Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Klik op het driehoekje vóór de vraag om het antwoord erop te lezen. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem aan LTO Noord via info@ltonoord.nl.

Waarom kleuren in het voorjaar akkers soms oranje?

Een veld dat bespoten is met glyfosaat kleurt na een aantal dagen geel of oranje. Deze kleur wordt niet veroorzaakt door het middel zelf, maar door de afsterving van het gewas.

Waarom gebruiken boeren glyfosaat?

Het voorjaar is voor veel gewassen het zaai- of pootseizoen. Daaraan voorafgaand maken boeren en tuinders hun grond klaar voor het zaaien of poten. Hierbij gebruiken zij glyfosaat.

Veel boeren en tuinders telen in de herfst en winter een groenbemester. Groenbemesters bevorderen de bodemkwaliteit en hebben soms een ziektewerende werking. Aan het eind van de winter moeten deze groenbemesters en vanggewassen plaats maken voor de nieuwe gewassen. Afhankelijk van de omstandigheden gebeurt dat door de groenbemester machinaal door de grond te werken of te bespuiten met glyfosaat. Ook grasland wordt in het voorjaar soms behandeld met glyfosaat. Reden hiervoor is meestal dat bepaalde, hardnekkige onkruiden of slechte grassen gaan overheersen.

Is gebruik van glyfosaat slecht voor het milieu?

Glyfosaat heeft een relatief lage impact op het milieu.

Ook heeft glyfosaat in de milieumeetlat het predicaat “bruikbaar in geïntegreerde teelt”, hetgeen betekent dat er geen nadelige effecten op bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders te verwachten zijn. Een eenvoudige manier om inzicht te krijgen in de schadelijkheid van een stof is de Milieumeetlat van het CLM  (https://www.milieumeetlat.nl/nl/home.html). De meetlat bevat per gewas milieubelastingskaarten, waarop het effect op waterleven, bodemleven en grondwater per middel wordt aangegeven in milieubelastingspunten. Hoe hoger het aantal punten, hoe groter de milieu impact. Op alle drie de categorieën scoort glyfosaat laag, zowel in absolute zin als ten opzichte van alternatieve middelen.


Kan ik ziek worden als ik in de buurt kom van oranje akkers?

Nee. Alle gewasbeschermingsmiddelen die in Nederland zijn toegelaten, zijn beoordeeld als veilig voor mens en milieu. Oranje velden vormen dus geen bedreiging voor de volksgezondheid. Aan deze conclusie gaat een uitvoerig traject van risicobeoordeling vooraf, eerst op Europees niveau door EFSA, en vervolgens op nationaal niveau door het Ctgb. Onderdeel van de risicobeoordeling is de veiligheid voor omstanders, vogels en zoogdieren. Als deze niet kan worden gegarandeerd wordt een middel niet toegelaten. Enige tijd geleden was er discussie over de mogelijke gezondheidsrisico’s van glyfosaat. Aanleiding hiervoor was een publicatie door het Agency for Research on Cancer (IARC) in 2015, die suggereerde dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend was. Naar aanleiding van deze publicatie heeft de Europese Commissie aan EFSA opdracht gegeven om samen met experts van onder meer de lidstaten en de WHO nauwkeurig de mogelijke gezondheidseffecten te beoordelen. Daarbij is ook het rapport van de IARC meegenomen. Conclusie van deze aanvullende analyse was dat glyfosaat niet als kankerverwekkend kan worden beschouwd. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het Ctgb (https://www.ctgb.nl/onderwerpen/glyfosaat-dossier/classificatie- glyfosaat).

Is het gebruik van glyfosaat toegestaan?

Ja. Boeren en tuinders mogen glyfosaat toepassen, als zij zich daarbij houden aan de het wettelijk gebruiksvoorschrift.

Het gebruiksvoorschrift is vastgesteld door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Hierop staan onder andere de periode waarbinnen behandeling moet plaatsvinden en de maximaal toe te dienen concentratie. Om te garanderen dat telers op een professionele wijze omgaan met gewasbeschermingsmiddelen moeten zij verplicht regelmatig op cursus. Daarnaast controleren de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en waterschappen intensief op correct gebruik van uitsluitend toegelaten middelen.

Is glyfosaat schadelijk voor weidevogels?

Op basis van de risicobeoordeling door het Ctgb vertrouwen boeren en tuinders er op dat glyfosaat en andere toegelaten gewasbeschermingsmiddelen veilig zijn voor weidevogels en andere diersoorten. Bij de risicobeoordeling van een gewasbeschermingsmiddelen kijkt het Ctgb onder andere naar het gedrag van het middel in het milieu. Hoe snel breekt de stof af? Waar komt de stof in het milieu terecht? Wat zijn de risico’s voor verschillende diersoorten? Ook vogels en zoogdieren worden daarin meegenomen. In de toelating van een middel wordt vervolgens een extra veiligheidsmarge van factor vijf tot honderd gehanteerd.


Komt het glyfosaat via veevoer uiteindelijk in voedsel voor mensen terecht?

In Nederland en Europa gelden strenge voedselveiligheidseisen. Consumenten hoeven zich in Nederland geen zorgen te maken over de veiligheid van hun voedsel. Alle levensmiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong kunnen restjes van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of diergeneesmiddelen bevatten (residuen). Voor gewassen bestemd voor consumptie is per toegelaten middel een veilige residunorm (maximale residu limiet, mrl) vastgesteld. De NVWA controleert streng op deze norm, en ook in de keten zelf worden regelmatig monsters genomen ter controle. Voor de gewassen waarvan veevoer gemaakt is, zijn ook residunormen opgesteld. Bij de vaststelling daarvan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat residuen terecht kunnen komen in vlees, melk of eieren. Overigens is het in Nederland niet gebruikelijk om vee te laten grazen op met glyfosaat behandeld grasland. Meer informatie over mrl’s is te vinden op de website van het RIVM (https://rvs.rivm.nl/normen/consumenten/MRL).


Is doodspuiten van gras of groenbemesters écht nodig?

Boeren en tuinders verminderen steeds meer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Soms zijn er echter onvoldoende effectieve en betaalbare alternatieven beschikbaar.Ook voor het doodspuiten van gras of groenbemesters zoekt de sector naar alternatieven. Zo leiden nieuwe kennis en inzichten bijvoorbeeld tot steeds duurzamer graslandbeheer. Met maatregelen zoals behoud van een gesloten graszode en pleksgewijze bestrijding van onkruiden kan herinzaai worden uitgesteld. Maar graslandkwaliteit wordt ook beïnvloed door weersomstandigheden (denk bijvoorbeeld aan de extreme droogte in de zomer van 2018) of ziekte- en plaagdruk, zoals engerlingen (insectenlarven die aan de graswortels vreten). Voor groenbemesters geldt, dat bij bepaalde soorten mechanisch onderwerken voldoende is als basis voor het volgende gewas bijvoorbeeld omdat ze in de winter bevriezen. De keuze voor een groenbemester hangt echter van meer factoren af, zoals bodemeigenschappen, het voorafgaande gewas en het risico op vermeerdering van schadelijke aaltjes in de grond. Ook de weersomstandigheden moeten meezitten; in een zachte winter sterven groenbemesters minder snel af en een nat voorjaar maakt grondbewerking lastiger. Ook leidt onderwerken tot verstoring van de bodem; sommige boeren kiezen hier daarom bewust níet voor. De keuze voor een groenbemester is dus behoorlijk complex, daarom investeert de sector momenteel mee in de ontwikkeling van een beslisboom voor groenbemesters.

.