Inkomen agrarische ondernemers

De inkomens van agrarische ondernemers worden op de bedrijven en in de (inter)nationale afzetmarkten gerealiseerd. Het overheidsbeleid in Brussel en Den Haag stelt de randvoorwaarden aan agrarisch ondernemerschap (met duurzaamheid en innovatie) en aan marktwerking. LTO behartigt de belangen van agrarische ondernemers bij de overheden en probeert de ontwikkelingsruimte op sociaaleconomisch en financieel terrein te verruimen, dit binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid. Die lobby richt zich onder meer op de voorwaarden voor (fiscale) faciliteiten om te ondernemen en te investeren op maatschappelijk verantwoorde wijze:

• Innovatieregelingen als EIA, MIA, Vamil

• Garantieregelingen bij kredietverlening vanuit voorheen het Borgstellingsfonds zoals de  Garantieregeling Landbouw en de Garantieregeling Landbouw plus              (met  extra voorwaarden aan duurzaamheid bij bijv. stallenbouw)

• Behoud van specifieke fiscale faciliteiten voor agrarische ondernemers die verband houden met het unieke karakter van de land- en tuinbouw (voortbrengen van voedsel, afhankelijkheid van weersomstandigheden, gebondenheid aan de grond e.d.)



Kredietverlening



LTO onderhoudt ook contacten met banken en dienstverleners die kredietverlening verzorgen. Dan gaat het bijvoorbeeld hoe om te gaan met bankvoorwaarden, risico opslagen, renteswaps, bijzonder beheer van banken. Dit alles om te bevorderen dat agrarische bedrijven die investeringen kunnen doen om de verdiencapaciteit op hun bedrijven tenminste op peil te houden. Ook ontstaat zo ruimte om investeringen te doen die voldoen aan standaarden van maatschappelijk verantwoord ondernemen.



LTO trekt op tal van dossiers gezamenlijk op met de andere centrale ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland. Dit vanuit bevordering van ondernemerschap.