Geurregelgeving

Veehouderijbedrijven moeten voldoen aan regels voor geurhinder op met name woonbebouwing. De regels zijn vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij. Daarin staan de normen vermeld en hoe de geurhinder van een bedrijf moet worden bepaald. Voor rundveehouderijbedrijven gelden er vaste afstanden. Voor intensieve veehouderijbedrijven geldt dat de geurhinder moet worden berekend en getoetst aan normen. Ook die verschillen. De normen voor bedrijven die geurhinder veroorzaken op woningen binnen de bebouwde komt zijn strenger dan buiten de bebouwde kom. Gemeenten kunnen door het vaststellen van een geurverordening binnen een zekere bandbreedte afwijken van de vaste normen in de wet.

De Wet geurhinder wordt op dit moment geëvalueerd. Een belangrijke aanleiding is dat er in, met name Noord Brabant, bij burgers die zich hebben verenigd in o.a. burgerinitiatieven veel bezwaren bestaan tegen de geurregels. Zij vinden deze veel te ruim en willen strengere regels voor met name intensieve veehouderijbedrijven. Ook maken zij zich zorgen over mogelijke gezondheidsrisico’s. Het ministerie van IenM heeft in 2014 een werkgroep en een stuurgroep ingesteld die de evaluatie  begeleidt en ondersteund. De stuurgroep zal naar verwachting dit jaar komen met aanbevelingen. LTO Nederland  is zowel in de werkgroep als in de stuurgroep vertegenwoordigd met de betrokken ministeries, milieuorganisaties, provincies, gemeenten en burgergroepen. De inzet van LTO Nederland is dat vooral wordt gekeken naar de bestaande knelsituaties. Die moeten natuurlijk wel goed worden omschreven en ook de oorzaken, waardoor een knelsituatie is ontstaan moeten erbij worden betrokken. Vervolgens moeten er mogelijkheden zijn om wat aan zo’n knelsituatie te doen. Voor LTO Nederland is steeds het uitgangspunt dat bedrijven, die op zich legaal zijn gevestigd, maar die door de ontwikkelingen een probleem vormen voor derden, bijvoorbeeld voor burgers vanwege geurhinder, gevraagd mag worden om te investeren in verbetering en desnoods in verplaatsing. De kosten daarvan mogen echter niet zondermeer voor rekening komen van de betrokken ondernemer. Ook zal bij hervestiging de ondernemer medewerking van de gemeente en waar nodig ook van de provincie moeten krijgen. In de praktijk blijkt het dikwijls moeilijk om deze voorwaarden goed ingevuld te krijgen. Toch is dat nodig om verandering en verbetering te bereiken.