Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Klik op het driehoekje vóór de vraag om het antwoord erop te lezen. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem aan LTO Noord via info@ltonoord.nl.

Waar kan ik verminderde zorg bij landbouwhuisdieren melden?

Bij het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren kunt u terecht met vragen en meldingen over verminderde zorg bij landbouwhuisdieren. Het gaat hierbij om bedrijfsmatig gehouden runderen, varkens, schapen, geiten, paarden en kippen. Dit loket is een initiatief uit de veehouderijsector en bedoeld om het aantal gevallen van verminderde zorg tot een minimum te beperken. Jaarlijks komen er bij het loket tientallen meldingen binnen. Altijd staat de hulp aan de veehouder voorop. Hoe eerder er een melding gedaan wordt, des te sneller kan er een oplossing gevonden worden. En dat komt ten goede aan mens en dier!

Preventieteam en begeleidingsteam

Het Vertrouwensloket werkt met twee soorten teams: een preventieteam en een begeleidingsteam. Een preventieteam gaat op pad bij signalen dat de bedrijfsomstandigheden zodanig zijn dat het dierenwelzijn in het gedrang kan komen. Als er een vermoeden is van psychosociale problematiek, dan wordt er een begeleidingsteam ingeschakeld.

Een preventieteam bestaat uit een dierenarts en een bedrijfseconomisch adviseur. Een sociaal-maatschappelijk werker en een bedrijfseconomisch adviseur maken deel uit van een begeleidingsteam. Zij gaan samen met de veehouder op zoek naar de juiste oplossingen en schakelen eventueel nog andere instanties in.

Om verminderde zorg terug te dringen, richt het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren zich samen met erfbetreders op preventie, tijdige signalering en het bieden van hulp. Vroegtijdig hulp bieden aan een veehouder kan veel leed voorkomen.

Het loket is er ook voor veehouders die willen overleggen over hun eigen situatie of die van de buurman. Het telefoonnummer van het Vertrouwensloket is (06) 22435757. Uiteraard gaat het loket uiterst vertrouwelijk om met alle meldingen!

Meer informatie is te vinden op www.vertrouwensloketwelzijnlandbouwhuisdieren.nl 

Melden kan anoniem. Ook bij vermoedens ziet het vertrouwensteam het liefst een melding tegemoet. Want, melden is helpen!

Waar vind ik de veelgestelde vragen over de Afrikaanse varkenspest?

Op de website van de Gezondheidsdienst voor Dieren kunt u antwoorden vinden op veelgestelde vragen over de Afrikaanse varkenspest (AVP).

Wat houdt de 21-dagenregeling in?

De 21-dagenregeling, ook wel quarantainemaatregel genoemd, is gebaseerd op de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoonosen en TSE's.
Waarom 21-dagenregeling?
De 21-dagenregeling heeft tot doel om de insleep en verspreiding van besmettelijke dierziektes te voorkomen. Er is gekozen voor de termijn van 21 dagen, omdat de meeste zeer besmettelijke dierziekten zich binnen 21 dagen voordoen. Diercontacten na deze periode zijn veilig.
Er zijn daarom eisen gesteld aan de onderlinge bedrijfscontacten (aanvoer en afvoer) en aan het verzamelen van evenhoevigen als runderen, schapen en geiten.
Varkens (ook evenhoevigen) zijn hiervan uitgezonderd, daarvoor verwijzen rel="noopener noreferrer" we u naar de website van RVO.nl.
Wat houdt de 21-dagenregeling in?
De regeling houdt in dat een herkauwer (rund, schaap of geit) die wordt aangevoerd op een bedrijf of een plek (een bedrijfslocatie (UBN) of weide), tenminste 21 dagen op dat bedrijf of die plek moet blijven staan voordat het dier kan worden afgevoerd naar een andere bestemming. De aanvoer van dieren op een locatie (bedrijf of plek) heeft dus geen gevolgen voor de dieren die daar al staan. De dag van aanvoer is dag 0. Stel dat de dieren 's avonds worden aangevoerd en 3 weken later 's ochtends worden afgevoerd, dan zijn de 21 dagen niet helemaal voorbij.
Daarnaast dient u rekening te houden met extra eisen bij de afvoer van schapen en geiten via een erkend verzamelcentrum van schapen en geiten. Naast het feit dat de dieren dan minimaal 21 dagen op het herkomstbedrijf aanwezig zijn geweest, mogen er dan 21 dagen geen schapen of geiten zijn aangevoerd op het bedrijf van herkomst.
Bedrijf met meerdere vestigingen
Als u over een bedrijf beschikt met meerdere vestigingen (één bedrijfseenheid met meerdere UBN-nummers), geldt de 21-dagenregeling ook als u dieren binnen uw bedrijfseenheid verplaatst van de ene vestiging naar de andere.
Als op een locatie meerdere UBN’s zijn gevestigd, is de 21-dagen eis niet van toepassing. Als de UBN’s op verschillende locaties zijn gevestigd, wel.
Tentoonstelling, evenement, beurs of keuring
Runderen, schapen en geiten mogen worden verkocht op een tentoonstelling, evenement, beurs of keuring, maar ze mogen niet vanaf de tentoonstelling direct worden vervoerd naar de nieuwe locatie van de koper. Na afloop van tentoonstelling of evenement moeten ze namelijk rechtstreeks terug naar de plek van herkomst. Daar moeten ze 21 dagen verblijven voordat ze kunnen worden vervoerd naar de nieuwe locatie. U kunt echter wel binnen 21 dagen met hetzelfde dier weer aan een andere tentoonstelling deelnemen. Dat is een uitzondering die de regelgeving biedt 
Afvoer naar slachthuis
Slachtrunderen moeten minimaal 21 dagen op het herkomstbedrijf hebben verbleven, voordat ze afgevoerd kunnen worden naar het slachthuis. Dit geldt voor afvoer van slachtrunderen naar een slachthuis in Nederland én naar het buitenland (export, intraverkeer).
Intraverkeer en export
Er gelden extra eisen bij intraverkeer (binnen de EU) en bij export (buiten de EU), al dan niet via een verzamelcentrum. Zo geldt bijvoorbeeld voor export en intraverkeer van fokrunderen dat deze niet 21 dagen maar 30 dagen op het herkomstverblijf verbleven moeten hebben.
Wij raden u aan om bij export de betreffende instructies goed door te nemen. rel="noopener noreferrer" Deze vindt u op de NVWA-website in het webdossier Export dieren, dierlijke producten.
 

 


Waar kan ik neosporakaarten aanvragen?

LTO heeft een Neosporakaart gemaakt, die kan worden uitgedeeld aan hondenbezitters of kan worden opgehangen bij een perceel. Op de kaart staat informatie voor hondenbezitters met advies voor het uitlaten van de hond. Deze neosporakaarten zijn voor leden gratis op te vragen bij het Informatiecentrum via info@ltonoord.nl

Op de website van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) kan men meer informatie lezen over Neospora en kan een duurzaam emaillen bordje tegen betaling worden besteld die op een paal kan worden bevestigd. Het bordje kan ook worden besteld door te bellen naar 0900-1770 of te mailen naar info@gddeventer.com.

De GD adviseert ook om maatregelen ten aanzien van de eigen honden te nemen en geeft de volgende tips om de kans op besmettingen te beperken:

- Voorkom dat het voer van het rundvee verontreinigd wordt met hondenpoep;

- Voorkom dat honden zich besmetten door het eten van besmet materiaal;

- Laat de hond niet bij de koeien in de wei, in de afkalfstal of op de roosters;

- Laat uw hond bij voorkeur helemaal niet toe in de stal

Wat kan ik doen om het risico op insleep van vogelgriep te verkleinen?

Ondanks dat de algemene hygiënestatus op de bedrijven die werden getroffen door een uitbraak van HPAI H5N8 soms zelfs bovengemiddeld was, is het verbeteren van de hygiëne één van de belangrijkste middelen om de risico's op insleep te verkleinen. Dit blijkt uit een studie naar het ontstaan van de uitbraak door het CVI en de Faculteit Diergeneeskunde. In de gepubliceerde samenvatting staan veel praktische tips om de kans op insleep van vogelgriep te verkleinen.

Daarnaast kunt u meer informatie lezen over het nemen van extra hygiënemaatregelen op de website van Avined.


Ik heb een schapenbedrijf met een publieksfunctie, waar moet ik op letten?

Agrarische ondernemers die hun erf openstellen voor derden bevorderen een positief beeld van de landbouw. Veel mensen vinden een bezoekje aan de boer interessant. Aandacht  voor de veiligheid en gezondheid van de bezoekers is van belang. Voor bedrijven die publiek ontvangen gelden nog steeds de maatregelen ter preventie van Q-koorts.
Een bedrijf met een publieksfunctie is in het kader van deze maatregelen ‘Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren’. Hier vallen naast bijvoorbeeld kinderboerderijen, zorgboerderijen en bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren, ook bedrijven onder die schoolklassen ontvangen en waar naast andere dieren ook schapen of geiten aanwezig zijn.

Voor bedrijven die vallen onder de definitie van een bedrijf met een publieksfunctie zijn een aantal maatregelen verplicht zoals:
  • Een verplichte vaccinatie;
  • Dieren vanaf vier maanden dracht tot twee weken na lammeren afzonderen van bezoekers en publiek. Als er veel dieren drachtig zijn kunnen deze ook gezamenlijk afgezonderd worden.
  • Nageboorten snel uit de stal verwijderen.
Een overzicht van alle maatregelen staat in de factsheet maatregelen Q-koorts. Adviezen voor bedrijven met een publieksfunctie zijn te vinden in het hygiëne protocol voor schapen- en geitenbedrijven met een publieksfunctie.








Vragen en antwoorden over Chlamydia abortus

Over de ziekte Chlamydia abortus bij schapen en geiten is nog weinig bekend. Hier een aantal vragen en antwoorden.

Wat is Chlamydia abortus?
Chlamydia abortus is een bacterie die abortus kan veroorzaken bij kleine herkauwers en die ook bij mensen problemen kan veroorzaken. Uit onderzoek komt naar voren dat dit vaker voorkomt bij melkleverende schapen- en geitenbedrijven dan bij niet-melkleverende bedrijven met deze diersoorten. Gemiddeld is 50 procent van de melkleverende bedrijven besmet.
De bacterie kan het eerste jaar na introductie op een bedrijf tot grote problemen leiden, zoals abortus en de geboorte van verzwakte of dode lammeren. Verwerpers zijn meestal niet of slechts heel kort ziek. Een enkele keer blijft een dier aan de nageboorte staan.

De jaren daarna treedt een stabilisatie van de problemen op en vindt op termijn bijna alleen abortus plaats bij dieren die voor de eerste keer werpen en bij aangekochte dieren. Dieren die hebben geaborteerd, worden immuun en zullen niet opnieuw vanwege Chlamydia aborteren.

Hoe ga ik om met een besmetting?
Wanneer op een bedrijf een besmetting voorkomt, bestaan twee mogelijkheden om de schade te beperken. Belangrijk is dat bedrijven de schade zoveel mogelijk beperken door hygiënemaatregelen toe te passen. Ook moet het risico voor de volksgezondheid zoveel mogelijk worden beperkt, vooral op kinderboerderijen.

Verder is het goed om de ziekte uit te bannen. Dat kan als de dieren worden gevaccineerd of de besmette dieren worden afgevoerd. Voor dit laatste kunnen de dieren individueel worden getest. Er zijn twee vaccins op de markt. De ene, van de Franse producent CEVA, heeft geen Nederlandse toelating, terwijl de andere, van Intervet, beperkt leverbaar is. Van het vaccin van Ceva komt dit jaar een beperkt aantal vaccins naar Nederland.

Wanneer wordt de bacterie uitgescheiden?
Uitscheiding van de verwekker vindt plaats met de geboorte van de vrucht en met de schedeuitvloeiing van enkele dagen vóór de abortus tot 12 dagen na de abortus. Ooien die hebben geaborteerd kunnen tijdens de bronst weer Chlamydia abortus uitscheiden. Het is niet bekend hoe lang dit het geval blijft.

Wanneer is Chlamydia aan te tonen?
Ongeveer 3 weken na een opgetreden abortus zijn de eerste antistoffen tegen Chlamydia abortus met de ELISA aantoonbaar. Het beste tijdstip voor onderzoek is tussen 3 weken en 3 maanden na een abortus.

Hoe beperk ik de kans op een besmetting?
De infectie wordt in de regel op een bedrijf geïntroduceerd door de aanvoer van besmette dieren. Preventie begint met het vermijden van contact met koppels waar problemen met Chlamydia abortus spelen. Bij aankoop weet de koper vaak niet dat de ziekte op het verkopende bedrijf aanwezig is. Een jaar na aankoop is vaak moeilijk te bewijzen dat de problemen met aankoop zijn binnengehaald.

Hoe verloopt een abortusuitbraak?
Het verloop van een abortusuitbraak is afhankelijk van het tijdstip waarop de infectie wordt geïntroduceerd. In een vroeg stadium van de dracht kan het eerste aborterende dier de drachtige koppelgenoten nog besmetten. Dit kan leiden tot een abortusgolf, met als gevolg abortus bij méér dan 50 procent van de dieren.

Als het eerste geval van een Chlamydia-besmetting laat in het aflamseizoen optreedt, dan blijft het aantal abortusgevallen in het jaar van introductie in de regel beperkt. Verkeert een aantal schapen of geiten in het gevoelige stadium van de dracht, dan kunnen deze hetzelfde jaar nog aborteren. Zo niet, dan is een massale abortus door de geïnfecteerde dieren het jaar daarop mogelijk.

Mag ik nog wel bij mijn dieren komen?
Aanwezigheid van Chlamydia abortus op een bedrijf is een risico voor zwangere vrouwen. Infectie van een zwangere vrouw kan namelijk leiden tot verlies van de vrucht en ernstig ziek zijn. Mensen die assistentie verlenen bij de geboorte van een lam op een bedrijf met abortusproblemen doen er goed aan om nadien de handen goed te wassen en te ontsmetten.

Bij mannen en niet zwangere vrouwen kan een besmetting griepachtige verschijnselen veroorzaken die vanzelf weer overgaan.

Ik heb een miskraam gehad, kan de oorzaak worden onderzocht?
Volgens het RIVM is onderzoek naar Chlamydia bij mensen alleen gericht op de SOA-variant. Dit onderzoek vindt enkel na klinische verschijnselen plaats. Er is geen test die onderscheid maakt tussen de verschillende soorten van Chlamydia.

Naast de SOA-vorm en de variant van kleine herkauwers is er ook een variant die door papegaaien wordt overgedragen en kan leiden tot longontstekingen. Verder zijn er enkele minder bekende varianten.

Kunnen andere diersoorten de ziekte ook krijgen?
Vooral kleine herkauwers, schapen en geiten, zijn gevoelig voor Chlamydia abortus. Runderen en varkens kunnen ook besmet raken met de bacterie, en er zijn ook gevallen beschreven in de paarden. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan.

Wat gaat er nu gebeuren?
Er komt een plan van aanpak om de abortussen op bedrijven te verlagen en daarmee betere resultaten te behalen en de uitstraling van de schapen- en geitensector te verbeteren.


Ik heb een geitenbedrijf met een publieksfunctie, waar moet ik op letten?

Agrarische ondernemers die hun erf openstellen voor derden bevorderen een positief beeld van de landbouw. Veel mensen vinden een bezoekje aan de boer interessant. Aandacht  voor de veiligheid en gezondheid van de bezoekers is van belang. Voor bedrijven die publiek ontvangen gelden nog steeds de maatregelen ter preventie van Q-koorts.

Een bedrijf met een publieksfunctie is in het kader van deze maatregelen ‘Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren’. Hier vallen naast bijvoorbeeld kinderboerderijen, zorgboerderijen en bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren, ook bedrijven onder die schoolklassen ontvangen en waar naast andere dieren ook schapen of geiten aanwezig zijn.

Voor bedrijven die vallen onder de definitie van een bedrijf met een publieksfunctie zijn een aantal maatregelen verplicht zoals:
  • De dieren moeten gevaccineerd zijn.
  • Dieren vanaf vier maanden dracht tot twee weken na lammeren afzonderen van bezoekers en publiek. Als er veel dieren drachtig zijn kunnen deze ook gezamenlijk afgezonderd worden.
  • Nageboorten snel uit de stal verwijderen.
Een overzicht van alle maatregelen staat in de factsheet maatregelen Q-koorts. Adviezen voor bedrijven met een publieksfunctie zijn te vinden in het hygiëne protocol voor schapen- en geitenbedrijven met een publieksfunctie. Deze is gepubliceerd in januari 2010. De hierin genoemde wettelijke maatregelen zijn (deels) niet meer actueel, de algemene adviezen zijn nog steeds van toepassing.
 

Wat te doen bij een Q-koorts schadeclaim?

Het was volop in het nieuws: Q-koorts-patiënten willen de geitenhouder aansprakelijk stellen. Volgens de Q-koorts-patiëntenvereniging is dit niet als persoonlijke hetze tegen de individuele geitenhouder. Wél willen de patiënten hun geleden schade vergoed hebben. De claim zou voor u als geitenhouder als een onaangename verrassing komen. Het is voor u als ondernemer goed om deze aansprakelijkstelling zo spoedig mogelijk bij uw verzekeraar op de AVL (Aansprakelijkheidsverzekering Landbouwbedrijven) te melden. Het verweer voeren, wordt door de AVL gedekt. Verzekeraars hebben liever niet dat u dit via rechtsbijstand laat lopen. Ze willen graag spoedige beeld hebben op het aantal claims. Dit verloopt het best door het via de AVL te spelen. De verzekeraar gaat vervolgens namens de geitenhouder verweer voeren tegen de aansprakelijkstellling. Hiervoor schakelt de verzekeraar in principe zijn eigen juristen in. De geitenhouder schakelt dus niet zelf een advocaat in. Bij een grotere hoeveelheid gelijksoortige meldingen kan de verzekeraar besluiten hiervan één verweer dossier te maken en dat onder te brengen bij een gespecialiseerd advocatenkantoor. Verschillende verzekeraars willen hiervoor binnen het Verbond van Verzekeraars samenwerken. Ondertussen kijkt ook LTO naar mogelijke consequenties. Voor een goed beeld van het aantal meldingen verzoeken we u een eventuele claim te melden bij Jeannette van de Ven.