Tafelaardappelen vormen de hoofdteelt op het akkerbouwbedrijf van Mark en Linda Versluis in Emmeloord, maar er komen ook uien en wortelen van het land af. Het wordt allemaal verkocht in de boerderijwinkel, waar Linda de scepter zwaait. ‘Zo hebben we het verdeeld. Mark de akkerbouw, ik de winkel.’

Het assortiment wordt uitgebreid met ‘van alles wat’. ‘Aardbeien, kersen, witlof, bloemkool, sap. Zo veel mogelijk producten uit de polder. De eieren komen uit Oosterwolde en zij hebben dan weer aardappelen van ons. Wellicht krijgen we nog eieren van onszelf, maar voor nu hebben we werk zat’, vertelt Linda Versluis.

Met vier kinderen in de leeftijd van 0 tot 7 jaar, drie jongens en een meisje, zijn er aardig wat ballen hoog te houden op erve Versluis. ‘De winkel is zes dagen per week open, maar je ziet mij daar niet meer alle dagen. Ik ben er wel dagelijks mee bezig, tussen de zorg voor de vier kinderen door.’

Hoewel Linda Versluis naar het ouderlijk bedrijf van haar man is verkast, is de akkerbouw haar niet vreemd. ‘Mijn ouders hebben ook een akkerbouwbedrijf, maar die bedrijfsvoering is een wereld van verschil. Zij leveren aan de frietfabriek. Bij ons is het dagelijkse handel. Mark verpakt de aardappels in zakken van 5 en 10 kilo en die verkopen we rechtstreeks aan de consument, groothandel en groenteboeren.’

Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer?

‘Altijd goed natuurlijk. Want of je nu meewerkend bent of niet, je hebt als vrouw altijd een ondersteunende rol. Zeker met een gezin. Bij ons is de rolverdeling vooral praktisch. Op het erf is er altijd wel wat en mijn man is niet het type dat thuis kan zitten. Hij heeft ook geen medewerkers. Ik wel, dus kan ik mijn handen vrijmaken.’

Is er volgens jou in het bedrijf een verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?

‘Ik denk dat mannen in het algemeen minder secuur zijn en gewoon doen. Ik overdenk de dingen meer. Je ziet vaak dat de vrouwen in de boerderijwinkel staan, maar dat hoeft niet. Mijn schoonvader is de boerderijwinkel begonnen met de verkoop van aardappelen aan huis.’

‘Mijn man is wel echt de boer, maar komt ook in de winkel om het aardappelhok bij te houden. Mensen vinden het leuk om de boer even te zien en te spreken. Ook heeft hij vaak ideeën voor onze sociale media, zoals Facebook. Het is mooi om samen een meerwaarde te geven aan onze aardappelen.’

Wat valt je op als je met andere vrouwelijke ondernemers praat?

‘Dat de vrouwen toch vaak de verzorgende rol en de kinderen voor hun rekening nemen. Een vriendin van mij is een échte koeienboerin, maar heeft uiteindelijk ook voor een praktische verdeling gekozen waarbij zij de kinderen en het huishouden doet.’

Het wordt weleens gezegd dat vrouwelijke agrarisch ondernemers te weinig op de voorgrond treden en dat bescheidenheid hen daarbij in de weg staat. Herken je dat?

‘Ik denk dat het vooral aan je persoonlijkheid ligt en niet zozeer of je man of vrouw bent. Maar over het algemeen past het niet zo bij boeren om op de voorgrond te treden.’

Waar liggen kansen voor agrarische vrouwen?

‘Ik wil het geen kansen noemen, maar zwangerschapsverlof zou beter geregeld kunnen worden. Dat geldt voor zelfstandigen in het algemeen. Je moet toch meer je eigen hachje zien te redden. En ik vind dat prima hoor, maar werknemers in loondienst vinden het allemaal maar zo vanzelfsprekend dat dit goed geregeld is. Ze zouden het meer mogen waarderen, want zo normaal is dat niet.’

Vind je dat LTO Noord zich voldoende inzet voor vrouwen in de sector?

‘Zelf heb ik bij de Jonge Agrarische Vrouwen van het FAJK gezeten en bij LTO Noord heb je Vrouw & Bedrijf. Het is fijn om via die weg andere vrouwen te spreken. Iemand met dezelfde achtergrond om je verhaal kwijt te kunnen en ervaringen uit te wisselen.’

Tot slot: heb je nog tips voor vrouwelijke collega’s in de sector?

‘Flexibiliteit op het boerenerf is heel belangrijk, maar cijfer jezelf niet weg. Doe vooral ook waar je gelukkig van wordt. Die mannen zijn toch wel druk. Neem af en toe tijd voor jezelf als je bijvoorbeeld wil sporten of met vriendinnen wil afspreken.’

Tekst: Sacha Wunderink, Nieuwe Oogst | Foto: Freddy Schinkel

International Year of the Woman Farmer

Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel. In sommige regio’s is dit zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid, ook in ons eigen land. Zo laat het aantal vrouwelijke ondernemers in Nederland een lichte stijging zien.

Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. In dit artikel het woord aan akkerbouwer Linda Versluis.

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.