Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Klik op het driehoekje vóór de vraag om het antwoord erop te lezen. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem aan LTO Noord via info@ltonoord.nl.

Waarom kleuren in het voorjaar akkers soms oranje of geel?

Het voorjaar is voor veel gewassen het zaai- of pootseizoen. Daaraan voorafgaand maken boeren en tuinders hun grond klaar voor het zaaien of poten.

Daarvoor moet ook het groenbemestings- of vanggewas – zoals gras of klaversoorten - dat in de winter op het perceel heeft gestaan worden ondergewerkt. Hierbij gebruiken zij vaak glyfosaat om het gewas versneld te laten afsterven.
Een veld dat bespoten is met glyfosaat kleurt na een aantal dagen geel of oranje door het afsterven van het gewas.

Waarom gebruiken boeren glyfosaat?

Het voorjaar is voor veel gewassen het zaai- of pootseizoen. Daaraan voorafgaand maken boeren en tuinders hun grond klaar voor het zaaien of poten. Hierbij gebruiken zij glyfosaat.

Veel boeren en tuinders telen in de herfst en winter een groenbemester, zoals gras of klaversoorten. Groenbemesters bevorderen de bodemkwaliteit en hebben soms een ziektewerende werking. In het voorjaar moeten deze groenbemesters en vanggewassen weer plaats maken voor de voedselproductie: aardappelen, bieten, gras voor koeien. 
Afhankelijk van de omstandigheden gebeurt dat door de groenbemester machinaal door de grond te werken of te bespuiten met glyfosaat.
Ook grasland wordt in het voorjaar soms behandeld met glyfosaat. Reden hiervoor is meestal dat bepaalde, hardnekkige onkruiden of slechte grassen gaan overheersen. Zie ook: waarom wordt grasland vernieuwd?

Wat is de impact van glyfosaat op het milieu?

Glyfosaat heeft een relatief lage impact op het milieu.

In de milieumeetlat van het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft glyfosaat het predicaat 'bruikbaar in geïntegreerde teelt'. Dit betekent dat er geen nadelige effecten voor bijen en andere (nuttige) insecten als bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders te verwachten zijn. De meetlat laat zien dat glyfosaat weinig milieubelasting heeft op waterleven, bodemleven en grondwater. Alternatieve middelen zorgen allemaal voor een hogere belasting.
Meer informatie hierover vindt u op deze site van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

Kan ik ziek worden als ik in de buurt kom van oranje of gele akkers?

Alle gewasbeschermingsmiddelen die in Nederland zijn toegelaten, zijn beoordeeld als veilig voor mens en milieu.

Gele of oranje velden vormen dus geen bedreiging voor de volksgezondheid. Aan deze conclusie gaat een uitvoerig traject van risicobeoordeling vooraf, zowel op Europees niveau door de European Food Safety Authority (EFSA), als op nationaal niveau door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Onderdeel van de risicobeoordeling is de veiligheid voor omstanders, vogels en zoogdieren. Als deze niet kan worden gegarandeerd wordt een middel niet toegelaten. 

Meer informatie hierover is te vinden op deze site van het Ctgb.

Is het gebruik van glyfosaat toegestaan?

Boeren en tuinders mogen glyfosaat toepassen, als zij zich daarbij houden aan de het wettelijk gebruiksvoorschrift.
 
Het gebruiksvoorschrift is vastgesteld door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Hierop staan onder andere de periode waarbinnen behandeling moet plaatsvinden en de maximaal toe te dienen concentratie.
Om te garanderen dat telers op een professionele wijze omgaan met gewasbeschermingsmiddelen moeten zij verplicht regelmatig op cursus. Hoe dat werkt, kunt u hier lezen. Daarnaast controleren de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en waterschappen intensief op correct gebruik van toegelaten middelen.
Glyfosaat is ook toegelaten voor de particuliere markt. Mensen kunnen het middel dus ook zelf kopen bij bijvoorbeeld tuincentra, voor onkruidbestrijding in de tuin of op het eigen erf.

 

Is glyfosaat schadelijk voor weidevogels of dieren?

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) toetst of gewasbeschermingsmiddelen veilig zijn voor weidevogels en andere diersoorten.

Bij de risicobeoordeling van een gewasbeschermingsmiddelen kijkt het Ctgb onder andere naar het gedrag van het middel in het milieu. Hoe snel breekt de stof af? Waar komt de stof in het milieu terecht? Wat zijn de risico’s voor verschillende diersoorten? Ook vogels en zoogdieren worden daarin meegenomen. In de toelating van een middel wordt vervolgens een extra veiligheidsmarge van factor vijf tot honderd gehanteerd.
Meer informatie op deze site van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen.

Komt het glyfosaat via veevoer uiteindelijk in voedsel voor mensen terecht?

In Nederland en Europa gelden strenge voedselveiligheidseisen. Consumenten hoeven zich in Nederland geen zorgen te maken over de veiligheid van hun voedsel.
 
Alle levensmiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong kunnen restjes van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of diergeneesmiddelen bevatten (residuen). Voor gewassen bestemd voor consumptie is per toegelaten middel een veilige residunorm vastgesteld. Die norm heet de maximale residu limiet (mrl). De  Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert streng op deze norm, en ook in de keten zelf worden regelmatig monsters genomen ter controle.
Voor de gewassen waarvan veevoer gemaakt is, zijn ook residunormen opgesteld. Bij de vaststelling daarvan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat residuen terecht kunnen komen in vlees, melk of eieren. Overigens is het in Nederland niet gebruikelijk om vee te laten grazen op met glyfosaat behandeld grasland. 
Meer informatie over maximale residu limieten is te vinden op de website van het RIVM
 

Is het gebruik van glyfosaat écht nodig?

Boeren en tuinders verminderen steeds meer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Soms zijn er echter onvoldoende effectieve en betaalbare alternatieven beschikbaar om een groenbemester of vanggewas effectief onder te werken in de bodem.
 
Ook voor het bestrijden van onkruid in gras of op percelen met groenbemesters zoals klaversoorten zoekt de sector naar alternatieven. Zo worden groenbemesters en vanggewassen steeds vaker met machines ondergewerkt in de bodem. Dit mechanisch onderwerken gebeurt bijvoorbeeld door het gewas te klepelen of onder te ploegen.
 
Daarnaast leiden nieuwe kennis en inzichten bijvoorbeeld tot steeds duurzamer graslandbeheer. Met maatregelen zoals behoud van een gesloten graszode en pleksgewijze bestrijding van onkruiden kan herinzaai van een persceel worden uitgesteld. 
Maar de kwaliteit van een perceel grasland wordt ook beïnvloed door weersomstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan de extreme droogte in de zomers van 2018 en 2019  of ziekte- en plaagdruk, zoals engerlingen (insectenlarven die aan de graswortels vreten). Voor groenbemesters geldt, dat bij bepaalde soorten mechanisch onderwerken voldoende is als basis voor het volgende gewas bijvoorbeeld omdat ze in de winter bevriezen. 
De keuze voor een groenbemester hangt echter van meer factoren af, zoals bodemeigenschappen, het voorafgaande gewas en het risico op vermeerdering van schadelijke aaltjes in de grond. Ook de weersomstandigheden moeten meezitten; in een zachte winter sterven groenbemesters minder snel af en een nat voorjaar maakt grondbewerking lastiger. Ook leidt onderwerken tot verstoring van de bodem; sommige boeren kiezen hier daarom bewust níet voor. De keuze voor een groenbemester is dus behoorlijk complex.

Glyfosaat zou mogelijk kankerverwekkend zijn. Hoe zit dat?

Glyfosaat is wereldwijd het meest gebruikte onkruidbestrijdingsmiddel en ligt regelmatig onder vuur, vooral vanwege het intensieve gebruik in gewassen die door genetische modificatie resistent zijn gemaakt tegen dit middel. In Nederland worden deze GGO-gewassen niet geteeld en is het gebruik van dit middel daarom veel beperkter dan bijvoorbeeld in Noord en Zuid-Amerika.
 
Enige tijd geleden was er discussie over de mogelijke gezondheidsrisico’s van glyfosaat. Aanleiding hiervoor was een publicatie door het Agency for Research on Cancer (IARC) in 2015, die suggereerde dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend was. En de World Health Organization (WHO) heeft onlangs aangegeven dat glyfosaat bij intensief gebruik mogelijk kankerverwekkend zou zijn voor de toepasser.  
Naar aanleiding van deze publicaties heeft de Europese Commissie aan EFSA (European Food Safety Agency) opdracht gegeven om samen met experts van onder meer de lidstaten en de World Health Organization (WHO) nauwkeurig de mogelijke gezondheidseffecten te beoordelen. Daarbij is ook het rapport van de IARC meegenomen.
De EFSA heeft een volledige herbeoordeling van glyfosaat uitgevoerd, en geeft aan dat zij op basis van alle hun bekende studies niet kunnen concluderen dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend is. EFSA ziet daarom geen aanleiding de toelating van glyfosaat te verbieden.
Meer informatie hierover is te vinden op deze site van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
 

Is het behandelen van een vanggewas met glyfosaat altijd nodig?

Nee, het behandelen van een vanggewas met glyfosaat is lang niet altijd nodig. Ook een voorbewerking met machines, bijvoorbeeld met een frees, smaragd of klepelmaaier, kan zorgen voor een goede aansluitende bewerkbaarheid van de grond.

Geïntegreerde gewasbescherming houdt in dat gewasbeschermingsmiddelen alleen worden ingezet als de noodzaak is aangetoond en chemievrije alternatieven niet haalbaar zijn. Als LTO Noord ondersteunen we dit principe dat in de Europese Richtlijn voor Duurzaam Gebruik van Gewasbeschermingsmiddelen wettelijk is vastgelegd. Ook de maatschappij vraagt van ons de inzet van gewasbeschermingsmiddelen te beperken waar dat mogelijk is. Daarin past ook een terughoudend gebruik van glyfosaat in vanggewassen tot die situaties waarin het vanwege probleemonkruiden of aaltjes echt nodig is.
Samen met leden haalt LTO Noord kennis op over welke alternatieven voor glyfosaat er in de praktijk toepasbaar zijn en stimuleert het gebruik hiervan.
 

Waarom wordt grasland vernieuwd?

Veehouders willen zoveel mogelijk voer van eigen land halen van goede kwaliteit, waardoor zij minder krachtvoer (graan, sojaschroot etc.)  hoeven aan te kopen en de eigen kringloop maximaal kunnen benutten.

Wanneer in een weiland slechte grassen met een lage voederwaarde en matige smakelijkheid de overhand krijgen, zoals het beruchte kweek, moet meer voer worden aangekocht en wordt het eigen grasland niet optimaal benut. Kweek is een gras dat veel wortelstokken vormt en met machines (ploegen, klepelen) niet is te bestrijden.
In grasland waar veel kweek voorkomt, wordt daarom bij graslandvernieuwing glyfosaat gebruikt, zodat wanneer het nieuwe gras wordt ingezaaid niet onmiddellijk de kweek weer de kop opsteekt. Grasland wordt maar incidenteel vernieuwd: gemiddeld eens per 10-20 jaar.