‘Ik doe van alles een beetje’, zegt Astrid van Telgen als ze haar rol in het bedrijf wil omschrijven. Hoewel. De akkerbouwtak staat toch wel verder van haar af. Daar staan haar oom en neven aan het roer. Hoeve Vredeveld omvat een zorgboerderij, boerderijwinkel, melk- en vleesvee en akkerbouw. ‘Met mijn vader heb ik in 2007 de zorgtak en boerderijwinkel opgezet en met mijn man doe ik het rundvee. Ik verzorg vooral de kalfjes en ook help ik met melken.’
De grootste kans om Van Telgen te treffen is op de zorgboerderij of in de winkel, waar ze samen met de deelnemers en medewerkers de eigen rauwe melk verkoopt of eigen vlees inpakt. Per jaar worden dertig tot veertig dieren hiervoor geslacht. Maar in de schappen zijn ook zuivel van collegaboeren en andere lokale en biologische producten uit de omgeving te vinden. ‘We zijn zelfs eerste van Flevoland geworden bij de Boerderij Winkel Awards’, vertelt ze trots over de winkel die in 2024 nog flink werd verbouwd.
Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer?
‘Het kan geen kwaad. Steeds meer vrouwen zijn echt betrokken bij de bedrijfsvoering en het management. Het is goed om daar aandacht op te vestigen. Je ziet sowieso in de hele maatschappij een trend waarin vrouwen meedoen. In de tijd van mijn oma had de vrouw geen auto. Dat is nu niet meer denkbaar.’
Is er volgens jou in de bedrijfsvoering sprake van een verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?
‘Ik denk niet dat vrouwelijke ondernemers het anders doen, dat is meer persoonsafhankelijk. Op ons bedrijf doe ik de boerderij-educatie, maar er zijn ook boeren die zelf rondleidingen doen. En ja, ik ben wel degene die kookt en voor de kinderen zorgt. Maar dat vind ik leuker dan strooien, melken en voeren. Geef mij maar gymtassen, broodtrommels en zwemles. Daar hebben we zo voor gekozen. Het is ook makkelijker om het werk op de zorgboerderij uit te besteden.’
Wat valt je op als je met andere vrouwelijke ondernemers praat?
‘Zakelijk maakt het geen verschil. Maar als het om sociale aspecten gaat, dan wel. Vrouwen ervaren vaak dezelfde taakverdeling en daardoor heb je meer raakvlakken.’
Het wordt weleens gezegd dat vrouwelijke agrarisch ondernemers te weinig op de voorgrond treden en dat bescheidenheid hen daarbij in de weg staat. Herken je dat?
‘Met mijn zorgboerderij en boerderijwinkel treed ik juist wel op de voorgrond. Maar dat moet je ook doen om bekendheid te krijgen. Dat we de Boerderij Winkel Awards voor de provincie Flevoland hadden gewonnen, heb ik op Facebook en Instagram gedeeld en zet ik onder mails. De award staat bij de kassa. De pers heb ik niet benaderd. Daar ben ik dan weer te bescheiden voor.’
Word je voor je gevoel als volwaardig zakelijk gesprekspartner gezien, bijvoorbeeld in gesprekken met de bank of adviseur?
‘Zakelijk regel ik van alles. Ook voor de akkerbouw- en rundveetak. Dan bel ik naar de bank of verzekering en dat wordt tegenwoordig geaccepteerd. Bij mijn ouders was dat anders. Als er iemand van de bank naar mijn vader kwam, was dat in driedelig pak en een grote auto. Wilde mijn moeder een nieuwe pinpas, dan moest ze naar de bank komen en was het moeilijk. Mijn moeder vond dat prima; ze heeft ook nooit die rol willen pakken.’
Waar liggen kansen voor agrarische vrouwen?
‘Ik heb eigenlijk nooit belemmeringen gevoeld. Ook op de Hogere Agrarische School in Dronten niet. Voor mijn generatie is het denk ik meer vanzelfsprekend en normaal dat vrouwen ook in de agrarische sector werken.’
Vind je dat LTO Noord zich voldoende inzet voor vrouwen in de sector?
‘Dat weet ik niet zo goed. Ik heb er nog nooit echt naar gezocht. Wel heb ik bij de Jonge Agrarische Vrouwen gezeten en ken ik LTO Vrouw & Bedrijf.’
Tot slot: heb je nog tips voor vrouwelijke collega’s in de sector?
‘Een bedrijf doe je samen. Overleg met elkaar wie wat wil doen voor de taakverdeling. In de landbouw zijn het bedrijf en het gezin hetzelfde. En dat moet je samen doen.’
Year of the Woman Farmer
Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel. In sommige regio’s is dit zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid, ook in ons eigen land. Zo laat het aantal vrouwelijke ondernemers in Nederland een lichte stijging zien. Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. In dit artikel is het woord aan zorgboerin Astrid van Telgen.
Bron: tekst: Sacha Wunderink, Nieuwe Oogst | Beeld: Studio Kastermans