Op het erf van Loonbedrijf Groot in Zuidschermer loopt de koffiepauze net ten einde. Chauffeurs klimmen weer in trekkers en grote combinaties om richting percelen in de Beemster en Alkmaar te rijden. Aan tafel praten beleidsmedewerkers Hero Dijkema van Cumela, Ard Mooij van LTO Noord en gewestelijk Cumela-bestuurder Maaike Groot van Loonbedrijf Groot over een onderwerp dat voor veel boeren en loonwerkers dagelijkse praktijk is: hoe kom je veilig en efficiënt van perceel naar perceel in een provincie die drukker wordt?

‘Onze leden willen gewoon veilig en goed met alle soorten landbouwvoertuigen van A naar B kunnen. Dat is echt een basisvoorwaarde in de bedrijfsvoering’, stelt Dijkema. Juist daarom trekken LTO Noord en Cumela op verkeersdossiers al jaren samen op. Mooij: ‘We hebben dezelfde belangen. Voor boeren en loonwerkers zijn goede routes cruciaal.’

Jarenlang draaide het steeds om losse discussies over afzonderlijke knelpunten. Zodra ergens een weg werd aangepast, ontstond opnieuw discussie over landbouwverkeer. ‘We holden eigenlijk altijd achter de feiten aan’, vertelt Dijkema. ‘Dan werd er ineens een wegversmalling aangelegd, waarvan niemand had bedacht dat een hakselaar of rooimachine er niet meer door kon. Ook het overleg met de provincie over het openstellen van delen van provinciale wegen verliep ad hoc. Soms lukte dat, maar over het algemeen was de provincie erg terughoudend.’

Daarom begonnen LTO Noord en Cumela al in 2016 met het gezamenlijk in kaart brengen van knelpunten in Noord-Holland. Via leden kwamen tientallen situaties binnen waarbij landbouwverkeer vastliep of noodgedwongen door dorpskernen moest rijden. ‘We hebben dat ingetekend op een kaart die we nog steeds gebruiken’, zegt Mooij. Volgens Dijkema zit daar misschien wel de grootste winst van de samenwerking. ‘Als sector weten wij precies waar het verkeer rijdt en waar het vastloopt. Wegbeheerders hebben daar vaak minder zicht op of zijn zich er minder van bewust.’

De positie van landbouwverkeer is volgens Dijkema veranderd door de invoering van het T-rijbewijs en later de kentekenplicht. ‘Dat heeft echt geholpen. Wegbeheerders zagen ineens: dit is professioneel verkeer, met goed opgeleide bestuurders en goed gereguleerde voertuigen.’

Echt een omslag

Daarmee ontstond ook ruimte voor het huidige ‘ja-tenzij-beleid’. In plaats van steeds te moeten uitleggen waarom landbouwverkeer ergens overheen moet, wordt nu gekeken welke provinciale wegen in principe geschikt zijn. Mooij: ‘Dat is echt een omslag. Zonder zo’n afwegingskader bleef je hangen in eindeloze discussies per situatie.’

Voor Loonbedrijf Groot zit de urgentie vooral op de N244 richting de Beemster. Het gaat om een relatief kort traject, van iets meer dan 2 kilometer. ‘Als wij daar niet overheen mogen, moeten we door West-Graftdijk of De Rijp. Dus met grote combinaties door smalle dorpskernen, langs fietsers en voetgangers. Dat kost meer tijd, maar het is vooral veel onveiliger’, zegt Groot.

De discussie draait volgens de drie nadrukkelijk niet alleen om snelheid of gemak. Veiligheid staat centraal. Juist daarom proberen LTO Noord en Cumela bestuurders en politici letterlijk mee te nemen de praktijk in. Zo werden gedeputeerden en statenleden al meerdere keren uitgenodigd om mee te rijden. Mooij: ‘Vanuit de cabine zie je pas echt hoe ingewikkeld sommige situaties zijn. Beelden vanuit zo’n trekker maken soms meer duidelijk dan tien vergaderingen.’

Dat landbouwverkeer steeds meer op openbare wegen rijdt, heeft volgens de drie alles te maken met schaalvergroting in de landbouw. Percelen liggen verder uit elkaar en loonbedrijven werken in een steeds grotere straal. ‘De tijd van een boer of tuinder met alleen land achter het erf ligt achter ons. Loonbedrijven rijden tegenwoordig soms dertig tot vijftig kilometer voor werkzaamheden’, vertelt Dijkema.

Juist in provincie Noord-Holland speelt dat sterk, door de diversiteit van de sector. Dijkema: ‘Hier wordt enorm veel gereden. Bollen, groente, gras, mais; alles zit verspreid en wisselt soms met het jaar’, zegt hij. Bij loonbedrijf Groot rijden tijdens drukke periodes complete ‘maistreinen’ van meerdere wagens tegelijk door de regio. ‘Als je dan geen logische routes hebt, krijg je gevaarlijke situaties.’

Tegelijkertijd erkennen de bestuurders dat de sector zelf ook verantwoordelijkheid draagt. ‘We moeten het wel gegund krijgen’, zegt Groot. ‘Dus chauffeurs moeten ook laten zien dat ze rekening houden met andere weggebruikers.’ Dat betekent bijvoorbeeld gebruikmaken van uitvoegstroken of passeerhavens, zodat auto’s veilig kunnen inhalen. Volgens Dijkema gebeurt dat op veel plekken ook steeds beter. ‘Ik zag laatst in Groningen een trekker netjes even ruimte maken voor een hele rij auto’s erachter. Dat helpt enorm voor het draagvlak.’

Hoewel Noord-Holland nu een belangrijke stap zet, duurt het nog even voordat wegen daadwerkelijk opengaan. Per traject moeten eerst verkeersbesluiten worden genomen en soms zijn aanpassingen nodig. Maar volgens de drie is het belangrijkste dat er nu eindelijk beleid ligt om verder op te bouwen.

Netwerk van landbouwroutes

‘Zonder zo’n kader blijven we afhankelijk van losse discussies en incidenten. Nu ligt er tenminste een basis’, stelt Dijkema. De volgende stap is volgens LTO Noord en Cumela het realiseren van een echt netwerk van landbouwroutes. Mooij: ‘Daarmee maken we voor wegbeheerders duidelijk welke wegen cruciaal zijn voor de doorstroming van het agrarisch verkeer en voorkomen we dat deze wegen worden afgesloten of ergens ineens een wegversmalling of drempel wordt aangelegd waar grote machines niet meer door kunnen.’

Volgens de drie staat het onderwerp misschien minder prominent op de agenda dan stikstof of de kaderrichtlijn water, maar voor ondernemers is het minstens zo belangrijk. Groot: ‘Aan de keukentafels gaat het hier echt over. Want uiteindelijk draait het om iets heel praktisch: kunnen we veilig en verantwoord ons werk doen of niet?’

Elke provincie zoekt eigen aanpak voor veilige landbouwroutes

Ook Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel werken inmiddels met een afwegingskader landbouwverkeer op provinciale wegen of bereiden dat voor. Vooral Zuid-Holland loopt volgens Cumela voorop. ‘Na invoering van het afwegingskader zijn meerdere wegen relatief snel opengesteld, waar we als sectoren zeer blij mee zijn’, zegt Hero Dijkema.

Overijssel kiest voor een bredere benadering dan Noord-Holland. Daar wordt niet alleen gekeken naar de geschiktheid van de provinciale weg zelf, maar ook naar de verkeerssituatie in omliggende dorpskernen. ‘Dat vinden wij eigenlijk nog beter. Verkeersveiligheid stopt niet bij de grens van een gemeente.’

LTO Noord wil dat uiteindelijk alle provincies knelpunten voor landbouwverkeer in kaart brengen. In het werkplan voor 2026 is daarom opgenomen dat iedere provincie zou moeten werken aan een eigen afwegingskader en duidelijke landbouwroutes. Ard Mooij: ‘Veel provincies hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er ligt inmiddels al veel kennis en ervaring.’

Bron: Nieuwe Oogst, Tekst en foto: Bert Hartman

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.