Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Klik op het driehoekje vóór de vraag om het antwoord erop te lezen. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem aan LTO Noord via info@ltonoord.nl.

Wat moet ik doen als er een vermoeden is dat een wolf een schaap of lam heeft verwond en/of gedood?

Indien er sprake is van (vermoedelijke) schade door een wolf aan een landbouwhuisdier, dient u dit zo spoedig mogelijk te melden bij het wolvenmeldpunt op www.wolveninnederland.nl of BIJ12-Faunafonds. Aan de hand van de melding wordt bepaald of er nader sporenonderzoek, sectie van het kadaver en DNA-analyse noodzakelijk is om de wolvenschade te kunnen vaststellen.

Voor meer informatie over o.a. de tegemoetkoming, kunt u kijken op de website van www.wolveninnederland.nl en www.bij12.nl

Waar vind ik meer informatie over de regelgeving van het vervoeren van vee?

De in 2005 opgestelde Europese Transportverordening is bij professionele transporteurs bekend, maar voor ondernemers die sporadisch vee vervoeren is deze niet altijd helder. De Europese Transportverordening geldt voor ieder transport wat een economische bedrijvigheid inhoudt. Zo ook voor een veehouder die kalveren ophaalt bij een collega. Hierbij wordt geen onderscheidt gemaakt tussen transport van hobby en niet- hobby dieren. De verordening moet ertoe leiden dat het transport geen onnodig dierenleed veroorzaakt. Zo moeten vooraf alle nodige voorzieningen worden getroffen om de duur van een transport tot een minimum te beperken. Verder moeten de dieren geschikt zijn voor de reis. Het is niet toegestaan gewonde, zwakke en zieke dieren te vervoeren, tenzij dit vervoer geen extra lijden veroorzaakt of wanneer ze onder veterinair toezicht worden vervoerd t.b.v. of ingevolge een veterinaire behandeling. Ook mogen drachtige dieren die 90 procent van de dracht hebben voltooid, niet worden vervoerd

Bij ieder transport in het kader van economische bedrijvigheid van vee hoort een vervoersdocument. Hierin staan de herkomst en de eigenaar, de plaats en het moment van vertrek. Ook moet hierin de verwachte duur van het transport zijn vermeld.

Een voertuig waarmee landbouwhuisdieren over meer dan 65 kilometer worden vervoerd, dient bestuurd of begeleid te worden door iemand die in het bezit is van een getuigschrift van vakbekwaamheid veetransport. Door een cursus te volgen bij een door het CBR erkende instantie is dit getuigschrift te verkrijgen. Verder moeten de transporteurs beschikken over een vervoersvergunning. Voor veetransporten langer dan acht uur gelden aanvullende eisen.

Om te voorkomen dat een hobbydierhouder, die een enkele keer een dier verkoopt, volledig onder de Transportverordening valt en om tegemoet te komen aan de wensen van de hobbydiersector, is onderscheid gemaakt tussen hobbydiertransporten met een hobbymatig en met een bedrijfsmatig karakter. Hiervoor is door toenmalig minister Verburg een brief opgesteld. Bij hobbydiertransporten met een hobbymatig karakter zullen alleen de basiseisen van art. 3 van de Transportverordening, voor zover van toepassing, worden gehandhaafd (geschiktheid transport e.d.) Het gaat om nationale transporten van maximaal twee paarden of twee runderen of tien schapen of tien geiten. Voor varkens geldt een maximaal aantal van 4 met bestemming een RE bedrijf. Bij vogels wordt per transport gekeken. Als er sprake is van een economische activiteit, wordt dit niet gezien als hobbymatig vervoer. De bewijslast ligt bij de ondernemer. Transport van dieren naar een slachthuis valt per definitie onder economische bedrijvigheid en hebben dus nooit een hobbymatig karakter.

Wat houdt de 21-dagenregeling in?

De 21-dagenregeling, ook wel quarantainemaatregel genoemd, is gebaseerd op de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoonosen en TSE's.
Waarom 21-dagenregeling?
De 21-dagenregeling heeft tot doel om de insleep en verspreiding van besmettelijke dierziektes te voorkomen. Er is gekozen voor de termijn van 21 dagen, omdat de meeste zeer besmettelijke dierziekten zich binnen 21 dagen voordoen. Diercontacten na deze periode zijn veilig.
Er zijn daarom eisen gesteld aan de onderlinge bedrijfscontacten (aanvoer en afvoer) en aan het verzamelen van evenhoevigen als runderen, schapen en geiten.
Varkens (ook evenhoevigen) zijn hiervan uitgezonderd, daarvoor verwijzen we u naar de website van RVO.nl.
Wat houdt de 21-dagenregeling in?
De regeling houdt in dat een herkauwer (rund, schaap of geit) die wordt aangevoerd op een bedrijf of een plek (een bedrijfslocatie (UBN) of weide), tenminste 21 dagen op dat bedrijf of die plek moet blijven staan voordat het dier kan worden afgevoerd naar een andere bestemming. De aanvoer van dieren op een bedrijf of plek heeft dus geen gevolgen voor de dieren die daar al staan. De dag van aanvoer is dag 0. Stel dat de dieren 's avonds worden aangevoerd en 3 weken later 's ochtends worden afgevoerd, dan zijn de 21 dagen niet helemaal voorbij.
Daarnaast dient u rekening te houden met extra eisen bij de afvoer van schapen en geiten via een erkend verzamelcentrum van schapen en geiten. Naast het feit dat de dieren dan minimaal 21 dagen op het herkomstbedrijf aanwezig zijn geweest, mogen er dan 21 dagen geen schapen of geiten zijn aangevoerd op het bedrijf van herkomst.
Bedrijf met meerdere vestigingen
Als u over een bedrijf beschikt met meerdere vestigingen (één bedrijfseenheid met meerdere UBN-nummers), geldt de 21-dagenregeling ook als u dieren binnen uw bedrijfseenheid verplaatst van de ene vestiging naar de andere.
Tentoonstelling, evenement, beurs of keuring
Runderen, schapen en geiten mogen worden verkocht op een tentoonstelling, evenement, beurs of keuring, maar ze mogen niet vanaf de tentoonstelling direct worden vervoerd naar de nieuwe locatie van de koper. Na afloop van tentoonstelling of evenement moeten ze namelijk rechtstreeks terug naar de plek van herkomst. Daar moeten ze 21 dagen verblijven voordat ze kunnen worden vervoerd naar de nieuwe locatie. U kunt echter wel binnen 21 dagen met hetzelfde dier weer aan een andere tentoonstelling deelnemen. Dat is een uitzondering die de regelgeving biedt 
Afvoer naar slachthuis
Slachtrunderen moeten minimaal 21 dagen op het herkomstbedrijf hebben verbleven, voordat ze afgevoerd kunnen worden naar het slachthuis. Dit geldt voor afvoer van slachtrunderen naar een slachthuis in Nederland én naar het buitenland (export, intraverkeer).
Intraverkeer en export
Er gelden extra eisen bij intraverkeer (binnen de EU) en bij export (buiten de EU), al dan niet via een verzamelcentrum. Zo geldt bijvoorbeeld voor export en intraverkeer van fokrunderen dat deze niet 21 dagen maar 30 dagen op het herkomstverblijf verbleven moeten hebben.
Wij raden u aan om bij export de betreffende instructies goed door te nemen. Deze vindt u op de NVWA-website in het webdossier Export dieren, dierlijke producten.

Ik heb een schapenbedrijf met een publieksfunctie, waar moet ik op letten?

Agrarische ondernemers die hun erf openstellen voor derden bevorderen een positief beeld van de landbouw. Veel mensen vinden een bezoekje aan de boer interessant. Aandacht  voor de veiligheid en gezondheid van de bezoekers is van belang. Voor bedrijven die publiek ontvangen gelden nog steeds de maatregelen ter preventie van Q-koorts.
Een bedrijf met een publieksfunctie is in het kader van deze maatregelen ‘Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren’. Hier vallen naast bijvoorbeeld kinderboerderijen, zorgboerderijen en bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren, ook bedrijven onder die schoolklassen ontvangen en waar naast andere dieren ook schapen of geiten aanwezig zijn.

Voor bedrijven die vallen onder de definitie van een bedrijf met een publieksfunctie zijn een aantal maatregelen verplicht zoals:
  • Een verplichte vaccinatie;
  • Dieren vanaf vier maanden dracht tot twee weken na lammeren afzonderen van bezoekers en publiek. Als er veel dieren drachtig zijn kunnen deze ook gezamenlijk afgezonderd worden.
  • Nageboorten snel uit de stal verwijderen.
Een overzicht van alle maatregelen staat in de factsheet maatregelen Q-koorts. Adviezen voor bedrijven met een publieksfunctie zijn te vinden in het hygiëne protocol voor schapen- en geitenbedrijven met een publieksfunctie.








Mag ik onkruid chemisch bestrijden op een verhard oppervlak?

Dat hangt van de locatie en ondergrond af. De overheid wil het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw terugdringen. Sinds 10 maart 2016 is het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een verhard oppervlak daarom verboden.

Een verhard oppervlak is in de wet gedefinieerd als: “oppervlak dat is verhard door bebouwing, bestrating en overige verhardingen aangebracht op de bodem voor verbetering van draagvlak en begaanbaarheid”.

Het verbod geldt echter niet voor land- en tuinbouwbedrijven die gewassen telen. De meest agrariërs en tuinders zullen dus weinig gevolgen van dit verbod ondervinden, mits zij het gebruik van middelen beperken tot hun bedrijf en in bezit is van een spuitlicentie. Partijen als gemeenten, hoveniersbedrijven en loonwerkers daarentegen, mogen vanaf nu uitsluitend gebruik maken van alternatieve methoden voor bijvoorbeeld onkruidbestrijding op bestrating.

Ook geldt het verbod nog niet voor particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Producten zoals Roundup zijn dan ook nog gewoon te koop in bijvoorbeeld tuincentra. Hoewel de overheid ook particulier gebruik wil verbieden blijkt een verbod hier ingewikkeld te zijn omdat er moeilijk op gehandhaafd kan worden. 

Per 1 november 2017 is het verbod uitgebreid naar onverhard terrein buiten de landbouw.















Vragen en antwoorden over Chlamydia abortus

Over de ziekte Chlamydia abortus bij schapen en geiten is nog weinig bekend. Hier een aantal vragen en antwoorden.

Wat is Chlamydia abortus?
Chlamydia abortus is een bacterie die abortus kan veroorzaken bij kleine herkauwers en die ook bij mensen problemen kan veroorzaken. Uit onderzoek komt naar voren dat dit vaker voorkomt bij melkleverende schapen- en geitenbedrijven dan bij niet-melkleverende bedrijven met deze diersoorten. Gemiddeld is 50 procent van de melkleverende bedrijven besmet.
De bacterie kan het eerste jaar na introductie op een bedrijf tot grote problemen leiden, zoals abortus en de geboorte van verzwakte of dode lammeren. Verwerpers zijn meestal niet of slechts heel kort ziek. Een enkele keer blijft een dier aan de nageboorte staan.

De jaren daarna treedt een stabilisatie van de problemen op en vindt op termijn bijna alleen abortus plaats bij dieren die voor de eerste keer werpen en bij aangekochte dieren. Dieren die hebben geaborteerd, worden immuun en zullen niet opnieuw vanwege Chlamydia aborteren.

Hoe ga ik om met een besmetting?
Wanneer op een bedrijf een besmetting voorkomt, bestaan twee mogelijkheden om de schade te beperken. Belangrijk is dat bedrijven de schade zoveel mogelijk beperken door hygiënemaatregelen toe te passen. Ook moet het risico voor de volksgezondheid zoveel mogelijk worden beperkt, vooral op kinderboerderijen.

Verder is het goed om de ziekte uit te bannen. Dat kan als de dieren worden gevaccineerd of de besmette dieren worden afgevoerd. Voor dit laatste kunnen de dieren individueel worden getest. Er zijn twee vaccins op de markt. De ene, van de Franse producent CEVA, heeft geen Nederlandse toelating, terwijl de andere, van Intervet, beperkt leverbaar is. Van het vaccin van Ceva komt dit jaar een beperkt aantal vaccins naar Nederland.

Wanneer wordt de bacterie uitgescheiden?
Uitscheiding van de verwekker vindt plaats met de geboorte van de vrucht en met de schedeuitvloeiing van enkele dagen vóór de abortus tot 12 dagen na de abortus. Ooien die hebben geaborteerd kunnen tijdens de bronst weer Chlamydia abortus uitscheiden. Het is niet bekend hoe lang dit het geval blijft.

Wanneer is Chlamydia aan te tonen?
Ongeveer 3 weken na een opgetreden abortus zijn de eerste antistoffen tegen Chlamydia abortus met de ELISA aantoonbaar. Het beste tijdstip voor onderzoek is tussen 3 weken en 3 maanden na een abortus.

Hoe beperk ik de kans op een besmetting?
De infectie wordt in de regel op een bedrijf geïntroduceerd door de aanvoer van besmette dieren. Preventie begint met het vermijden van contact met koppels waar problemen met Chlamydia abortus spelen. Bij aankoop weet de koper vaak niet dat de ziekte op het verkopende bedrijf aanwezig is. Een jaar na aankoop is vaak moeilijk te bewijzen dat de problemen met aankoop zijn binnengehaald.

Hoe verloopt een abortusuitbraak?
Het verloop van een abortusuitbraak is afhankelijk van het tijdstip waarop de infectie wordt geïntroduceerd. In een vroeg stadium van de dracht kan het eerste aborterende dier de drachtige koppelgenoten nog besmetten. Dit kan leiden tot een abortusgolf, met als gevolg abortus bij méér dan 50 procent van de dieren.

Als het eerste geval van een Chlamydia-besmetting laat in het aflamseizoen optreedt, dan blijft het aantal abortusgevallen in het jaar van introductie in de regel beperkt. Verkeert een aantal schapen of geiten in het gevoelige stadium van de dracht, dan kunnen deze hetzelfde jaar nog aborteren. Zo niet, dan is een massale abortus door de geïnfecteerde dieren het jaar daarop mogelijk.

Mag ik nog wel bij mijn dieren komen?
Aanwezigheid van Chlamydia abortus op een bedrijf is een risico voor zwangere vrouwen. Infectie van een zwangere vrouw kan namelijk leiden tot verlies van de vrucht en ernstig ziek zijn. Mensen die assistentie verlenen bij de geboorte van een lam op een bedrijf met abortusproblemen doen er goed aan om nadien de handen goed te wassen en te ontsmetten.

Bij mannen en niet zwangere vrouwen kan een besmetting griepachtige verschijnselen veroorzaken die vanzelf weer overgaan.

Ik heb een miskraam gehad, kan de oorzaak worden onderzocht?
Volgens het RIVM is onderzoek naar Chlamydia bij mensen alleen gericht op de SOA-variant. Dit onderzoek vindt enkel na klinische verschijnselen plaats. Er is geen test die onderscheid maakt tussen de verschillende soorten van Chlamydia.

Naast de SOA-vorm en de variant van kleine herkauwers is er ook een variant die door papegaaien wordt overgedragen en kan leiden tot longontstekingen. Verder zijn er enkele minder bekende varianten.

Kunnen andere diersoorten de ziekte ook krijgen?
Vooral kleine herkauwers, schapen en geiten, zijn gevoelig voor Chlamydia abortus. Runderen en varkens kunnen ook besmet raken met de bacterie, en er zijn ook gevallen beschreven in de paarden. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan.

Wat gaat er nu gebeuren?
Er komt een plan van aanpak om de abortussen op bedrijven te verlagen en daarmee betere resultaten te behalen en de uitstraling van de schapen- en geitensector te verbeteren.


Waar kan ik informatie vinden over kinderen en hun veiligheid op het erf?

Kinderen spelen graag buiten, het boerenerf is daarbij een mooie speelplaats. Meerijden op de trekker of verstoppertje spelen op het erf zijn vaak favoriete activiteiten. Veel mensen realiseren zich echter niet, dat wanneer kinderen op het erf spelen, ze een groot risico kunnen lopen.

Op de website van Stigas wordt een overzicht gegeven van risico’s voor uw kinderen en die van anderen op het boeren erf. Puntsgewijs worden de risico’s en tips gegeven. De volgende punten worden besproken; veiligheid algemeen, het voorkomen van vallen en beknelling, gevaarlijke werkzaamheden, apparatuur en machines, verkeer en chemische middelen. Per punt worden de belangrijke risico’s en handige tips genoemd. Goed om eens na te gaan of u alle risico’s in beeld hebt en/of deze bekend zijn.

Waar kan ik promotie-informatiemateriaal over de agrarische sector vinden?

Promotie- en informatiemateriaal  over de agrarische sector is een goede aanvulling wanneer men bezoekers of schoolklassen ontvangt op het bedrijf.

Open dag op de boerderij

Voor open dagen op de boerderij is er promotiemateriaal beschikbaar bij LTO Noord.  Hiervoor zijn er voor de jonge bezoekers een boerderij kijkdoos, kleurplaten en stickervellen beschikbaar. Leden kunnen deze gratis in gepaste hoeveelheden bestellen bij de afdeling communicatie (communicatie@ltonoord.nl).

Daarnaast stellen we standaard promotiepakketten beschikbaar voor afdelingen van LTO Noord, in dit pakket zitten pennen, schrijfblokjes, ballonnen, kleurplaten en informatiefolders van LTO Noord. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de LTO Noord afdeling communicatie (communicatie@ltonoord.nl).

Educatie op de boerderij

Er is een educatieproject, dat zich speciaal richt op de agrarische sector. Dit is het project ‘Platform Boerderijeducatie Nederland’. Op de website www.boerderijeducatienederland.nl is meer informatie te vinden. Onder het kopje ‘Boerderijeducatie’ zijn video’s en lesmateriaal te vinden. Via de site kunnen boeren zich ook aanmelden als educatieboer. Het bedrijf is dan voor scholen te vinden als educatieboerderij.

Op de website www.hetkleineloo.nl is ook voor veel sectoren lesmateriaal te vinden, dat zowel door agrariërs als leerkrachten kan worden gebruikt. Ook kinderen die een spreekbeurt houden over het agrarische bedrijf, kunnen deze informatie gebruiken.

Waar vind ik de belangrijkste regels over het activiteitenbesluit?

Vanaf 1 januari 2013 vallen nagenoeg alle agrarische bedrijven onder de werking van dit besluit.

Praktische informatie is te vinden op www.agriwijzer.nl.

Deze website brengt de milieuregels overzichtelijk in beeld. Op de site zijn vier tekeningen zichtbaar. Selecteer de tekening die voor u bedrijf van toepassing is, zodat regels en maatregelen zichtbaar worden per onderdeel. Ook worden tips en aandachtspunten gegeven.

Op www.infomil.nl vindt u ook de AIM, de activiteiten internet module.



Via een menu keuze kan worden nagegaan welke regels van toepassing zijn per activiteit en kan worden nagegaan of een melding of vergunning nodig  is. Via het systeem kan ook de melding worden gedaan bij gemeente of provincie.



Waar vind ik informatie over bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen?

Een bestemmingsplan geeft aan of er op een bepaalde plek gebouwd mag worden, welke bouwwerken zijn toegestaan en welke maximale afmetingen gelden. Ook is vastgelegd hoe bouwwerken en grond mogen worden gebruikt.

Er zijn twee mogelijkheden om erachter te komen welke bestemming een pand of perceel heeft. De eerste mogelijkheid is om bij de gemeente de bestemming op te vragen, meestal bij de afdeling Bouwen en Wonen.



Ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar 

De tweede mogelijkheid is via www.ruimtelijkeplannen.nl. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar worden gesteld. Ruimtelijkeplannen.nl is de landelijke voorziening die hierin voorziet en is gratis toegankelijk voor iedereen.

Er staan bestemmingsplannen op, maar ook structuurvisies en algemene regels die gemaakt zijn door gemeentes, provincies en het Rijk. Ook is zichtbaar of het plan nog in procedure of al onherroepelijk is.


Locatie zoeken

Op de website kan via postcode en huisnummer de kaart van de locatie worden gezocht. Naast de kaart zijn de plannen zichtbaar, die betrekking hebben op die locatie.

De verschillende bestemmingen worden in verschillende kleuren aangegeven. Door op de kleur te klikken en vervolgens op het betreffende plan en de detailinformatie, wordt de bestemming weergegeven en kunnen de voorwaarden voor deze bestemming worden geraadpleegd.

Er staat ook een instructievideo op de website, die uitlegt hoe de website werkt en hoe men bestemmingsplannen kan vinden. De website heeft veel mogelijkheden, het is daarom goed om de uitleg en de veel gestelde vragen op deze site te lezen.



Attenderingsservice

De website beschikt over een handige attenderingsservice. Hierin kunt u aanvinken over welke plannen u per mail geattendeerd wilt worden, bijvoorbeeld de eigen provincie en gemeente.