Wat voor een bedrijf heeft u?
‘Een akkerbouwbedrijf in Swifterbant, in maatschap met mijn vrouw en oudste zoon. Naast pootaardappelen telen we onder andere zaaiuien, moederuien, wortelen, tarwe en bieten.’
Welk thema valt onder uw bestuurdersvleugels?
‘Mens, Ondernemerschap & Onderwijs. Een thema dat goed bij mij past. Ze zeggen weleens: boer zijn is een manier van leven. Op een boerderij draait het niet alleen om ondernemerschap. De mens achter het bedrijf is ook van belang, in alle opzichten. Neem bijvoorbeeld de steun en het ‘commitment’ van je gezin. Die heb je echt nodig, anders houd je het niet vol.’
‘Als het om onderwijs gaat, dan zie ik nog de nodige verbeterpunten. Zorgen dat we als sector desinformatie tegengaan bijvoorbeeld. Dus nog meer nadruk leggen op het eerlijke verhaal. Als ik daar een bijdrage aan kan leveren, dan doe ik dat graag.’
U vertegenwoordigt niet alleen de akkerbouwers, maar ook andere sectoren. Is dat niet lastig?
‘Laatst betrapte ik mij erop dat ik tijdens een overleg direct in de akkerbouwmodus schoot. Zo van: welke gevolgen heeft dit voor mijn eigen sector? Ik zal af en toe dus moeten schakelen, daar ben ik eerlijk in.’
‘Maar natuurlijk spreekt het voor zich dat een goede belangenbehartiging alleen mogelijk is als je alle sectoren vertegenwoordigt. Met waar mogelijk oog voor de wensen vanuit de maatschappij. Daar moet je niet voor weglopen.’
Iedere provinciaal voorzitter heeft een ‘wing-(wo)man’. Waarom vormen u en vicevoorzitter Elles Kroon een goed koppel?
‘Als ik naar mezelf kijk, dan ben ik boer in hart en nieren, altijd bezig vanuit de praktijk. Elles is van huis uit politicoloog en daardoor goed in staat om de vertaalslag naar beleid te maken. Daarnaast is bevlogenheid belangrijk. Dat zit in dit team wel goed. Het klikte direct, zowel met Elles als met medebestuurslid Ton Kempenaar.’
In de nieuwe organisatiestructuur moeten de lijnen naar afdelingen en leden korter worden. Hoe denkt u dat voor elkaar te krijgen?
‘Voor mij was de nieuwe organisatiestructuur met een voorzitter per provincie aanleiding om het bestuurswerk weer op te pakken. Het is een krachtige structuur, waar meer betrokkenheid vanuit gaat. Flevoland is een overzichtelijke provincie. Ik ken hier veel mensen en weet daarmee ook veel van de problematiek in de verschillende regio’s. Daar kan ik me nu volledig op focussen.’
Naast boer en bestuurder bent u ook mens. Hoe zou u zichzelf als mens omschrijven?
‘Zal ik dat maar even aan mijn vrouw vragen? Of laat me toch een poging wagen. Ik houd van eerlijkheid. Ik ben wars van gekonkel. Ook in de samenwerking binnen een team. Daarin moeten een goede sfeer en openheid vooropstaan. Als ik open ben, dan verwacht ik dat ook van een ander. Vertel me maar hoe je erin zit, wat je denkt en voelt. Want dan komen we het verst.’
‘Waar ik nog aan kan werken? Geduld. Er wordt veel gepraat, maar vaak denk ik dan: wat is er nu eigenlijk gezegd? Dan is het mooi als iemand dat relativeert. Zoals Elles, die zegt: Paul, zo werkt het nu eenmaal, het komt wel goed.’
Waar mogen ze u ‘s nachts voor wakker maken?
‘Limburgse vlaai. Mijn ouders komen uit Zuid-Limburg. Met mijn drie zussen praat ik nog altijd dialect. Mijn moeder bakte vroeger ieder weekend een vlaai en zelf doe ik dat ook nog weleens.’
Waar gaat u graag naartoe op vakantie?
‘Saba. Een paradijs op aarde. Mijn vrouw Sandra heeft er een tijdje gewoond en gewerkt om mee te helpen om het eiland meer zelfvoorzienend te maken. Net als haar vader, die er landbouwvoorlichter was. We komen er regelmatig, ook voor een project met pootaardappelen en zaaizaden.’
Als u één uitdaging van boeren en tuinders mocht kiezen om morgen opgelost te zien, welke zou dat dan zijn?
‘Ik zou graag zien dat we toewerken naar één belangenorganisatie voor agrarisch Nederland. We hebben nu te maken met meerdere LTO’s, met vakbonden en met afsplitsingen van allerlei groepjes. Misschien is het een utopie, maar voor de sector zou het goed zijn al die kikkers weer in de kruiwagen te krijgen.’
Tekst: Frank de Olde, Nieuwe Oogst | Foto: Dirk Hol