Leone van der Maas (53) en haar gezin streken in 2012 neer in het Zuid-Hollandse Numansdorp, voor een doorstart van hun akkerbouwbedrijf. Er ging een gedwongen verplaatsing aan vooraf: hun vertrouwde locatie in Waddinxveen, waar drie generaties Van der Maas hadden geboerd, kreeg een natuur- en recreatiebestemming. ‘Verhuizen was spannend. Maar het is in alle opzichten goed uitgepakt. We hebben hier een prachtig nieuw bedrijf van 130 hectare, waar we frietaardappelen, tarwe, suikerbieten en luzerne telen.’
Kun je kort iets over jezelf vertellen?
‘Ik kom zelf niet uit de agrarische sector, maar wel uit een ondernemersfamilie. Mijn ouders hadden een supermarkt, ooit als kruidenierswinkel opgestart door mijn opa en oma. Daar heb ik altijd hard in meegewerkt. Door onze verhuizing naar Numansdorp heb ik dat los moeten laten; er kwam een nieuwe fase in mijn leven. Ik kan mij nu volledig richten op ons gezin en ons bedrijf. Dat geeft rust.’
Wat is jouw rol in het akkerbouwbedrijf, welke werkzaamheden pak je op?
‘Voornamelijk het werk achter de schermen. Ik doe de administratie en verricht allerlei hand- en spandiensten. Zoals tijdens het oogsten. Dat doen we met het hele gezin; onze drie zoons helpen mee. Ik fungeer dan een beetje als vliegende keep; ik ga bijvoorbeeld op pad om graan te bemonsteren voor het meten van het vochtpercentage. En bij het in- en uitschuren van de aardappelen sta ik ook gewoon aan de transportband.’
Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer?
‘Eerlijk gezegd heb ik me nooit zo in het thema verdiept. Maar in het algemeen: mooi dat er aandacht voor is.’
Is er volgens jou in de bedrijfsvoering een verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?
‘Mijn man komt uit een boerengezin, dat geldt niet voor mij. Logisch dus dat hij meer diepgewortelde kennis over de sector heeft. Ik weet dat er mensen zijn die er anders over denken, maar wat mij betreft zijn er sowieso verschillen tussen mannen en vrouwen. Denk alleen maar aan het verschil in spierkracht, maar ook in de manier waarop je naar zaken kijkt of beslissingen neemt. Voor mij draait het er vooral om dat je elkaars kwaliteiten ziet. Als je samen een goed team vormt, ben je een heel eind op de goede weg.’
Kun je een voorbeeld geven van jouw inbreng?
‘Ik heb onlangs de training ‘Ondernemende vrouwen’ van de LTO Academie gevolgd. De meerwaarde voor mij zat in de spiegel die je voorgehouden kreeg en de gesprekken die je met elkaar voerde. Bijvoorbeeld over het belang om zaken goed te regelen bij de notaris. Ik denk dat je daar als vrouw een sterke rol in kunt spelen. Niet uitstellen, maar regelen.’
‘Uiteindelijk is het belangrijk om je eigen weg te volgen. Dat kunnen ook werkzaamheden buiten het bedrijf zijn. Zelf ben ik bestuurder voor een buurtvereniging en vrijwilliger op een basisschool. Zo kan ik ook maatschappelijk een bijdrage leveren. Wat mij betreft een mooie combinatie met mijn rol in het gezin en op het bedrijf. Het brengt evenwicht.’
Er wordt weleens gezegd dat vrouwelijke agrarisch ondernemers te weinig op de voorgrond treden en dat bescheidenheid hen daarbij in de weg staat. Herken je dat?
‘Als het om beslissingen over het bedrijf gaat, ben ik overal bij betrokken. Voor veel andere zaken sta ik liever aan de zijlijn. Ik ben gevraagd voor een functie in het bestuur van de LTO Noord-afdeling Hoeksche Waard. Daar heb ik ja tegen gezegd, maar ik heb daarbij ook aangegeven dat ik niet per se op de voorgrond hoef te treden.’
‘Ik ben nu secretaris, dat is een functie die bij mij past. En het brengt me veel. Een bestuursfunctie verbreedt je horizon. Je leert waar andere sectoren tegenaan lopen. De interactie en het samen over oplossingen nadenken, geeft veel voldoening.’
Vind je dat LTO Noord zich voldoende inzet voor vrouwen in de agrarische sector?
‘Volgens mij kan LTO Noord nog winst behalen als meer vrouwen zich aanmelden als mede-ondernemer. Het voordeel daarvan is dat je dan automatisch op de radar van Vrouw en Bedrijf komt. Dan kun je deelnemen aan leerzame kennisdagen. Je ontmoet andere mensen en je vergroot je netwerk. Je groeit erdoor als persoon.’
International Year of the Woman Farmer
Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel, in sommige regio’s zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid. Ook in ons eigen land, waar het aantal vrouwelijke ondernemers een lichte stijging laat zien.
Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. Deze keer het woord aan Leone van der Maas.
Tekst: Frank de Olde, Nieuwe Oogst | Foto: Dirk Hol