Volgens LTO Noord is het belangrijk om de discussie te voeren op basis van feiten en actuele kennis. De vraagstukken rond verzilting verschillen sterk per regio en niet alle aannames zijn al voldoende onderzocht.
"Wij herkennen de zorgen over droogte en verzilting. Die nemen we serieus. Tegelijkertijd moeten we oppassen met vergaande conclusies over de toekomst van de bollenteelt. Juist omdat er nog veel onderzocht moet worden en de situatie per gebied verschilt", zegt Simon Pennings, voorzitter van LTO Noord Duin- en Bollenstreek.
Niet alle feiten zijn bekend
In de eerste reacties op de uitspraken van Verdaas speelde onder meer de vraag welke rol de onderliggende kleilaag in de kustgebieden speelt bij het tegengaan van verzilting. Volgens Pennings is inmiddels duidelijk geworden dat hierover nog niet alle feiten bekend zijn.
"Na het radioprogramma ontstond al snel discussie over de rol van de kleilaag. Eerst werd gesteld dat die laag onvoldoende bescherming biedt, later werd erkend dat dit nog niet volledig is uitgezocht. Dat laat zien hoe belangrijk het is om eerst de feiten goed op tafel te krijgen."
Daarnaast wijst LTO Noord erop dat verzilting geen vraagstuk is dat alleen speelt in de directe kuststrook. In delen van de Haarlemmermeer wordt verzilting bijvoorbeeld al waargenomen. Tegelijkertijd verschillen de oorzaken en risico's per gebied. In Noord-Holland spelen andere uitdagingen dan in Zuid-Holland, waar verzilting op sommige plekken nadrukkelijker aan de orde is. Ook kunnen maatregelen, zoals verticale drainage, lokaal invloed hebben op de manier waarop zout water zich in de bodem gedraagt.
Het is geen zwart-wit verhaal
Volgens Pennings vraagt dat om een gebiedsgerichte aanpak. "Verzilting is geen zwart-witverhaal. Wat in het ene gebied speelt, hoeft niet automatisch voor een ander gebied te gelden. Daarom moeten we goed onderzoeken wat er daadwerkelijk gebeurt en welke maatregelen effectief zijn."
LTO Noord vindt het positief dat Verdaas inmiddels het gesprek met de sector zoekt en heeft aangegeven hierover verder in gesprek te willen tijdens het watercongres.
"We willen uiteindelijk allemaal hetzelfde: voldoende zoet water, een klimaatbestendig watersysteem en een toekomst voor de ondernemers die hier voedsel, bloemen en planten produceren. Dat bereiken we niet door tegenover elkaar te staan, maar door samen op te trekken", aldus Pennings.
Gezamenlijk optrekken
Ook provinciaal voorzitter Sander van der Vaart benadrukt het belang van samenwerking. "Boeren en tuinders werken dagelijks aan oplossingen. Zij investeren in waterbesparing, waterberging, innovatie en een gezonde bodem. Die praktijkkennis moeten we benutten. De uitdagingen zijn groot, maar juist daarom moeten overheid, waterschappen, onderzoekers en ondernemers gezamenlijk optrekken."
LTO Noord ondersteunt de oproep om te investeren in een toekomstbestendig watersysteem en meer kennis op te bouwen over de effecten van verzilting. Daarbij hoort volgens de organisatie ruimte voor onderzoek, innovatie en gebiedsgerichte oplossingen.
Van der Vaart: "De opgave is serieus, maar laten we ons richten op oplossingen in plaats van nu al sectoren af te schrijven. Nederland heeft een lange geschiedenis van innovatieve wateroplossingen. Die kennis en ervaring hebben we ook nu hard nodig."