Koblenz, Brussel en de Tweede Kamer: wat is de Landbouwraad?

Vandaag komen de Europese landbouwministers samen voor de informele Landbouwraad in Koblenz. Iris Bouwers, lobbyist van LTO Nederland in Brussel, licht toe.

Wat gebeurt er allemaal bij zo’n informele Raad?
“De afgelopen dagen heeft Julia Klöckner, de Duitse landbouwminister, de Landbouwraad ontvangen in Koblenz. Vandaag is er gesproken over de weerbaarheid van de voedselvoorzieningsketens tijdens crises, een EU-breed dierenwelzijnslabel, en veetransporten. Gisteren maakten de ministers een excursie naar een wijnbouwgebied.”

Even een stapje terug: Landbouwraad?
“In de Raad van de Europese Unie (ook wel: de Raad) worden de regeringen van de 27 lidstaten van de EU vertegenwoordigd. Samen met het Europees Parlement is de Raad verantwoordelijk voor wetgevings- en begrotingstaken. De Raad geeft goedkeuring aan de wetsvoorstellen van de Europese Commissie en de EU-begroting. Dit betekent dus dat nationale regeringen via de Raad invloed kunnen uitoefenen.

De samenstelling van de Raad is afhankelijk van het beleidsterrein dat op de agenda staat. Aan de maandelijkse Landbouw- en Visserijraad nemen de 27 ministers van Landbouw deel. Namens Nederland zit Carola Schouten dus aan tafel.”

Waarom nodigt de Duitse landbouwminister nu uit, in plaats van Brussel?
“De vergaderingen worden voorgezeten door het voorzitterschap van de Raad. Dit voorzitterschap rouleert tussen de EU-lidstaten en wisselt iedere zes maanden. De tweede helft van 2020 is Duitsland voorzitter van de Raad.

Een voorzitterschap organiseert naast officiële vergaderingen ook informele bijeenkomsten van ministers, om bijvoorbeeld over een specifiek onderwerp te spreken. Voor of na de feitelijke bijeenkomst laat de ontvangende minister dan iets van het land zien. Zo gaan de landbouwministers in de dagen voor 1 september op excursie naar een wijnbouwgebied aan de Moezel. Zo’n excursie biedt natuurlijk de mogelijkheid kennis op te doen van bijvoorbeeld nieuwe ideeën en technieken, maar biedt de ministers ook de kans om elkaar buiten de officiële vergaderingen beter te leren kennen.”

Is LTO betrokken bij zo’n Raad?
“Goede relaties met andere lidstaten bepalen voor een deel het succes van de Nederlandse land- en tuinbouw. Een groot deel van de landbouwproducten die we exporteren, komt natuurlijk in EU-lidstaten terecht. Verder hebben we natuurlijk ook het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de derogatie. Een goede relatie met andere lidstaten, die medeverantwoordelijk zijn voor de invulling van het beleid rond deze zaken, is dus geen overbodige luxe.

Als LTO besteden we daarom altijd aandacht aan de vergaderingen van de Landbouw- en Visserijraad. We bekijken de agenda, halen de relevante zaken voor de Nederlandse landbouw eruit en leveren daar input op. Dat doen we op verschillende manieren. Allereerst op basis van de agenda van de Raad en op de brief van de minister hierover. De Tweede Kamer heeft de mogelijkheid om vragen te stellen naar aanleiding van de agenda en de voorgenomen standpunten van de minister. Daarom leveren we als LTO Nederland input bij Tweede Kamerleden.

Daarnaast bereiden we ook specifieke input voor die we onder de aandacht brengen bij het ministerie. Zo weten de betrokken ambtenaren en de minister wat de kansen, uitdagingen en mogelijke oplossingsrichtingen zijn voor de Nederlandse landbouw.”

Worden er besluiten genomen bij een informele Raad?
Nee, er wordt alleen overlegd. Besluitvorming vindt plaats tijdens de (formele) Landbouw- en Visserijraad. De eerstvolgende Raad is op 21 en 22 september. Voorafgaand vergadert de Tweede Kamer al over de inzet van minister Schouten. Dat gebeurt tijdens een algemeen overleg, een vergadering van de commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op 10 september. LTO Nederland levert natuurlijk ook dan namens de boeren en tuinders op verschillende manieren weer een inbreng.”

Meer weten over de inbreng van LTO Nederland voor de informele landbouwraad van 1 september? Lees hieronder meer.

De vergadering in Koblenz zal over drie thema’s gaan: de opgedane lessen van de coronacrisis, met focus op de weerbaarheid van de agrifood-sectoren, een EU-breed dierenwelzijnlabel en diertransport. Als LTO Nederland hebben we onder andere de volgende zaken meegegeven:

Boeren zijn intrinsiek gemotiveerd om goed voor dieren te zorgen. Vanuit de maatschappij wordt steeds meer inzet van de boer gevraagd op het gebied van dierenwelzijn. Dit moet in samenhang met diergezondheid, omgeving en verdienmodel worden benaderd.

Een hoog niveau van dierenwelzijn is belangrijk voor boeren. Niet alleen omdat de dieren dan beter presteren, maar ook omdat boeren graag zien dat het goed gaat met hun dieren. Door hun kennis, ervaring en geholpen door telkens nieuwe (wetenschappelijke en maatschappelijke) inzichten zijn zij daartoe in staat. Dit vraagt om aanpassingsvermogen en veerkracht.

Boeren lopen echter vaak tegen dilemma’s aan: verbetering van het dierenwelzijn heeft immers altijd invloed op diergezondheid, omgeving of het verdienvermogen van de boer. Daarom is een integrale benadering van dierenwelzijn, diergezondheid en omgeving nodig. Daarnaast is transparantie richting maatschappij en consument een belangrijk uitgangspunt bij het verbeteren van dierenwelzijn. De inspanningen van boeren ter verbetering van o.a. dierenwelzijn verdienen waardering, hetgeen zich ook zou moeten vertalen in een betere prijs. Daarom verwachten wij van de minister dat zij zich gaat inzetten voor een integrale benadering van een te ontwikkelen EU-dierenwelzijnslabel.

Ook hebben we aangestipt dat de boer niet de dupe moet worden van een situatie waarin de rest van de keten niet snel genoeg kan voldoen aan nieuwe eisen. Een ander belangrijk punt is dat het voor de Nederlandse boer noodzakelijk is dat Europese wet- en regelgeving aansluit bij die van Nederland. Dit heeft voor LTO Nederland ook betrekking op de eisen die gesteld worden aan landbouwproducten uit derde landen. Volgens LTO Nederland moeten die minimaal aan de in de EU geldende regels voldoen.

Het doel van een dierenwelzijnslabel op EU-niveau, zou moeten zijn dat de consument wordt voorgelicht over de manier waarop dierlijke producten worden geproduceerd. Een zogenoemd ‘multi-level-systeem’ kan hierbij uitkomst bieden. Het is hierbij van het grootste belang dat in de EU een gelijk speelveld wordt gecreëerd waarbij zowel handhaving als borging uniform geregeld zijn. Ook zorgt deze werkwijze ervoor dat het voor derde landen volledig duidelijk is aan welke eisen hun productiemethoden moeten voldoen voor de producten worden toegelaten op de Europese markt.

Verder hebben we ingebracht dat transport van dieren over de grenzen van lidstaten en binnen lidstaten is onlosmakelijk verbonden met de productie van dierlijke producten. Tegelijkertijd moet het transport van dieren met grote zorgvuldigheid, aandacht voor dierenwelzijn en zo beperkt mogelijk plaatsvinden. Een gezamenlijke aanpak vanuit de Europese lidstaten is daarom absoluut gewenst.

Ten slotte moet toezicht op diertransport moet sluitend zijn. Dit mag en kan de intrinsieke motivatie om zorgvuldig met dieren om te gaan nooit vervangen. Het is van groot belang om transporteurs en handelaren in de gehele EU lang dezelfde maatlat te leggen en daarbij de nadruk te leggen op educatie.

 

Bron: LTO Nederland