Westnijlvirus in Nederland

Op 15 oktober 2020 meldde het RIVM dat voor het eerst het westnijlvirus (WNV) is vastgesteld bij een patiënt die de infectie hoogstwaarschijnlijk in Nederland heeft opgelopen.

Eerder zijn er ook gevallen van WNV-virusinfectie bij mensen in Nederland gevonden, maar die personen waren allen in het buitenland geweest kort voor ze ziek werden.

Op 15 oktober 2020 meldde het RIVM dat voor het eerst het westnijlvirus (WNV) is vastgesteld bij een patiënt die de infectie hoogstwaarschijnlijk in Nederland heeft opgelopen. Eerder zijn er ook gevallen van WNV-virusinfectie bij mensen in Nederland gevonden, maar die personen waren allen in het buitenland geweest kort voor ze ziek werden.

Het virus kan vanuit trekvogels worden overgedragen op muggen. Deze muggen kunnen vervolgens paarden en ezels, maar ook mensen infecteren. Vogels zijn de reservoirgastheer, ze vertonen zelf over het algemeen weinig symptomen, maar bij een aantal soorten treedt verhoogde sterfte op. Het paard zelf is een zogenaamde dead-end host; ze kunnen het virus niet (via muggen) overbrengen op een ander paard of de mens omdat er zeer lage concentraties virus in het bloed zitten. Dat zelfde geldt voor de mens; infectie van mens op mens (via muggen) is niet mogelijk. Ook kippen lijken een dead-end host te zijn omdat ze onvoldoende virus in het bloed hebben.

In augustus werd het WNV in Nederland al een in een grasmus en muggen aangetoond. Dat gebeurde in hetzelfde gebied als waar de patiënt is geweest. Er is in Nederland tot op heden nog geen WNV aangetoond bij een paard of ezel.

WNV is een bij paarden, ezels en muilezels voorkomende virusziekte, die in de meeste gevallen zonder ziekteverschijnselen verloopt. Bij ongeveer 10% van dieren worden echter meer of minder ernstige neurologische verschijnselen gezien. Verder wordt regelmatig koorts, niet eten, sloomheid en/of koliek gezien. Om de diagnose te vermoeden is de dierenarts afhankelijk van de klinische verschijnselen. De diagnose stellen door aantonen van het virus is lastig omdat het in zeer lage hoeveelheden in het bloed circuleert en niet wordt uitgescheiden door het paard. Een recente infectie kan wel worden aangetoond door middel van antistoffen. Daarbij is het van belang om te weten of het paard recent is gevaccineerd of uit het buitenland komt (in de VS, Canada en Noord-Italië is WNV endemisch).

Vaccinatie biedt een goede bescherming. Er zijn diverse vaccins beschikbaar die bij de basisvaccinatie 2 maal met 4-6 weken tussentijd moeten worden toegediend. Daarna wordt de vaccinatie jaarlijks herhaald.

Voor meer informatie: https://www.gddiergezondheid.nl/diergezondheid/dierziekten/westnijlvirus

 

Bron: LTO Nederland