Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Klik op het driehoekje vóór de vraag om het antwoord erop te lezen. Staat uw vraag er niet bij? Stel hem aan LTO Noord via info@ltonoord.nl.

Welke spuitdoppen mag ik gebruiken?

Op de website van helpdeskwater, staat een link naar driftreducerende doppen; de DRD-lijst én een een link naar het PDF document met Driftreducerende technieken; de DRT-lijst.

 

Wat zijn nu de regels voor de teeltvrije zone?

Op 1 juli 2017 is Activiteitenbesluit milieubeheer gewijzigd om de waterkwaliteit te verbeteren. Een van de wijzigingen betreft de aanpassing van de teeltvrije zone voor grassen en granen van 25 naar 50 cm vanaf de waterkant.

Voor intensiever bespoten gewassen (aardappelen, uien, bloembollen, wortelen e.d.) blijft de teeltvrije zone tenminste 150 cm. Als u spuitdoppen of een spuittechniek met een driftreductie van tenminste 90% gebruikt, dan mag u de teeltvrije zone versmallen naar minimaal 100 cm. 
Meer informatie is te vinden via www.agriwijzer.nl/Activiteitenbesluit, kies de activiteitenwijzer per perceel, en via Infomil.

Gewassen

Nieuwe teeltvrije zone

Oude teeltvrije zone

aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen, vaste planten, en in neerwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen

50 cm bij gebruik van handmatig aangedreven handgedragen spuit

50 cm bij gebruik van handmatig aangedreven handgedragen spuit

 

100 cm bij gebruik van een techniek met 90% driftreductie

100 cm bij gespecificeerde aanvullende maatregelen zoals gebruik luchtondersteuning of vanggewas

 

150 cm – overige situaties

150 cm – overige situaties

In opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen

500 cm – overige situaties

500 cm – overige situaties

appelen, peren en overige pit- en steenvruchten

300 cm – bij gebruik van een techniek met 90% driftreductie of biologische productiemethode

300 cm – bij gespecificeerde aanvullende maatregelen zoals gebruik tunnelspuit of vanggewas

 

450 cm – overige situaties

450 cm - bij gebruik reflectiescherm

 

 

900 cm – overige situaties

Andere gewassen (o.a. grassen, granen)

50 cm

25 cm

Braakliggend land

50 cm

50 cm

De overheid heeft bepaald dat met de introductie van afspraken over de drukregistratievoorziening er ook een verplichte teeltvrije zone van toepassing is bij droge sloten. Lees hier meer over in de veel gestelde vragen op de website van helpdesk water: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/emissiebeheer/agrarisch/open-teelt/artikel/


De regels voor de BvB (bewijs van vakbekwaamheid) zijn veranderd. Welke BvB ( spuitlicentie) heb ik nodig ? Ik voer de spuitwerkzaamheden op mijn bedrijf meestal zelf uit.

Het uitgangspunt is dat binnen elke onderneming waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt door de onderneming zelf, tenminste één persoon werkzaam is met de BvB bedrijfsvoeren, de oude licentie 2. Die persoon moet dan ook bij de spuitwerkzaamheden aanwezig of beschikbaar zijn. Alle andere personen die binnen de onderneming de spuitwerkzaamheden uitvoeren kunnen dan volstaan met licentie 1. Als u geboren bent voor 1 januari 1996 en alleen de spuitwerkzaamheden uitvoert kunt u volstaan met BvB uitvoeren, de oude licentie 1. Dit geldt ook als er wel personen in dienst zijn die alleen werkzaamheden uitvoeren waar een veiligheidsinstructie voor nodig is. In dit stroomschema is aangegeven welke BvB in welke situatie nodig is. 

Welke regels gelden, bij het bestrijden van aardappelopslag?

Onder voorwaarden kan worden volstaan met een veiligheidsinstructie, die ook in een aantal andere situatie van toepassing is. Informatie en een voorbeeld van een veiligheidsinstructie is te vinden op de site van bureau erkenningen. 

Wat is de stand van zaken in de discussie over glyfosaat?

De Europese commissie liet glyfosaat in december 2017 voor een beperkte periode van 5 jaar toe en niet voor de gangbare periode van 10 jaar. De stof moet daarom na vijf jaar opnieuw zijn beoordeeld. Meer informatie is te vinden op de site van ctgb. 

Mag ik onkruid chemisch bestrijden op een verhard oppervlak?

Dat hangt van de locatie en ondergrond af. De overheid wil het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw terugdringen. Sinds 10 maart 2016 is het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een verhard oppervlak daarom verboden.

Een verhard oppervlak is in de wet gedefinieerd als: “oppervlak dat is verhard door bebouwing, bestrating en overige verhardingen aangebracht op de bodem voor verbetering van draagvlak en begaanbaarheid”.

Het verbod geldt echter niet voor land- en tuinbouwbedrijven die gewassen telen. De meest agrariërs en tuinders zullen dus weinig gevolgen van dit verbod ondervinden, mits zij het gebruik van middelen beperken tot hun bedrijf en in bezit is van een spuitlicentie. Partijen als gemeenten, hoveniersbedrijven en loonwerkers daarentegen, mogen vanaf nu uitsluitend gebruik maken van alternatieve methoden voor bijvoorbeeld onkruidbestrijding op bestrating.

Ook geldt het verbod nog niet voor particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Producten zoals Roundup zijn dan ook nog gewoon te koop in bijvoorbeeld tuincentra. Hoewel de overheid ook particulier gebruik wil verbieden blijkt een verbod hier ingewikkeld te zijn omdat er moeilijk op gehandhaafd kan worden. 

Per 1 november 2017 is het verbod uitgebreid naar onverhard terrein buiten de landbouw.















Mogen wij verplicht worden om de gewasbeschermingsenquête in te vullen?

Sinds 2009 is het CBS via een verordening verplicht om statistieken met betrekking tot pesticiden aan Eurostat (Europese database) aan te leveren. Hieraan is tot nu toe uitvoering gegeven via een vrijwillige steekproef. Vanwege de geringe respons heeft het CBS eind vorig jaar besloten om, bij laag blijvende respons, over te gaan tot verplichte deelname aan de steekproef.

De verplichting heeft tot nu toe niet letterlijk in de uitnodiging gestaan omdat die verplichting er dus formeel niet was.

De medewerking betreft het invullen van een vragenlijst voor de verschillende gewassen. Het CBS gebruikt deze gegevens voor de publicatie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw. Dit gebeurt één keer per vier jaar. Volgens het CBS geven de cijfers inzicht in de toepassing van de middelen en helpen ze de overheid bij de uitvoering en monitoring van het gewasbeschermingsbeleid.

Kan de gewasbeschermingsenquête gekoppeld worden aan bestaande registraties?

CBS heeft eind vorig jaar in een inventarisatie ondernemers de gelegenheid gegeven om gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door te geven via bestaande registratiesystemen (o.a. van Suikerunie, MPS, Greenlinqdata, Agrovision). Hier is weinig gebruik van gemaakt. Bij het invullen van de enquête is het volgens CBS nog steeds mogelijk om registratie (deels) digitaal te doen via de genoemde systemen.Een koppeling met de landbouwtelling (onderdeel van de Gecombineerde Data Inwinning, GDI) is volgens het CBS moeilijk te realiseren; bovendien wil het CBS de landbouwtelling laagdrempelig houden – en dus zo kort mogelijk. Daarbij komt dat de gewasbeschermingsenquête slechts eens in de 4 jaar plaatsvindt en onder een beperkt aantal boeren (steekproef).



Is de gewasbeschermingsenquête anoniem?

De enquête is vertrouwelijk, data worden niet-herleidbaar tot individuele bedrijven verwerkt en alleen geaggregeerd over sectoren gebruikt voor (naast Eurostat) CBS Statline, nationale beleidsevaluaties (met name het gewasbeschermingsbeleid). Enquêtes worden altijd verstuurd in een herkenbare CBS envelop en elke ondernemer heeft een CBS relatienummer.