Dat lijkt tot nu toe geen negatief effect te hebben: sinds het verdrag in werking is getreden stijgt de export naar Canada harder dan de import, ook voor bijvoorbeeld de varkenshouderij. De waarborgen zoals die zijn afgesproken in het verdrag lijken bovendien redelijk: het aantal tariefvrije kilo’s van bijvoorbeeld rundvlees is minder dan 1% van de Europese markt, voor varkens minder dan een half procent.

Hogere maatschappelijke eisen
LTO Nederland benadrukt wel haar zorgen over het feit dat hoge maatschappelijke eisen aan productie in Nederland worden niet betaald door de consument, en tegelijkertijd moeten concurreren met lagere standaarden in het buitenland.

Voor wederzijdse erkenning van standaarden moeten die standaarden vergelijkbaar zijn, en moeten er goede afspraken worden gemaakt waar dat niet zo is. De Europese standaarden zijn hoger dan de Canadese. Het is dan ook goed dat Canadees vlees ‘hormoon-vrij’ en ‘chloor-vrij’ moet zijn om Europa binnen te mogen.

Helaas zijn de afspraken over dierenwelzijn boterzacht. En laat dat nou juist een onderwerp zijn waar Nederland in voorop loopt. LTO Nederland wil daarom van de Tweede Kamer weten hoe wordt voorkomen dat de verduurzaming van de Nederlandse veehouderij wordt gedwarsboomd door handel met landen die een lager niveau van dierenwelzijn hebben.

Daarnaast is het gewasbeschermingsmiddelenbeleid in Canada anders. In Nederland worden middelen verboden op basis van emotie en politiek opportunisme, zonder dat er betere alternatieven voor handen zijn. LTO Nederland wil daarom van de Tweede Kamer weten hoe wordt voorkomen dat de verduurzaming van de Nederlandse plantaardige productie wordt verlamd door onmogelijk beleid, terwijl onze handelspartners veilige producten gewoon op onze markt mogen brengen.

Draagvlak
Dat LTO Nederland CETA goed genoeg vindt neemt niet weg dat de overheid een goed antwoord op terechte vragen over bijvoorbeeld gewasbescherming en dierenwelzijn moet vinden.

Handelsverdragen zijn cruciaal voor de Nederlandse land- en tuinbouw, maar het draagvlak is dun. Als het Europa niet lukt om een verdrag met Canada te sluiten dan is dat een zeer zorgelijk signaal met betrekking tot vrije handel, en daarmee te toekomst van de Nederlandse land- en tuinbouw.

 

Bron: LTO Nederland