In de toekenningen van het LTO Noord Innovatiefonds kom je de naam van Arjan Prinsen meerdere keren tegen. De melkveehouder uit Haarlo en innovatiemanager bij Groot Zevert Vergisting was betrokken bij projecten rond biomestvergisting, nutriëntenbenutting en slim energiegebruik. Arjan: ‘Het is fantastisch dat LTO Noord een Innovatiefonds heeft. Het gaf mij naast cofinanciering ook vertrouwen en een netwerk waarmee ik verder kon bouwen aan een toekomstbestendig bedrijf.’
Bestaansrecht houden
Als innovatiemanager bij Groot Zevert werkte hij mee aan Kunstmestvrije Achterhoek, ook een project dat gesteund en mede gefinancierd werd door LTO Noord. ‘Dat vormde de basis voor de huidige RENURE-wetgeving. En het zette mij persoonlijk aan het denken: hoe houd ik als melkveehouder in deze regio mijn plek?’ In Haarlo, waar landbouw en natuur al generaties samenkomen, was groter groeien geen optie. Dus koos Arjan een andere route: minder afhankelijk worden van aanvoer van buitenaf en meer waarde halen uit wat er al is. Zijn doel: een circulair melkveebedrijf.
Zijn eerste stap was een eigen biogasinstallatie, gerealiseerd mede dankzij een bijdrage vanuit het LTO Noord Innovatiefonds. ‘Afval bestaat niet, benut alles zo goed mogelijk op je eigen bedrijf en beperk zo de input.’ Na de vergister volgden een mestscheider, melkrobot en koeientoilet. Ook zocht hij naar manieren om zijn tientallen zonnepanelen optimaal te benutten. ‘Vijftien jaar geleden was dat nog allesbehalve standaard.’
Arjan Prinsen legt uit: energie als verdienmodel op het melkveebedrijf
Innovatiefonds beperkt risico
Het leergeld dat hij betaalt door voor de troepen uit te lopen, neemt Arjan de koop toe. ‘De bijdragen vanuit het Innovatiefonds beperken de risico’s. En daarnaast: had ik afgewacht dan was mijn bedrijf niet klaar geweest voor de toekomst.’ Stap voor stap bouwde hij aan een circulair bedrijf met meerdere inkomstenstromen.
Zoals hij zijn er veel ondernemers denkt Arjan: ‘Boeren met ideeën over hoe het agrarisch bedrijf nutriënten anders, beter, efficiënter kan benutten. Maar de tijd, ruimte en financiële middelen om dat te onderzoeken ontbreekt vaak’. Door zijn netwerk, onder andere via stichting Agrarisch Netwerk Achterhoek en Groot Zevert kwam hij op ideeën voor zijn eigen bedrijf, maar het Innovatiefonds deed het balletje verder rollen. ‘Het gaf me precies wat nodig was: financiële ruimte, vertrouwen en toegang tot kennis. Daardoor kon ik sneller schakelen.’ Met een toekomstbestendig melkveebedrijf als resultaat.
Praktische vernieuwing
Momenteel ontwikkelt hij een slim energiemanagementsysteem, opnieuw met steun van het Innovatiefonds. ‘Alles wat we de afgelopen jaren hebben geïnstalleerd, zoals de vergister, bidirectionele laadpaal en de zonnepanelen met warmtekrachtkoppeling (WKK) combineren we tot één simpel systeem.’ De innovatie zit in de software die alles aan elkaar knoopt – specifiek ingericht voor een melkveebedrijf en net zo simpel als werken met de melkrobot.
De resultaten zijn niet alleen interessant voor hem, maar ook voor andere melkveehouders merkt Arjan dagelijks. ‘In de portemonnee. Elke kilowatt die ik produceer én benut, bespaart mij energiebelasting.’ Klinkt interessant? Prinsen kijkt alweer verder: Elektrische voertuigen op het erf kunnen volgens hem ook dienen als energieopslag. ‘Ze staan het grootste deel van de dag stil. Waarom zou je ze dan niet inzetten als batterij? Daarmee ontlast je het stroomnet.’
Bewijs: onderdeel van de oplossing
Voor Arjan draait het uiteindelijk om één ding: bestaansrecht. ‘Elke stap die ik zet moet bijdragen aan behoud van onze sector. Terugkijkend is er al zo veel verbeterd. We werken schoner, efficiënter, beter dan ooit. Laten we dat uitdragen.’
Ook daarbij leunt Arjan graag op het netwerk dat het LTO Noord Innovatiefonds hem biedt. ‘Zeker in het begin was het heel prettig om resultaten, kennis en ervaring te delen met andere leden via bijeenkomsten of de werkorganisatie.’ Via LTO vond hij ook aansluiting met beleidsbepalers en onderwijs- en kennisinstellingen. ‘En aan die tafels hebben we qua bestaansrecht nog een grote slag te slaan. Dat kan wat mij betreft maar op één manier: bewijzen dat je onderdeel van de oplossing bent, niet het probleem.’
Op zijn bedrijf meet hij daarom alle emissies met als doel deze te verminderen. ‘Van mest in de stal tot opname door de plant wil ik de verliezen beperken én dat bewijzen’.