In de provinciale werkgroepen maakt Van Schaik zich sterk voor twee groepen die haar na aan het hart liggen: boerinnen en biologische boeren en tuinders. ‘Het is belangrijk dat hun stem gehoord wordt’, vertelt ze. ‘Ik ben ook actief op de socials, want onbekend maakt onbemind. Zo kan ik op een laagdrempelige manier ons verhaal vertellen aan een groot publiek, hoe we bepaalde dingen doen en waarom we ze doen.’
Wat is jouw rol binnen het bedrijf?
‘Op het bedrijf heb ik geen vaste taken. Maar ik ben bijna elke dag in de stal te vinden voor allerlei hand- en spandiensten. Voor het grootste deel werk ik buiten de deur. Overigens heeft mijn vriend ook nog een andere baan.’
Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot Year of the Woman Farmer?
‘Ik vind dat een goed initiatief. Vrouwelijke agrarisch ondernemers zijn onderbelicht in de media en ondervertegenwoordigd in besturen. Ook zie je ze weinig als spreker bij bijeenkomsten. Terwijl ze wel vaak ondernemer of mede-ondernemer zijn. Datzelfde geldt trouwens ook voor jongeren.’
Is er volgens jou een verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?
‘Dat hoeft niet zo te zijn. Mannen kunnen ook over vrouwelijke kwaliteiten beschikken en omgekeerd. Wat je wel ziet, is dat er zaken zijn die vrouwen soms net iets makkelijker afgaan. Zoals je ook bepaalde taken hebt die in de praktijk vaker door vrouwen worden opgepakt.’
Kun je daar een voorbeeld van geven?
‘Dat ligt op het vlak van samenwerken en verbinding zoeken met de maatschappij. Als een bedrijf een multifunctionele tak heeft, is het vaak de vrouw die de kar trekt. Bijvoorbeeld omdat ze in de zorg heeft gewerkt en dan denkt: dat kan ik ook prima inpassen op ons eigen bedrijf.’
Wat vind je zelf je sterkste kanten in je werk?
‘Ik ben een verbinder, betrokken, enthousiast en positief ingesteld. Ik probeer het glas altijd halfvol te zien.’
Er wordt weleens gezegd dat vrouwelijke agrarisch ondernemers te weinig op de voorgrond treden en dat bescheidenheid hen in de weg staat. Herken je dat?
‘Ik denk dat vooral onzekerheid een rol speelt. Een voorbeeld: als in een vacature zes functie-eisen worden gesteld, zal een man al snel denken: ik voldoe aan de helft, dus die baan past mij wel.’
‘Volgens mij werkt dat bij veel vrouwen anders: die vinden van zichzelf dat ze eerst aan alle eisen moeten voldoen. En dat is jammer. Op die manier loop je veel getalenteerde mensen mis.’
Wat zou beter geregeld kunnen worden voor vrouwelijke ondernemers, waar liggen volgens jou nog kansen?
‘Gelukkig zijn er ook genoeg succesverhalen van vrouwen in de agrarische sector. En rolmodellen. Want als iemand een stap naar voren zet, volgen er vaak meer. Waar het soms aan schort, is ondersteuning. Bijvoorbeeld als iemand toetreedt tot een bestuur en daar toch wat onzeker over is. Of gerichte begeleiding voor vrouwen die twijfelen over hun MFL-plannen. Ik weet dat plattelandscoaches die taak vaak al oppakken. Maar wat extra aandacht is altijd goed.’
‘Een paar jaar geleden heb ik meegedaan aan ‘Grass Ceiling’. Dat is een Europees project om de innovatiekracht van vrouwen op het platteland te versterken. Aan de hand van interviews heb ik toen een folder gemaakt met als uitgangspunt vragen als: wat hebben vrouwen nodig om in een bestuur te stappen en hoe bereik je ze?’
‘Er zitten echt te weinig vrouwen aan tafels waar beslissingen worden genomen. Net als jongeren. Terwijl het juist belangrijk is om ook hun perspectief mee te nemen. Je krijgt er betere besluiten van, daar ben ik van overtuigd. Mocht je geïnteresseerd zijn: je kunt de flyer vinden op de website van LTO Noord, onder de titel Meer vrouwen in agrarische besturen.’
Tot slot: heb je nog tips voor vrouwelijke collega’s in de sector?
‘Je kunt op een bedrijf en daarbuiten heel veel taken oppakken, dus maak een bewuste keuze. Kijk waar je kwaliteiten liggen en doe waar je energie van krijgt. En als je twijfelt om op de voorgrond te treden, bijvoorbeeld in een bestuursfunctie, zou ik zeggen: gewoon doen, ook al weet je nog niet alles. Niemand is perfect en er valt heel veel te leren.’
International Year of the Woman Farmer
Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel. In sommige regio’s is dit zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid, ook in ons eigen land. Zo laat het aantal vrouwelijke ondernemers in Nederland een lichte stijging zien.
Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. Deze keer is het woord aan Marloes van Schaik.
Bron: Frank de Olde, Nieuwe Oogst | Foto: Studio Kastermans