akkerbouw, lucht, noord-holland

Groene stroom zelf benutten levert driedubbel voordeel

Kansen voor melkveehouder en akkerbouwer.

Steeds meer melkveehouders en akkerbouwers produceren hernieuwbare energie op hun bedrijf. Wordt deze groene stroom teruggeleverd aan het net, dan is netverzwaring vereist. Door de energie op het eigen bedrijf te benutten wordt dit voorkomen. Voor de boer levert dat besparing op. Diesel en gas kunnen steeds vaker worden vervangen door elektriciteit.

In juni 2020 publiceerde Wageningen University & Research (WUR)-onderzoekers een rapport getiteld: Zonder netverzwaring maximaal hernieuwbare energie produceren. De conclusie is dat er binnen de melkveehouderij en akkerbouw veel mogelijkheden zijn om hernieuwbare energie beter te benutten. Kostbare netverzwaring is minder snel nodig. De productie van groene stroom neemt de komende 10 jaar fors toe. In het klimaatakkoord staat dat 30% van de productie van het platteland moet komen. Aan dit percentage kan in de praktijk worden voldaan. Gaan de plannen door, dan moeten netbeheerders aan de bak. Op dit moment is het terug leveren lokaal al een probleem.

Mogelijkheden binnen bestaande aansluiting
Wat is de energiebehoefte van een melkvee- of akkerbouwbedrijf? Uit praktijktests van LTO Noord blijkt een noordelijk melkveebedrijf met 107 stuks melkvee (plus jongvee) en 55 hectare grond op bijna 50.000 kWh en 8.350 liter diesel per jaar uitkomt. Voor een akkerbouwbedrijf met 60 hectare, op klei in Zuidwest-Nederland, is dat bijna 22.500 kWh en ruim 8.000 liter diesel. Het melkveebedrijf heeft ruimte voor 81 zonnepanelen op hun 3x 35A-aansluiting. Worden alle bestaande en additionele werkzaamheden ge-elektrificeert, dan is 230 kW vereist. Dit vraagt om 740 panelen binnen dezelfde aansluiting.  Het akkerbouwbedrijf heeft nu ruimte voor 177 panelen op een 3x 80A-aansluiting. Schakelt het bedrijf over op elektrisch werken – en deels waterstofproductie – dan is de stroomvraag maximaal 3.200 panelen. Voor akkerbouwers is het opwekken van waterstof interessant omdat diesel hun grootste energiepost is. Dit wordt met een groep ondernemers in de Hoeksche Waard uitgezocht.

Het melkveebedrijf kent nu al elektrische toepassingen. Denk aan voeren en mestmixen. De grootste energievragers (melk koelen en water verwarmen) gebeuren veelal elektrisch. Het dieselverbruik voor veldwerk is relatief laag, maar vaak terugkerend. Wordt dit werk elektrisch uitgevoerd, dan is ruim 23.000 kWh vereist. Dit levert een CO2-emissie besparing op van 17,4 kilo per ton melk. Wordt gekozen voor mest indrogen, verwerken of grasdrogen dan neemt de energiebehoefte enorm toe.

Waterstofproductie
Voor de akkerbouwer zijn nauwelijks praktijkrijpe elektrische machines beschikbaar. Kansen liggen nu bij elektrisch beregenen, wat t.o.v. diesel een CO2-reductie van 96% realiseert en 3.000 tot 9.000 kWh van het net spaart. Verwarmen met restwarmte of eigen verwerking van producten is een andere optie. In de bewaring is winst te behalen door niet met gas of diesel te drogen. Condensdrogen vervangt de kachels. De productie van waterstof is in de toekomst een kans voor akkerbouwers. Eén 1 MW-installatie kan voldoende waterstof produceren voor 17 tot 33 collega’s.

Het palet aan mogelijkheden om hernieuwbare energie zelf te benutten groeit. Elektrische voertuigen bevinden zich vaak nog in het prototypestadium. De productie van waterstof is perspectiefvol maar nu nog niet rond te rekenen. De agrarische sector levert zo een driedubbele bijdrage aan de energietransitie: meer energieproductie, bijdrage aan de netstabiliteit en reductie van de maatschappelijke kosten.

Lees het document via deze link

Dit onderzoek is uitgevoerd door de Stichting Wageningen Research (WR) en is een product van de PPS landbouw als vliegwiel voor de energietransitie (AF 17013), een samenwerking tussen 20 koplopers in de sector, LTO Noord, Alliander, Stedin, Windunie, Petawatts, Wageningen University & Research en ECN-TNO.