Samenwerking tussen akkerbouwers en melkveehouders is geen doel op zich. Maar het is volgens projectleiders Bart Jan Wulfse en Ronald Luijkx een middel om grond en stikstof beter te benutten, gewassen slimmer op elkaar te laten volgen en uitspoeling te verminderen. Vooral zinvol op zandgronden.
Gronduitwisseling en samenwerking biedt kansen voor de uitdagingen rondom uitspoeling op zand. Maar alleen als ondernemers verder kijken dan één teeltjaar, zegt Ronald Luijkx (projectleider AgroProeftuin Noordoost Brabant). ‘Wat is er vorig jaar geteeld? Hoe is er bemest? Wat blijft er achter aan stikstof? Is er een vanggewas ingezaaid? Dat zijn vragen die je moet stellen als teler wanneer je een perceel van een ander in gebruik neemt.’ Bart Jan Wulfse (projectleider doelsturing in opdracht van De Agroproeftuin Noord Oost Brabant) vult aan: ‘Samenwerking werkt pas goed als telers gezamenlijk naar een breed bouwplan, de bodem en beschikbare nutriënten kijken. Mede op basis daarvan is optimalisatie van gezamenlijk grondgebruik mogelijk met een lagere nitraatuitspoeling’.
Waarom is samenwerking juist op zandgrond relevant?
Ronald: ‘Op zandgrond is samenwerking interessant omdat ondernemers niet alleen een tekort aan grond hebben, maar ook de opgave om nitraatuitspoeling te beperken. Stikstof die na een teelt in de bodem achterblijft, spoelt op zandgrond gemakkelijk uit naar het grondwater. Telers op zand hebben daarom nu al te maken met scherpe richtlijnen. Wat ons betreft moeten we kijken naar bouwplannen die verder gaan dan één sector, gewas of teeltjaar. Voor melkveehouders betekent dat zoeken naar voldoende ruwvoer binnen de beschikbare bemestingsruimte. Akkerbouwers en groentetelers zoeken juist ruimte voor een gezonde rotatie van hun gewassen. Door samen te werken en gewassen slim op elkaar aan te laten sluiten, kun je stikstof langer vasthouden in het systeem, de uitspoeling beperken én de grond optimaal benutten. Daarmee is samenwerking niet alleen een oplossing voor ondernemers, maar ook voor de waterkwaliteitsopgave op zandgrond.’
Bart Jan: ‘Uit onze praktijk-experimenten zien wij dat de waarde voor de melkveehouder vooral zit in meer ruwvoerproductie zonder meer mest te hoeven inzetten. Tijdelijk grasland na een akkerbouwgewas kan stikstof opnemen die anders mogelijk verloren gaat. Die stikstof wordt dan omgezet in voer. Het voorbeeld van melkveehouder Martijn en akkerbouwer Tim illustreert dat.
Dit is vooral mogelijk bij gewassen die relatief vroeg van het land zijn of stikstof achterlaten. Denk aan korte groenteteelten, zoals sperziebonen. Na zo’n teelt kan er, als het gewas op tijd wordt ingezaaid, nog een flinke hoeveelheid gras groeien. In een warmer najaar kan die groei zelfs behoorlijk doorlopen. Voor een intensieve melkveehouder kan dat verschil maken. Niet door meer mest te gebruiken, maar door stikstof die al in het landbouwsysteem zit beter te benutten. Het resultaat: extra gras in de kuil zonder meer mest in te hoeven zetten en minder risico dat stikstof in het najaar uitspoelt.’
En wat levert samenwerking de akkerbouwer op?
Ronald: ‘Voor de akkerbouwer ligt de meerwaarde in het vergroten van zijn bouwplan en dat geeft hem ruimte intensieve gewassen te blijven telen. Gras vormt een uitstekend rustgewas tussen akkerbouw- of groenteteelten. Daardoor blijft de bodem in conditie en kan de teler zijn rotatie beter organiseren.’
Tips voor een goede samenwerking voor een breed bouwplan
Ronald: ‘Ik zie niet zozeer samenwerking als kansrijk, maar het organiseren van een breder bouwplan als kansrijk. Voor zowel melkveehouder, teler als omgeving. Tegelijkertijd is het vaak niet iets wat zomaar ontstaat, een adviseur kan meedenken om een bouwplan op te stellen dat werkt voor alle partijen en nitraatuitspoeling voorkomt.’
Belangrijke voorwaarden voor geslaagde samenwerking volgens Ronald en Bart Jan:
Een gedeelde visie op grondgebruik. Beide ondernemers moeten zorgvuldig met de bodem om willen gaan.
Open communicatie. Bespreek teelt, bemesting, opbrengst en bodemtoestand.
Meten en vastleggen. Werk met bodemmonsters, N-residu en duidelijke perceel informatie en schakel desnoods een adviseur in.
Afspraken over verantwoordelijkheid. Wie doet wat, wie meet wat en hoe wordt er afgerekend?
Ruimte voor vakmanschap. Niet elk perceel en niet elk jaar is hetzelfde: een flexibele opstelling en mogelijkheid tot bijsturen is belangrijk.
Van idee naar impact: samen innoveren met LTO Noord
Heb jij een goed idee en wil jij aan de slag met innovaties in de agrarische sector? Door samen op te trekken, maken we werk van een toekomstbestendige landbouw.