Eerder al heeft waterportefeuillehouder Arjan Scholten van LTO Vechtdal zijn bezwaren ingebracht. In de vergadering van het AB van Vechtstromen heeft op 4 februari Martin Immink, als voorzitter van LTO Overijssel zijn zorgen en voorstel aangegeven. Naar verwachting volgt dit voorjaar een besluit.
Wat zijn onze zorgen?
Waterschap Vechtstromen wil de grens voor het toestaan van waterbronnen verbreden van 200 meter tot 500 meter vanaf een beschermd natuurgebied. Daarnaast wil ze binnen die zone drainage-constructies voortaan alleen toestaan tot 80 cm onder maaiveld.
Wat is het standpunt van LTO Noord?
Martin Immink: “We hebben begrip voor het streven om water langer vast te houden. Maar eigenlijk doen we dat als sector al steeds beter met gewassen, zoals kruidenrijk grasland, maar ook met technieken, zoals stuwen. Nu zie je dat dit waterschap heeft gekozen voor maatregelen die leiden tot kostenverhoging en kapitaalvernietiging van de huidige constructies, waarbij de effectiviteit van de maatregel niet groot is.”
“Loop niet vooruit op landelijk beleid”
Maar vooral vindt LTO Noord het proces niet wenselijk. Martin Immink: “Vechtstromen manifesteert zich als voorloper, terwijl andere waterschappen nog niet zo werken. Wij zouden qua duidelijkheid pleiten voor eenduidig landelijk beleid. Een tweede bezwaar is dat vooral de agrarische sector hiermee financieel getroffen wordt, terwijl andere belangrijke ‘onttrekkers’ in het gebied niet in beeld komen, zoals industrie en drinkwaterbedrijven. Ten slotte is het tegenstrijdig dat het waterschap ambieert om gebiedsspecifiek te willen werken, maar hier een generieke 500 meterzone invoert.
Waar pleit LTO Noord daarom voor?
Stel dat dit beleid wel doorgevoerd wordt, pleiten we voor een aantal kaders:
Uitzondering voor situaties waar gewas, bodem of helling ondiepe drainage onmogelijk maken.
Stimulering in plaats van verplichting bij peilgestuurde drainage.
Financiering voor alternatieven zoals putverplaatsing, druppelirrigatie en wateropslag.