Nieuw EU-begrotingsvoorstel belangrijk voor Nederlandse boer en tuinder

De Europese Commissie heeft op 27 mei in nieuw voorstel gedaan voor de EU-meerjarenbegroting 2021-2027. In het budget is zoals gewoonlijk plek ingeruimd voor het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB).

Daarnaast zijn bedragen opgenomen voor andere posten als onderzoek, regionaal en buitenlandsbeleid. Nieuw is een fonds van 750 miljard euro voor economisch herstel, dat bovenop de bestaande begroting wordt gezet. 

Herstelfonds
LTO is positief over het herstelfonds. De corona-pandemie treft markten wereldwijd. Toerisme, horeca en catering worden zwaar getroffen en komen niet meteen weer op het oude niveau. Bovendien raken honderden miljoen mensen hun inkomen kwijt. Zij gaan de komende tijd de tering naar de nering zetten. Dat raakt zeker ook de afzet van land- en tuinbouwproducten. Consumenten gaan goedkoper consumeren. Het Europese herstelfonds moet dus zo snel mogelijk operationeel worden. Dit is verreweg onze topprioriteit voor de komende maanden.

Het nieuwe herstelfonds is tijdelijk en moet deels betaald worden uit nieuwe belastingen. Zo wil de Europese Commissie grote bedrijven laten meebetalen. Er zou een belasting komen op plastics en koolstofemissies. Voor veel lidstaten geen populair thema, dus er is nog lang geen akkoord.

Context

Nederland betaalde in 2018, het laatste jaar waarvan de volledige cijfers bekend zijn, bruto € 4,8 miljard aan de Europese Unie (zie hier). Dit lijkt veel, maar op de nationale begroting van ruim € 300 miljard is het een kleine post. We geven veel meer uit aan posten als gezondheidszorg en veiligheid. De Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting is afgerond 4%. De grootste betalers zijn Duitsland, Frankrijk en Italië. Uit de begroting vloeide in 2018 € 2,5 miljard terug naar Nederland, voor bijna de helft via het GLB maar ook in de vorm van onderzoeksgelden en regionale fondsen. Veel belangrijker is dat het lidmaatschap van de Europese Unie aan Nederlandse bedrijven toegang geeft tot een aantrekkelijke markt van 450 miljoen consumenten, en nog honderden miljoenen mensen extra als je meerekent met welke landen de EU handelsakkoorden heeft afgesloten, zoals Japan, Canada en Mexico. Dit voordeel voor de Nederlandse economie wordt wel becijferd op ruim € 80 miljard per jaar. De EU is dus bepaald geen “bodemloze put”. Nederland heeft groot belang bij lidmaatschap van de Europese Unie en een goed functionerende interne markt.

GLB
In het nieuwe budgetvoorstel zit 348 miljard euro voor het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) voor de jaren 2021-2027. Dit is voor de 27 EU-lidstaten. Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit 9% krimp. De bezuiniging was 14% in de voorstellen die in februari 2020 afketsten. Bovendien worden er nu twee budgetten aan toegevoegd. Ten eerste € 45 miljard uit het herstelfonds “Next Generation EU”, waarvan € 15 miljard voor het plattelandsbeleid (pijler 2 van het GLB) en € 30 miljard voor financiering van voorstellen voor verduurzaming (‘Green Deal’). Voor dat laatste wordt ook nog € 10 miljard extra vrijgemaakt, waardoor er € 40 miljard extra beschikbaar is. Bij elkaar opgeteld is het budget € 402 miljard, een groei van 5% in het voorstel op basis van euro’s van 2018.

Wat dit voor Nederland zou betekenen, is nog onduidelijk. Natuurlijk moeten de Europese regeringsleiders het eerst nog eens worden over het voorstel en zo ver is het nog lang niet. Op 19 juni wordt er vergaderd en mogelijk valt er dan in juli een besluit, als Duitsland het voorzitterschap van de EU op zich neemt.

In de voorlaatste budgetvoorstellen, februari 2020, kreeg Nederland in pijler 1 jaarlijks € 704 miljoen tegen € 732 nu. In 2019 resulteerde dit in een hectarebetaling van € 376,61 per hectare, inclusief € 113,70 voor vergroeningsmaatregelen. Zou er niet jaarlijks bijna 10% overgeheveld worden naar het plattelandsbeleid, dan zou de hectarebetaling ruim € 400 per hectare zijn.

In pijler 2 zit nu jaarlijks ongeveer € 180 miljoen euro, waarvan ongeveer de helft uit Brussel en de andere helft van provincies, waterschappen (Deltaplan Agrarisch Water, DAW) en LNV (brede weersverzekering). Een belangrijk deel van het plattelandsgeld gaat naar agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLB); in 2019 was dit € 71 miljoen.

Verwachte planning voor de komende tijd:

  • 8 juni: videovergadering van de EU-landbouwministers. Dit zal vermoedelijk vooral gaan over de coronacrisis en impact op markten.
  • 19 juni: de Europese regeringsleiders vergaderen. Er worden dan nog geen besluiten verwacht.
  • Juli: Duitsland neemt het EU-voorzitterschap op zich. Mogelijk dat er in juli dan knopen worden doorgehakt over de nieuwe EU-begroting. Van belang, omdat de crisis niet wacht. Er moet snel een deal komen over de nieuwe meerjarenbegroting.
  • Daarna, vanaf september, komt de discussie over het nieuwe GLB in een stroomversnelling. Dat zal nog wel tijd vergen. Want eerst moet er duidelijkheid zijn in Brussel over de hoofdlijnen. Daarna moeten de lidstaten een ‘nationaal strategisch plan’ (NSP) aanleveren. De Europese Commissie zal daar maximaal zes maanden de tijd voor nemen. Er volgt dan vast nog een tweede ronde.
  • 2023: start van het nieuwe GLB.

Klaas Johan Osinga,
kjosinga@lto.nl