Van Esveld was het liefst tussen de koeien en wilde haar opa en vader helpen. ‘Toen ik 12 of 13 jaar was, wist ik al dat ik de agrarische school wilde doen. Ik heb nooit druk gevoeld om het bedrijf in te stromen. Maar de kans was wel heel groot. Mijn vader heeft nooit gezegd: jij bent een meisje, dat is misschien niet zo handig.’

Haar 3-jarige dochter is het spiegelbeeld van Van Esvelds eigen kinderjaren. ‘Ik herken me in haar door wat ze leuk vindt. Ze is het liefst elke avond even in de melkput aan het rondbanjeren.’

In een 2x6 visgraat worden daar twee keer per dag de tachtig koeien gemolken. ‘We hebben een kleine huiskavel en daarom geen robot. We willen blijven beweiden en daarvoor moeten we ook de weg over. Met de koeien in de wei zijn we een visitekaartje richting de omgeving, maar het is ook goed voor de koeien en de biodiversiteit.’

Van Esveld is niet alleen melkveehouder in maatschap met haar ouders, maar werkt ook twee dagen per week buiten de deur als projectleider bij NAJK. ‘Daar kan ik van betekenis zijn voor de jonge boeren.’

Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer?

‘Er zijn genoeg mooie verhalen over te delen denk ik. In de agrarische sector zijn veel vrouwelijke ondernemers. Dat mag best eens meer voor het voetlicht komen. Veel vrouwen richten zich op interactie met de samenleving. Zoals boerderijeducatie en boerderijwinkels. De buitenwereld denkt dat we dat er gewoon even bij doen.’

Is er volgens jou in het bedrijf verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?

'Ik denk dat het automatisch wel meespeelt, maar het gaat onbewust. Er is logischerwijs een verschil tussen mannen en vrouwen, hoewel mijn vader en ik wel veel op elkaar lijken. Al ben ik meer van dingen uitzoeken en regel ik de administratie. Dat heeft deels met secuurheid te maken, maar mijn vader heeft daar ook gewoon geen trek in.’

‘Lange tijd heb ik gedacht dat ik alles hetzelfde moest doen als mijn vader. Maar je hoeft je niet te gedragen als een man. Volg gewoon je eigen kop. Je mag vrouw zijn.’

Is er bij jullie een traditionele rolverdeling?

‘Mijn man Willem is zelf boerenzoon van een melkveehouder, maar zijn broer heeft dat bedrijf overgenomen. Hij werkt volledig buitenshuis. Voor de technische kant kan ik zijn hulp wel goed gebruiken.’

‘Onze drie meiden van 7, 3 en 9 maanden doen we samen. De drukte rondom de kinderen is vaak rond melktijd. Kids en koeien, dat is zo’n beetje mijn hele leven. Gelukkig betekent mijn moeder veel voor de kinderen. Zo was dat vroeger al en herhaalt zich dat in de volgende generatie. Het is handig dat wij op hetzelfde erf als mijn ouders wonen. Anders komt er wel een hele hoop bij kijken.’

‘Van de taken op het erf doet mijn vader het grootste deel van het trekker- en landwerk. Ik begin en eindig mijn dagen in de melkput, ook op de dagen dat ik bij het NAJK werk. Daarnaast regel ik alle registratie rondom diergezondheid, de mestadministratie en de Gecombineerde Opgave. Dat hoort er gewoon bij en doe ik allemaal zelf.’

Wat valt je op als je met andere vrouwelijke ondernemers praat?

‘Als commissielid van LTO Noord Vrouw & Bedrijf hoor ik waar vrouwen specifiek tegenaan lopen. Bijvoorbeeld de balans tussen werk en privé en wat er gebeurt als er kinderen komen. Dan verandert er wel wat. Zeker voor vrouwelijke ondernemers. Als ik mijn moeder niet had, kwam er een hele hoop bij kijken.’

Zijn vrouwelijke agrarisch ondernemers te bescheiden volgens jou?

‘Dat herken ik wel. Vrouwen maken wat ze doen doorgaans kleiner dan het in werkelijkheid is. Dan zeggen ze bijvoorbeeld ‘ik voer alleen de kalfjes', terwijl ze ondertussen nog tien andere dingen doen.’

Word je voor je gevoel als volwaardig zakelijk gesprekspartner gezien?

‘Bij een nieuwe vertegenwoordiger is de eerste vraag vaak waar mijn man of vader is. Als ik zeg dat ze bij mij moeten zijn, staan ze wel even met de bek vol tanden. Maar ten opzichte van tien, vijftien jaar geleden is het wel echt aan het veranderen. Dat zie je ook in het agrarisch onderwijs met veel meiden in de klas.’

Vind je dat LTO Noord zich voldoende inzet voor vrouwen in de sector?

‘Als je iets zoekt als vrouw zijnde, kun je het binnen LTO Noord vinden. En via Vrouw & Bedrijf wordt er volop inzet gepleegd om aandacht te vestigen op de vrouwelijke agrarisch ondernemer.’

Heb je nog tips voor vrouwelijke collega’s in de agrarische sector?

‘Laat je zien en ga ervoor. Het is een fantastische sector met veel verscheidenheid. Voor iedereen is er iets te vinden.’

International Year of the Woman Farmer

Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel. In sommige regio’s is dit zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid. Zo ook in ons eigen land, waar het aantal vrouwelijke ondernemers een lichte stijging laat zien.

Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. In dit artikel is het woord aan melkveehouder Gerjanne van Esveld.

Tekst: Sacha Wunderink, Nieuwe Oogst | Foto: Studio Kastermans

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.