Het doel van vijf kwekers in samenwerking met onder andere Wageningen University & Research (WUR) is helder: tulpenrassen ontwikkelen die bestand zijn tegen fusarium, tulpenbrekings-virus (TBV) en botrytis, zodat telers minder afhankelijk worden van gewasbeschermingsmiddelen. ‘Dat besef ontstond bij ons zo’n 25 jaar geleden al. Enerzijds omdat spuiten duur is en allerlei risico’s heeft voor je omgeving, maar ook omdat de middelen gewoon niet effectief genoeg zijn’, vertelt Joris van der Velden van EconTulips.

Minder afhankelijk van middelen

Virusproblemen blijven er, ondanks het spuiten, benadrukt Van der Velden. ‘We moeten werken met bollen die hier bestand tegen zijn. Dat beperkt uitval, maakt telers minder afhankelijk van gewasbeschermingsmiddelen en scheelt hen dus veel werk en kosten. De kosten van middelengebruik en ontsmetten kunnen oplopen tot wel 2.000 euro per hectare. Maar de kosten door virus, fusarium en botrytis zijn vele malen hoger. Maatschappelijke kosten zijn moeilijk te kwantificeren, maar zijn wellicht nog wel het belangrijkst. De teler heeft altijd nog de maatschappelijke ‘licence to produce’ nodig.’

Langlopend onderzoek

De samenwerking die 25 jaar geleden ontstond, bleek een zoektocht met een lange adem. ‘We begonnen met vijftien bedrijven, maar niet iedereen kon de energie en financiering blijven opbrengen voor dit langlopende onderzoek. Daarom zijn we zo blij dat het LTO Noord Innovatiefonds weer meefinanciert’, zegt Kees Stoop. ‘Zonder langdurige financiële steun was de jarenlange ontwikkeling onmogelijk geweest. En het feit dat LTO Noord in ons gelooft, steunt ons verhaal ook.’

Video over de ontwikkeling van multiresistente bollen

Biotoetsen

In tulpen gaat vermeerdering traag, wat mede de reden is van het lange proces. Daarnaast doorstaan veel ontwikkelde rassen de zogeheten biotoets niet, soms tegen alle verwachtingen in. In die toetsen worden bollen meerdere jaren blootgesteld aan verschillende fusarium-schimmels en krijgen planten actief virus toegediend. ‘Sommige bollen hebben al vijftien jaar alles doorstaan, maar vallen dan toch nog af’, zegt Van der Velden. ‘Dat is een teleurstelling en tegelijkertijd denk ik dan ook: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We willen echt die multiresistente bol op de markt brengen.’

Urgentie neemt toe

Ondertussen zien Van der Velden en Stoop de aandacht voor hun onderzoeksproject toenemen. Stoop: ‘De urgentie neemt toe, waterkwaliteit staat steeds hoger op de maatschappelijke en politieke agenda. Iedereen wil nu het wiel uitvinden. Uit ons project blijkt dat dit gewoon heel veel tijd kost. Ik zou telers adviseren om echt goed op te letten wat je aanschaft. Veel plantgoed blijkt toch niet zo virusarm te zijn als je denkt.’

Praktische maatregelen die uit het onderzoek naar voren komen, probeert Van der Velden nu al toe te passen op zijn eigen bedrijf. Als voorbeeld noemt hij het niet-ontsmetten van de bollen. Volgens de kweker zijn de tulpenbollen juist daardoor beter bestand tegen bodemschimmels. ‘Mogelijk dat je met ontsmetting ook iets anders in de bol brengt’, luidt zijn verklaring.

DNA-merkers: vroeg inzicht

De kracht van het tulpenproject is dat praktijk en onderzoek samen optrekken. Zo is er een rol weggelegd voor WUR. Zij ontwikkelen zogenoemde DNA-merkers. Van der Velden: ‘Daarmee kunnen onderzoekers al in een vroeg stadium zien of een jonge zaailing waarschijnlijk resistent is tegen ziekten als fusarium. Dat gebeurt op basis van genetische eigenschappen in het DNA van de plant.’

Nu moeten nieuwe tulpenrassen nog jarenlang worden getest. Dat kost veel tijd, geld en ruimte. Met de nieuwe merkertechnologie kunnen onderzoekers straks veel sneller kansrijke zaailingen selecteren. Stoop voegt toe: ‘Dit is ook interessant voor andere sectoren, zoals de akkerbouw, waar men ook terug wil in middeleninzet. De combinatie van praktijktoetsen en DNA-technologie kan helpen om weerbaardere gewassen sneller beschikbaar te krijgen.’

Het onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van een tulpenpaspoort met daarin per ras objectieve gegevens over resistentie, broeigeschiktheid en andere teelteigenschappen. Van der Velden: ‘Voor ons heel belangrijk, want in de markt duiken nog te vaak rassen op met mooie beloftes, terwijl ze in de praktijk tegenvallen. Met een tulpenpaspoort kun je beter het kaf van het koren scheiden.’

'Het feit dat LTO Noord in ons gelooft en ons financieel steunt, helpt ons verhaal ook'
- Kees Stoop

'Ook dit is het Innovatiefonds'

‘Bijzonder aan ons Innovatiefonds is dat we vernieuwing en innovatie breed steunen. We co-financieren grote, langdurige onderzoeksprojecten zoals deze naar multiresistente tulpenbollen, maar ook projecten als de ontwikkeling van de klauwreiniger. Voor ons is het belangrijk dat vernieuwing werkt op het erf’, zegt Wilfried Siemes, adviseur bij het LTO Noord Innovatiefonds.

De voornaamste voorwaarde voor financiering via het Innovatiefonds is dat LTO Noord-leden initiatiefnemer zijn van het vernieuwende project. Een andere voorwaarde is dat er wordt samengewerkt met andere boeren of sectorpartijen en dat het bijdraagt aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw. Kijk voor meer informatie op de website ltonoord.nl/innovatiefonds.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.

Van idee naar impact: samen innoveren met LTO Noord

Heb jij een goed idee en wil jij aan de slag met innovaties in de agrarische sector? Door samen op te trekken, maken we werk van een toekomstbestendige landbouw.

windmolen bij boerderij in ochtendmist