Ganzenschade

De afgelopen jaren zijn er in Nederland  steeds meer ganzen bijgekomen. Het zijn vooral de ganzen die jaarrond in Nederland verblijven en broeden die fors in aantal toegenomen zijn. Verder komen trekganzen steeds vroeger in de winter aan en blijven langer aan het eind van de winter”. Ook het aantal exoten neemt gestaag toe. Dit zijn ganzen die van nature niet in Nederland thuis horen en hier op een niet natuurlijke manier (door toedoen van menselijk handelen) zijn gekomen. Deze groepen ganzen groeien en zorgen  voor steeds meer schade aan natuur en de landbouw en vormen een bedreiging voor het luchtverkeer. 

Ganzenakkoorden per provincie

Vanaf 2011 waren de G7 partners (De12 Provinciale Landschappen, de Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Landbouw- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), Natuurmonumenten, Stichting Agrarisch en Particulier Natuur- en Landschapsbeheer Nederland, Staatsbosbeheer en Vogelbescherming Nederland) bezig om tot een gezamenlijke aanpak van het ganzenvraagstuk te komen. Eind 2013 constateerden de G7-partners en het IPO (de provincies) dat er geen unaniem draagvlak was voor de invoering van het G7 Ganzenakkoord. Binnen de G7 was er geen overeenstemming mogelijk over de invoering van de winterrust per 1 januari 2014. LTO wilde pas de winterrust invoeren na een daadkrachtiger aanpak van overzomerende ganzen. Doordat er landelijk geen ganzenakkoord kwam, kwam de uitvoering bij de provincies te liggen. Daarop is decentraal met elkaar gekeken welke onderdelen van het G7 akkoord (linkje van maken?) konden worden geïmplementeerd in het decentrale beleid van de provincies. Doel van het G7-akkoord was om een goed evenwicht te hebben tussen de van nature voorkomende ganzenpopulaties en de risico’s die daarmee samenhangen. Men wilde het schadeniveau terugdringen tot het niveau van 2005, de populatie standganzen planmatig reduceren tot een acceptabel niveau en de populaties exoten en gedomesticeerde ganzen planmatig wegnemen.

Faunafonds, FBE en WBE’s

Het  Faunafonds houdt zich bezig met wettelijke taken op het gebied van faunaschade aan landbouwgewassen door beschermde diersoorten. In de praktijk betekent dit dat het Faunafonds een kennis- en adviescentrum is voor faunaschade. Het Faunafonds reikt handvatten aan om faunaschade te voorkomen en te bestrijden. Als dat niet (meer) mogelijk is, kunnen agrariërs in bepaalde gevallen bij het fonds terecht voor een tegemoetkoming in de schade. Het Faunafonds is een unit binnen het overkoepelende uitvoeringsorgaan van de provincies, Bij12 (www.bij12.nl), die de regelingen uit de Natuurwet (Fauna en Natura 2000) uitvoert.

De provincies zijn verantwoordelijk voor het faunabeleid. Per provincie is er een Faunabeheer-eenheid (FBE). Dit is een uitvoeringsorgaan waarin alle instanties zitten en die afspraken (verordeningen) maakt binnen de Natuurwet.  Provincies verlenen de ontheffingen en vergunningen. De FBE stelt per diersoort (zoogdieren en vogels) vast hoeveel er zijn, welke op de lijst beschermde soorten staan, en hoe de niet beschermde soorten moeten worden beheerd.

De Wildbeheereenheid (WBE) voert het wildbeheer daadwerkelijk uit. De WBE is een samenwerkingsverband tussen jachtrechthouders binnen een ruimtelijk begrensd gebied dat meerdere jachtterreinen omvat en waarin een planmatig wildbeheer wordt gevoerd. In het bestuur van een WBE zitten (meestal) ook afdelingsbestuurders van LTO Noord. Op www.faunabeheereenheid.nl staat de relevante informatie per provincie.

De communicatie met de doelgroepen kan per provincie verschillen. Bij12 draagt zorg voor de centrale communicatie en in de provincies zijn dat de provincie zelf en/of de FBE.