De beurt is aan Afrika

De EU kwam laatst in het Europees Parlement onder vuur van Adama Ibrahim Diallo, melkveehouderijvoorzitter in Burkina Faso, voor het ‘dumpen’ van mager melkpoeder. Volgens hem worden boerenzonen zo omgeturnd tot jihadisten. Zij zien namelijk geen toekomst op het platteland en trekken naar de stad, waar ze ook weinig kansen krijgen. In landen als Nigeria, Jemen, Soedan en Somalië heersen gevaar en honger. Dan willen ze naar Europa.

Landbouw speelt een grote rol in de betrekkingen tussen Afrika en Europa. De Europese Commissie stelt bijvoorbeeld een ‘Task Force Rural Africa’ in. Die zal constateren dat de EU-export van mager melkpoeder fors toegenomen is. Onder andere naar Afrika. De prijzen zijn namelijk laag. Maar ook dat Afrikaanse regeringen binnen handelsafspraken met Europa mogelijkheden hebben om hun eigen producenten tijdelijk te beschermen tegen lage prijzen. Waarom doen zij dat niet? Import van goedkoop voedsel houdt de stadsbevolking tevreden. Algerije besteedt jaarlijks bijvoorbeeld 28 miljard dollar aan het laag houden van consumentenprijzen. In 2003 beloofden de regeringen van Afrika om 10% van hun uitgaven te steken in landbouwproductiviteit. Dit heeft nauwelijks effect gehad.

Hopelijk gaat het anders met de Afrikaanse vrijhandelszone. Op 21 maart tekenden 44 Afrikaanse regeringen voor deze ‘Continental Free Trade Area‘. Minimaal 90% van de handelstarieven wordt op nul gezet. Dit kan na de WTO het grootste handelsverdrag ooit worden, voor 1,2 miljard mensen (mogelijk 2,4 miljard in 2050).

Openstelling van de Afrikaanse interne markt helpt de Afrikaanse boeren meer dan het sluiten van grenzen. Nu is 10% van de handel tussen Afrikaanse landen onderling. Maar er is meer nodig. Er moet meer verwerking in Afrika plaatsvinden. De EU is ’s werelds grootste importeur van Afrikaanse landbouwproducten (netto 6 miljard euro per jaar), maar dat zijn meest grondstoffen. Onze chocolade wordt gemaakt van cacao uit Ivoorkust. De boeren verdienen weinig, de winst gaat naar grote bedrijven.

Zonder coöperatieve samenwerking en investeringen blijft de Afrikaanse concurrentiekracht problematisch. Het is goed dat Agriterra hieraan werkt. Want economische ontwikkeling wordt vaak voorafgegaan door landbouwontwikkeling. Dat gebeurde in Europa in de 19e eeuw en in Azië in de 20e. Afrika is nu aan de beurt.


Praat mee

Om mee te kunnen discussiëren dient u eerst in te loggen.