Grutto kan niet zonder de boer

Op 18 november heeft oud-minister Pieter Winsemius zijn Aanvalsplan Grutto aan minister Schouten (LNV) aangeboden. LTO Nederland ziet kansen voor boeren en plaatst kanttekeningen. Draagvlak en een verdienmodel bepalen of het plan kan slagen.

De achteruitgang van de stand van de weidevogels in ons land is nog niet tot staan gebracht. Weidevogels, met de grutto als icoon, horen net als de koeien in de wei bij het Nederlandse weidelandschap. Met het Aanvalsplan Grutto zegt oud-minister Pieter Winsemius praktische en haalbare voorstellen te doen om de weidevogelpopulatie weer te laten toenemen.

Winsemius neemt de succesfactoren van het Deltaplan Biodiversiteit als leidraad: robuuste verdienmodellen voor de betrokken agrariërs, stimulerende en coherente wet- en regelgeving, solide kennis, innovatie en educatie, en toegespitste samenwerking op gebiedsniveau. De kern van het plan is in zo’n 1000 ha naast natuurreservaten gelegen weidegebieden van start te gaan. Daar zijn maatregelen voor weidevogels het meest kansrijk. Winsemius noemt het verhogen van peilen, aangepast agrarisch beheer, beperking van de veedichtheid en een actief beheer van predatoren.

Of de maatregelen kans van slagen hebben is afhankelijk van meerdere factoren. De belangrijksten zijn draagvlak en bereidheid bij boeren en niet in de laatste plaats en daarmee samenhangend, een duurzaam verdienmodel, dus gericht op continuïteit. Dat was ook de belangrijkste boodschap die LTO Nederland aan Winsemius heeft meegegeven toen hij zijn plan voorbereidde. Winsemius doet daarvoor verschillende suggesties zoals hogere beheervergoedingen, afwaardering van grond, hogere melkprijs, lagere waterschapslasten enzovoorts.

“Zonder boeren in een gebied is de weidevogel kansloos. Doorslaggevend voor het slagen van het plan van Winsemius is dat boeren vertrouwen hebben in de aanpak. Een andere manier van boeren moet ook bij je passen. Of alle voorstellen die Winsemius doet dan ook haalbaar zijn moet blijken,” aldus Ben Haarman, portefeuillehouder Natuur en Landschap bij LTO Nederland. “De basis is samenwerking tussen boeren en partijen die het verschil kunnen maken. Een pilot zou hier duidelijkheid in kunnen geven, echter alleen als de boeren in zo’n gebied het ook willen. Ten overvloede, voor uitvoering moet er een verdienmodel zijn dat geborgd en toekomstbestendig is.”

 

Bron: LTO Nederland